Taak 1 Wat houdt mentale retardatie in en wat komt erbij kijken?
1. Wat houdt mentale retardatie in?
- Mentale retardatie is een neuro ontwikkelingsstoornis. Er is sprake van een groep
condities die het sociaal, persoonlijk, academisch en het beroepsmatig functioneren
belemmeren. Het wordt gekenmerkt door beperkingen in het mentaal functioneren dat
weer gevolgen heeft voor alle andere aspecten van het dagelijks leven.
- Als intellectual disability in de DSM-V hierbij veel belangrijker om te kijken naar
cultuur en persoonlijke factoren.
- Flinn effect: algemene stijging van het IQ in de populatie.
- IQ test ontwikkelt door onderwijzers die zochten naar een manier om leerlingen te
selecteren die hulp nodig hadden. Naderhand werd dit de Stanford-Binet schaal.
a. Verstandelijke beperking
- Verstandelijke beperking is de nieuwe term aan de hand van de DSM-V. In de DSM-
IV werd de term mentale retardatie gebruikt.
b. Fysieke kenmerken
- Fysieke kenmerken downsyndroom: grote schedel, grote tong in verhouding tot de
mond, amandelvormige ogen, platte neusbrug, een kleine kromme pink.
- Fragile X syndrome: groot voorhoofd, prominente kaak, lage oren
- Achterstand bewegen, praten, problemen met zien en horen, slaapproblemen,
zindelijkheid, epilepsie, typisch uiterlijk.
c. Vormen
- Er zijn 4 niveaus. Het niveau van iemand wordt bepaald aan de hand van adaptief
functioneren in de domeinen conceptueel, sociaal en praktisch. Er is geen afbakening
meer aan de hand van IQ. Het niveau wordt vooral bepaald door hulpbehoevendheid
en niet meer door IQ.
-
- Sociale en communicatieve vaardigheden ontwikkelen zich normaal tussen 0-5 jaar,
wel achterstand met taal, nog geen achterstand te zien bij deze kinderen maar vinden
bepaalde relaties wel lastig. Komt vaak in tienerjaren tot uiting omdat ze maar tot
1
, groep 8 niveau kunnen volgen. Minimale hulp nodig maar wel begeleiding nodig om
tot dat punt te komen. Slim genoeg om te leren en naar school te gaan wel gevoelig
voor hulpeloosheid en frustratie. Verliezen motivatie als ze geen begeleiding krijgen.
- Ongeveer 85% van de mensen met een verstandelijke beperking horen onder deze
classificatie. Zij kunnen academische vaardigheden volgen tot aan het einde van hun
tienerjaren. Zij kunnen succesvol in een gemeenschap leven, zelfstandig of met
toezicht. Spraakprobleem komen pas als ze volwassen zijn. Vaak als kind niet te
onderscheiden van andere normale kinderen.
-
- 10%, vaak geidentificeerd in kleutertijd omdat communicatie dan beperkt is,
motorische vaardigheden 2 of 3 jarig kind op 5 jarige leeftijd, beperkt in nemen
beslissingen en hierbij dagelijkse begeleiding nodig hebben. In adolescentie moeite
met sociale gebruiken. Sociale training en ergotherapeutische training (zelfzorg)
kunnen deze kinderen helpen beter te functioneren en dagelijkse handelingen uit te
voeren.
- de meeste hebben wel hulp nodig. Ze passen zich goed aan aan de gemeenschappen in
setting onder toezicht. Het niveau van ontwikkeling van taal is verschillend: sommige
kunnen deelnemen in simpele gesprekken, andere hebben kunnen alleen hun basis
behoefte uitspreken en nog anderen leren nooit de taal. Meesten voeren ongeschoold
werk uit onder toezicht.
2
1. Wat houdt mentale retardatie in?
- Mentale retardatie is een neuro ontwikkelingsstoornis. Er is sprake van een groep
condities die het sociaal, persoonlijk, academisch en het beroepsmatig functioneren
belemmeren. Het wordt gekenmerkt door beperkingen in het mentaal functioneren dat
weer gevolgen heeft voor alle andere aspecten van het dagelijks leven.
- Als intellectual disability in de DSM-V hierbij veel belangrijker om te kijken naar
cultuur en persoonlijke factoren.
- Flinn effect: algemene stijging van het IQ in de populatie.
- IQ test ontwikkelt door onderwijzers die zochten naar een manier om leerlingen te
selecteren die hulp nodig hadden. Naderhand werd dit de Stanford-Binet schaal.
a. Verstandelijke beperking
- Verstandelijke beperking is de nieuwe term aan de hand van de DSM-V. In de DSM-
IV werd de term mentale retardatie gebruikt.
b. Fysieke kenmerken
- Fysieke kenmerken downsyndroom: grote schedel, grote tong in verhouding tot de
mond, amandelvormige ogen, platte neusbrug, een kleine kromme pink.
- Fragile X syndrome: groot voorhoofd, prominente kaak, lage oren
- Achterstand bewegen, praten, problemen met zien en horen, slaapproblemen,
zindelijkheid, epilepsie, typisch uiterlijk.
c. Vormen
- Er zijn 4 niveaus. Het niveau van iemand wordt bepaald aan de hand van adaptief
functioneren in de domeinen conceptueel, sociaal en praktisch. Er is geen afbakening
meer aan de hand van IQ. Het niveau wordt vooral bepaald door hulpbehoevendheid
en niet meer door IQ.
-
- Sociale en communicatieve vaardigheden ontwikkelen zich normaal tussen 0-5 jaar,
wel achterstand met taal, nog geen achterstand te zien bij deze kinderen maar vinden
bepaalde relaties wel lastig. Komt vaak in tienerjaren tot uiting omdat ze maar tot
1
, groep 8 niveau kunnen volgen. Minimale hulp nodig maar wel begeleiding nodig om
tot dat punt te komen. Slim genoeg om te leren en naar school te gaan wel gevoelig
voor hulpeloosheid en frustratie. Verliezen motivatie als ze geen begeleiding krijgen.
- Ongeveer 85% van de mensen met een verstandelijke beperking horen onder deze
classificatie. Zij kunnen academische vaardigheden volgen tot aan het einde van hun
tienerjaren. Zij kunnen succesvol in een gemeenschap leven, zelfstandig of met
toezicht. Spraakprobleem komen pas als ze volwassen zijn. Vaak als kind niet te
onderscheiden van andere normale kinderen.
-
- 10%, vaak geidentificeerd in kleutertijd omdat communicatie dan beperkt is,
motorische vaardigheden 2 of 3 jarig kind op 5 jarige leeftijd, beperkt in nemen
beslissingen en hierbij dagelijkse begeleiding nodig hebben. In adolescentie moeite
met sociale gebruiken. Sociale training en ergotherapeutische training (zelfzorg)
kunnen deze kinderen helpen beter te functioneren en dagelijkse handelingen uit te
voeren.
- de meeste hebben wel hulp nodig. Ze passen zich goed aan aan de gemeenschappen in
setting onder toezicht. Het niveau van ontwikkeling van taal is verschillend: sommige
kunnen deelnemen in simpele gesprekken, andere hebben kunnen alleen hun basis
behoefte uitspreken en nog anderen leren nooit de taal. Meesten voeren ongeschoold
werk uit onder toezicht.
2