INHOUD
1. Overzicht vak
2. Benaderingen van onderzoek
3. Probleemstelling en kwantitatieve onderzoeksvragen
4. Onderzoekseenheden en kenmerken
5. Conceptueel model
1. Overzicht vak
Wat is het doel?
- Kennis van de principes van kwantitatief onderzoek
o Empirisch analytische benadering
Leerlijn methodologie en statistiek
- Zelf onderzoek doen
- Kritisch leren nadenken over onderzoek
Langere termijn doelen
- Werken aan academische competenties
o Academische informatievaardigheden
o Onderzoeksvaardigheden
o Communicatieve en argumentatieve vaardigheden
2. Benaderingen van onderzoek (Hoofdstuk 3)
Benaderingen van onderzoek
- Ontologie gaat over vragen zoals ‘hoe is de sociale werkelijkheid opgebouwd?’
o Houdt zich bezig met de vraag welke dingen er zijn in de werkelijkheid
- Epistemologie: houdt zich bezig met de vraag hoe we kennis over de
werkelijkheid kunnen opdoen
- Empirisch-analytische benadering
o Kwantitatieve insteek
o Neopositivisme: voegt de eis van de falsifieerbaarheid toe aan het
positivisme
o Nomothetische kennis: kennis waarvan ‘wetten’ geformuleerd worden,
oftewel regelmatigheden zoals vaakvoorkomende sociale patronen
o Reductionistisch: de kenbare werkelijkheid wordt samengevat in de
relaties tussen een beperkt aantal variabelen
o Intersubjectiviteit wordt vergroot door de eisen dat het onderzoek
herhaalbaar moet zijn en zo wordt de wetenschap zo min mogelijk
vertekend door persoonlijke voorkeuzen van de onderzoekers die eraan
bijdragen. Waarnemingen die uitsluitend afhangen van het gebruikte
instrument en niet van de (subjectieve) onderzoeker die het instrument
hanteert.
1
, - Empirisch-interpretatieve benadering
o Kwalitatieve insteek
o Hermeneutiek is een klassiek begrip voor het duiden of uitleggen van
teksten door schriftgeleerden
o Onderzoekers zijn specifiek geïnteresseerd in de variatie die zich in een
onderwerp van een studie voordoet
o Holistische benadering: interpretatieve onderzoekers beschouwen
individuen of gezinnen niet als scoren, maar als eenheden die in hun
geheel bestudeerd dienen te worden
o Waardeverheldering door onderzoekers. Ze dienen zich bewust te zijn
van expliciete en impliciete theorieën die hun waarnemingen,
interpretaties en analyses kunnen beïnvloeden en verstoren
Overeenkomst: Beide benaderingen delen dat zij hun kennis opdoen op empirische
bevindingen alsook dat elke wetenschappelijke hypothese een empirische basis
vereist, ook al kan er discussie zijn over de volgorde waarin de hypothese en de
empirische basis moet worden geproduceerd.
Verschil: In de empirisch-analytische benadering staat de toetsing van hypothesen
door middel van intersubjectieve waarnemingen centraal. In de empirische-
interpretatieve benadering richt zich op de ontwikkeling van hypothesen door
subjectieve waarnemingen en interpretaties van de werkelijkheid.
Typen onderzoek
Er zijn twee typen wetenschappelijk onderzoek:
- Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek
o Doel: ontwikkeling of toetsing theorieën voor de oplossing van
kennisproblemen
o Reikwijdte: algemeen geldende kennis, theoretische inzichten,
generaliserend
- Praktijkgericht (=toegepast) wetenschappelijk onderzoek
o Doel: Kennis voor besluitvorming bij praktijkproblemen of
maatschappelijke problemen.
o De ontwikkeling, de uitvoering en de evaluatie van oplossingen voor
praktijkproblemen die bestaan bij aanwijsbare personen, groepen of
organisaties buiten de wetenschap
o Reikwijdte: Eigen / soortgelijke praktijksituatie, eventueel generalisatie
naar andere probleemsituaties
- Praktijkgericht niet-wetenschappelijk onderzoek
o Doel: ondersteuning van de besluitvorming
o Reikwijdte: eigen praktijksituatie
Wanneer is een onderzoek wetenschappelijk?
- Streven naar kennis over verschijnselen voor theorievorming
- Empirische uitspraken
- Systematische benadering
- Methodologische spelregels:
o Toetsbare uitspraken – controleerbaar – repliceerbaar
2
, - Voortbouwen op werk van voorgangers: literatuurstudie
o Wat is er al bekend en wat mankeert er aan dit onderwerp? Wat
ontbreekt er nog? Wat is nog nuttig om onderzoek over te doen?
Kwalitatief onderzoek / empirisch-interpretatieve benadering: domein van de theorie
wordt uitgebreid en de abstractie neemt toe.
Kwantitatief onderzoek / empirisch-analytische benadering: nadruk op deductieve fase
van het toetsend onderzoek. Op deze manier hoopt men theorieën en hypothesen te
weerleggen naar analogie van de natuurwetenschappen.
3
, Empirische cyclus
Inductie van hypothesen
Aan de hand van een aantal concrete observaties een algemene uitspraak proberen
te formuleren; je generaliseert dan voorlopige doch algemenere uitspraken. De
inductie van dit soort hypothesen betekent het begin van het zoeken naar een
interpretatie of een verklaring die deel uitmaakt van een theorie.
Theorie
Een samenhangend stelsel van uitspraken waarmee empirische regelmatigheden
beschreven, verklaard en voorspeld kunnen worden. Begrippen krijgen in deze
uitspraken een formele, min of meer vaste plaats en omschrijving en worden binnen
een theorie met elkaar in verband gebracht. Theorie: ‘alle vogels kunnen vliegen’
Deductie
Verklaren: het aangeven van een oorzaak voor een verschijnsel
Deductie: terwijl je bij inductie van concrete situaties naar een algemeen verband
probeert te redeneren, wordt er bij deductie nu juist aan de hand van een algemeen
verband een uitspraak gedaan over concrete situaties.
Toetsing
Hypothesen worden gezien als belangrijke concrete en vooral toetsbare uitspraken die
je afleidt uit bepaalde theorieën. Toetsen vinden plaats door de analyse van de
empirische gegevens die worden verzameld naast de hypothese te leggen (hypothese
‘deze vogel kan vliegen’ vs. empirische waarneming ‘hij vliegt niet’) Komen de
gegevens overeen: hypothese bevestigd. Niet? Hypothese verworpen.
Evaluatie
In de evaluatie beantwoord je de vraag of je het betreffende kennisprobleem waarvoor
je als onderzoeker belangstelling hebt, daadwerkelijk hebt opgelost.
4