Samenvatting Gleitman H14 ontwikkeling
Prenatale ontwikkeling
- Zygote: het bevruchte ei, gevormd door een spermacel bevrucht met een eicel. De kernen smelten
samen en er ontstaat een nieuwe combinatie van 23 chromosomen ( ½ van de moeder en ½ van de
vader). Er ontstaat een blastocyst; een massa van identieke cellen.
- Embryonale fase (3e- 8e week): na 10-14 dagen na de bevruchting nestelt de blastocyst zich in de
baarmoederwand, belangrijke genen produceren hier chemische signalen. In deze fasen komen
bepaalde genen tot uiting (hierin kan veel fout gaan). De massa cellen (die nu embryo heet) heeft 3
verschillende celtypen die zich ontwikkelen tot:
het zenuwstelsel en de buitenste huid
het skelet en de vrijwillige spieren
spijsverteringsorganen
Na een maand is de placenta en navelstreng volgroeid en begint de ontwikkeling van veel organen
(incl. hart en longen) en de armen, benen en het gezicht.
- Neurale buis: buisvormige structuur die vroeg in de embryonale fase het centrale zenuwstelsel
ontwikkelt, d.m.v. de hersenstam, ruggenmerg en de midden- en voorhersenen.
- Foetale fase (8e week t/m geboorte): na twee maanden begint het hartje te kloppen. Het embryo
wordt nu foetus genoemd. Het zenuwstelsel groeit op zijn plaats en er wordt snel nieuwe
zenuwcellen aangemaakt en nieuwe mechanisme worden geactiveerd. De foetus leert/ reageert al
op bijvoorbeeld de aanraking van lippen.
De prenatale omgeving
Door fysieke omgevingscellen worden cellen beïnvloedt om zich op verschillende wijze te
ontwikkelen. Door protomaps (een soort kaart van de hersenen) weten cellen waar de signalen heen
moeten die ze moeten doorgeven.
Tijdens de ontwikkeling worden er meer neuronen aangemaakt en meer connecties gemaakt dan
dat er nodig is. Indien deze processen fout gaan, kan het neuron zich terugtrekken om een betere
connectie te vinden of krijgt hij de taak om dood te gaan. Het is normaal dat tussen de 20 tot 80%
van de neuronen sterft tijdens de ontwikkeling van de hersenen.
Lichaamsvloeistoffen (voornamelijk bloed) zijn erg belangrijk voor bijv.: de hormooncirculatie, wat
van invloed is op de ontwikkeling van de anatomie en het zenuwstelsel. Daarnaast vervoert het bloed
via de moeder ook zuurstof en voedingsstoffen naar het kind, dus de voedingstoestand van de
moeder is erg belangrijk.
- Teratogens: externe omgevingsfactoren (alcohol/ sigaretten) die door de bloedtoevoer van de
moeder de gezonde neurale ontwikkeling kunnen verstoren. En dus schade kan toebrengen aan het
ongeboren kind.
- Foetaal Alcohol Syndroom (FAS): ontwikkelingsstoornis die veroorzaakt wordt door overmatig
alcohol gebruik tijdens de zwangerschap. De effecten zijn een scala aan psychische en lichamelijke
afwijkingen (leerstoornissen, gedragsmoeilijkheden, gelaatsafwijkingen, enz.).
, Kleutertijd en kindertijd
De reden waarom de ontwikkeling van mensen zo lang duurt is omdat we beschikken over een groot
speciaal leervermogen. Milieu-invloeden (meer dingen ervaren, talen spreken ect.) kunnen ook een
positief effect hebben op de ontwikkeling van het zenuwstelsel. -> objecten om te verkennen.
Baby’s reageren al snel op verschillende activiteiten. Ze onderscheiden al verschillende toonhoogtes
(bijv. hebben een voorkeur voor stem van de moeder). Het zicht is nog weinig ontwikkelt, wel zien ze
helderheid en beweging. Daarnaast beschikken ze over een aantal belangrijke reflexen:
- Grasp reflex (grijpen): een baby maakt zijn hand tot een vuist wanneer deze wordt aangeraakt.
- Rooting reflex (wroeten): een baby zal zijn mond openen draaien wanneer er een object in de
buurt is, met het doel eraan te zuigen. Dit reflex bevorderd borstvoeding.
- Sucking reflex (zuigen): een baby zuigt op alles wat hij in zijn mond wordt geplaatst.
Vanaf de eerste verjaardag zal de baby meer controle hebben over zijn of haar acties en reacties en
zal ze meer vooruitgang boeken door nieuwe vaardigheden te leren.
