Hoorcollege: Als opvoeden niet vanzelf gaat p. 172-176 en p. 71-86
Het balansmodel en integratie p. 172-176
Het verschil tussen Bronfenbrenner en het balansmodel:
Bronfenbrenner is een model dat kijkt naar en vanuit het perspectief van de ontwikkeling van
het individuele kind. Balansmodel is een model om te kijken naar de opvoeding van kinderen
Een gemakkelijk en snel instrument om risico- en protectieve factoren in kaart te brengen is
het balansmodel. M.b.v. dit model kan inzicht worden verkregen in de draaglast en
draagkracht in het gezin. Draaglast is het geheel van taken welke ouders en kinderen te
vervullen hebben en de risicofactoren waar zij mee te maken hebben. Draagkracht wordt
hier beschouwd als omgaan met de draaglast. De balans daartussen geeft een goed beeld
of ouders de opvoedingssituatie aankunnen en op welke terreinen er hulp kan worden
aangeboden.
Draaglast: de risicofactoren + de taken van de ouders in het leven
Draagkracht: de beschermende factoren + de vaardigheden van ouders
VUL HIER TABEL IN p.173,
p. 174 en 175
De orthopedagogische theorie p. 71-86
Kok noemt zijn theorie ‘empirisch’, opgebouwd uit ervaringen. Hij is er nooit aan toegekomen
om zijn ideeën te toetsen door middel van wetenschappelijk onderzoek.
Zijn theorie is van toepassing op alle kinderen met ontwikkelingsproblemen.
Ouders ervaren gedrag van hun kind soms als een probleem, Kok noemt het: een vraag.
Complementair gedrag tussen kind en opvoeder.
De orthopedagogische vraagstelling
Elk kind laat in feite door middel van zijn gedrag zien wat hem bezighoudt en wat hij nodig
heeft in de opvoeding. Op die manier kan hij ook een ‘vraag stellen’ om aanpassingen in de
opvoeding. Opvoeders moeten de kunst leren verstaan om die vraag te ‘lezen’ en er
vervolgens met hun opvoedend handelen op in te spelen.
Kok interpreteert gedragsproblemen als een vraag om extra ondersteuning bij het opgroeien,
die in het gedrag van het kind besloten ligt: specifiek opvoeden. Dat houdt dus in dat de
opvoeder speciale accenten legt in zijn opvoedingsgedrag en opvoedingshouding, waardoor
het kind weer kansen krijgt om zich te ontwikkelen.
Het opvoedingsproces
De ontwikkeling van een kind bestaat uit een samenspel van twee aspecten:
1. Het affectieve aspect heeft betrekking op het gevoelsleven en op affectieve relaties met
andere mensen, bijv. het gevoel ergens bij te horen.
2. Het cognitieve aspect betreft het leren kennen en begrijpen van de wereld om zich
heen. Die wereld presenteert zich in structuren: ruimtelijke structuren, tijdsstructuren,
structuren in taal en sociale structuren.
Strategieën:
1egraads: adviezen die je in het dagelijkse leven kan toepassen
2egraads: training of informatie aanbieden bijv. een cursus of speciale training
3egraads: therapeutische behandeling, langdurig bijv. maatwerk voor het specifieke kind
, Week 5
Soms zijn meerdere soorten vraagstellingen bij 1 kind aanwezig. Een beetje op die as, een
beetje op die as. Dat kun je tekenen in een figuur: