Er zijn 4 hartkleppen.
o Aortaklep ligt tussen het linkerventrikel en de aorta
o 3 kleppen
o Tweede klep die het zwaarst belast wordt
o Tricuspidalisklep
o 3 kleppen
o Ligt tussen het rechterventrikel en het
rechteratrium
o Pulmonaal klep
o 3 kleppen
o Mitraalklep/ bicuspidalisklep
o 2 kleppen
o Zwakste klep, zwaarst belast door de hoogste druk (minstens 120)
De vier hartkleppen vormen een bindweefselplaat tussen de ventrikels en de atria. Er
zijn twee hartkleppen (de mitraalklep en de tricuspidalisklep) tussen de ventrikels en
de atria, die ervoor zorgen dat wanneer de ventrikels samenknijpen het bloed niet
teruggeduwd wordt de atria in.
o De hoogste druk, is de druk waarmee het hart het bloed naar de longen
(mitraalklep) of naar de rest van het lichaam (tricuspidalisklep) wegpompt.
De aortaklep moet de 2 na hoogste druk moet weerstaan. De aortaklep gaat dicht
wanneer het hart klaar is met het bloed wegpompen en het hart weer uitzet om
nieuw bloed op te nemen. De aortaklep voorkomt dat het bloed uit de aorta weer
terugstroomt naar het hart (druk van 80).
Helft van de hartafwijkingen aan de mitraalklep, kwart van de hartafwijkingen aan de
aortaklep (slijtage klachten, hoge bloeddruk, hoge leeftijd). De andere twee kleppen
(samen een kwart) komen voor door aangeboren afwijkingen.
o Endocard:
o Los bindweefsel, endotheel