Cognitieve ontwikkeling in de kleuter en kindertijd
Volgens Piaget denken kinderen volgens verschillende stadia van intellectuele groei en dus op een
andere manier dan volwassenen. De volgende periodes komen bij kinderen voor:
- Sensomotorisch periode (geboorte – 2 jaar)
* Onderscheidt zichzelf van objecten.
* Object permanentie: besef dat voorwerpen nog steeds aanwezig zijn wanneer deze niet zicht- of
hoorbaar zijn. Piaget geloofde dat baby's dit niveau van begrip niet ontwikkelden tot de leeftijd van
ten minste acht maanden.
* Ontwikkeling van het functioneren op lichaamsniveau, tasten voelen en proeven.
* Ontwikkeling van motoriek.
* Ontwikkeling van het geheugen.
A-not-B effect: de neiging van een baby om een voorwerpen te zoeken waar het eerder was verstopt
(plaats A) i.p.v. de meest recente plaats waar het verstopt is terwijl het kind toekeek (plaats B).
Piaget: prestatie wordt mogelijk gemaakt door schema’s van interacties met de wereld en
interactieve gebruiksmogelijkheden van ideeën over de wereld. Cognitieve ontwikkeling is het
resultaat van een constante wisselwerking tussen assimilatie en accommodatie.
Assimilatie: mentaal proces dat nieuwe informatie in bestaande schema’s past. Bijv.: een kind leert
in een plaatsjesboek dat een helikopter in de lucht vliegt.
Accommodatie: mentaal proces dat de bestaande schema’s aanpast om nieuwe informatie beter te
kunnen opnemen. Bijv.: het kind ziet een vliegtuig vliegen en roept “helikopter!”, maar zijn moeder
leert hem dat het een vliegtuig is.
- Pre-operationele periode (2 – 7 jaar)
* Leert taal te gebruiken en om objecten te vertegenwoordigen met woorden.
* Classificeert objecten door een enkele functie (bv. blokken op kleur i.p.v. alleen van groot naar
klein of vorm).
* Verfijning van het motoriek.
* Ontwikkeling van het ik, egocentrisme. Het kind leert dat het een eigen persoon is en een eigen
standpunt heeft.
* Animisme: levenloze objecten wordt een ziel toegekend.
* Een kind kan pre-operationeel denken, maar kan dit niet met elkaar in verhouding brengen en nog
geen andere visie dan die van zichzelf. Voorbeeld met glas water A,B en C in het boek.
Prenatale ontwikkeling
- Zygote: het bevruchte ei, gevormd door een spermacel bevrucht met een eicel. De kernen smelten
samen en er ontstaat een nieuwe combinatie van 23 chromosomen ( ½ van de moeder en ½ van de
vader). Er ontstaat een blastocyst; een massa van identieke cellen.
- Embryonale fase (3e- 8e week): na 10-14 dagen na de bevruchting nestelt de blastocyst zich in de
baarmoederwand, belangrijke genen produceren hier chemische signalen. In deze fasen komen
bepaalde genen tot uiting (hierin kan veel fout gaan). De massa cellen (die nu embryo heet) heeft 3
verschillende celtypen die zich ontwikkelen tot:
het zenuwstelsel en de buitenste huid
het skelet en de vrijwillige spieren
spijsverteringsorganen
Na een maand is de placenta en navelstreng volgroeid en begint de ontwikkeling van veel organen
(incl. hart en longen) en de armen, benen en het gezicht.
- Neurale buis: buisvormige structuur die vroeg in de embryonale fase het centrale zenuwstelsel
ontwikkelt, d.m.v. de hersenstam, ruggenmerg en de midden- en voorhersenen.
- Foetale fase (8e week t/m geboorte): na twee maanden begint het hartje te kloppen. Het embryo
wordt nu foetus genoemd. Het zenuwstelsel groeit op zijn plaats en er wordt snel nieuwe
zenuwcellen aangemaakt en nieuwe mechanisme worden geactiveerd. De foetus leert/ reageert al
op bijvoorbeeld de aanraking van lippen.
De prenatale omgeving
Door fysieke omgevingscellen worden cellen beïnvloedt om zich op verschillende wijze te
ontwikkelen. Door protomaps (een soort kaart van de hersenen) weten cellen waar de signalen heen
moeten die ze moeten doorgeven.
Tijdens de ontwikkeling worden er meer neuronen aangemaakt en meer connecties gemaakt dan
dat er nodig is. Indien deze processen fout gaan, kan het neuron zich terugtrekken om een betere
connectie te vinden of krijgt hij de taak om dood te gaan. Het is normaal dat tussen de 20 tot 80%
van de neuronen sterft tijdens de ontwikkeling van de hersenen.
Lichaamsvloeistoffen (voornamelijk bloed) zijn erg belangrijk voor bijv.: de hormooncirculatie, wat
van invloed is op de ontwikkeling van de anatomie en het zenuwstelsel. Daarnaast vervoert het bloed
via de moeder ook zuurstof en voedingsstoffen naar het kind, dus de voedingstoestand van de
moeder is erg belangrijk.
- Teratogens: externe omgevingsfactoren (alcohol/ sigaretten) die door de bloedtoevoer van de
moeder de gezonde neurale ontwikkeling kunnen verstoren. En dus schade kan toebrengen aan het
ongeboren kind.
- Foetaal Alcohol Syndroom (FAS): ontwikkelingsstoornis die veroorzaakt wordt door overmatig
alcohol gebruik tijdens de zwangerschap. De effecten zijn een scala aan psychische en lichamelijke
afwijkingen (leerstoornissen, gedragsmoeilijkheden, gelaatsafwijkingen, enz.).
, Kleutertijd en kindertijd
De reden waarom de ontwikkeling van mensen zo lang duurt is omdat we beschikken over een groot
speciaal leervermogen. Milieu-invloeden (meer dingen ervaren, talen spreken ect.) kunnen ook een
positief effect hebben op de ontwikkeling van het zenuwstelsel. -> objecten om te verkennen.
Baby’s reageren al snel op verschillende activiteiten. Ze onderscheiden al verschillende toonhoogtes
(bijv. hebben een voorkeur voor stem van de moeder). Het zicht is nog weinig ontwikkelt, wel zien ze
helderheid en beweging. Daarnaast beschikken ze over een aantal belangrijke reflexen:
- Grasp reflex (grijpen): een baby maakt zijn hand tot een vuist wanneer deze wordt aangeraakt.
- Rooting reflex (wroeten): een baby zal zijn mond openen draaien wanneer er een object in de
buurt is, met het doel eraan te zuigen. Dit reflex bevorderd borstvoeding.
- Sucking reflex (zuigen): een baby zuigt op alles wat hij in zijn mond wordt geplaatst.
Vanaf de eerste verjaardag zal de baby meer controle hebben over zijn of haar acties en reacties en
zal ze meer vooruitgang boeken door nieuwe vaardigheden te leren.
Cognitieve ontwikkeling in de kleuter en kindertijd
Volgens Piaget denken kinderen volgens verschillende stadia van intellectuele groei en dus op een
andere manier dan volwassenen. De volgende periodes komen bij kinderen voor:
- Sensomotorisch periode (geboorte – 2 jaar)
* Onderscheidt zichzelf van objecten.
* Object permanentie: besef dat voorwerpen nog steeds aanwezig zijn wanneer deze niet zicht- of
hoorbaar zijn. Piaget geloofde dat baby's dit niveau van begrip niet ontwikkelden tot de leeftijd van
ten minste acht maanden.
* Ontwikkeling van het functioneren op lichaamsniveau, tasten voelen en proeven.
* Ontwikkeling van motoriek.
* Ontwikkeling van het geheugen.
A-not-B effect: de neiging van een baby om een voorwerpen te zoeken waar het eerder was verstopt
(plaats A) i.p.v. de meest recente plaats waar het verstopt is terwijl het kind toekeek (plaats B).
Piaget: prestatie wordt mogelijk gemaakt door schema’s van interacties met de wereld en
interactieve gebruiksmogelijkheden van ideeën over de wereld. Cognitieve ontwikkeling is het
resultaat van een constante wisselwerking tussen assimilatie en accommodatie.
Assimilatie: mentaal proces dat nieuwe informatie in bestaande schema’s past. Bijv.: een kind leert
in een plaatsjesboek dat een helikopter in de lucht vliegt.
Accommodatie: mentaal proces dat de bestaande schema’s aanpast om nieuwe informatie beter te
kunnen opnemen. Bijv.: het kind ziet een vliegtuig vliegen en roept “helikopter!”, maar zijn moeder
leert hem dat het een vliegtuig is.
- Pre-operationele periode (2 – 7 jaar)
* Leert taal te gebruiken en om objecten te vertegenwoordigen met woorden.
* Classificeert objecten door een enkele functie (bv. blokken op kleur i.p.v. alleen van groot naar
klein of vorm).
* Verfijning van het motoriek.
* Ontwikkeling van het ik, egocentrisme. Het kind leert dat het een eigen persoon is en een eigen
standpunt heeft.
* Animisme: levenloze objecten wordt een ziel toegekend.
* Een kind kan pre-operationeel denken, maar kan dit niet met elkaar in verhouding brengen en nog
geen andere visie dan die van zichzelf. Voorbeeld met glas water A,B en C in het boek.