Pathologie Evelien Floor
Tumoren
Tumor betekent letterlijk zwelling, echter wordt in de praktijk vaak kanker bedoeld. De incidentie van
een bepaalde soort kanker is niet per se gelijk aan de mortaliteit. De ene soort kanker is beter te
behandelen dan de andere soort.
Vormen van groei
Er zijn drie vormen van groei: normale groei, aangepaste groei en autonome groei. Bij aangepaste
groei vinden er adaptaties plaats, we spreken van gecontroleerde groeistoornissen. De
gecontroleerde groeistoornissen zijn onder te verdelen in kwantitatieve en kwalitatieve
groeistoornissen. Bij autonome groei hebben we het over ongecontroleerde groeistoornissen ofwel
tumorgroei. Hierbij ontwikkelen zich goedaardige of kwaadaardige tumoren.
Gecontroleerde groei
Kwantitatieve groeistoornis
Bij een kwantitatieve groeistoornis kan er afname of toename van weefsel zijn. Bij een afname van
weefsel spreekt men van atrofie. Bij een toename van weefsel kan dit zijn in de vorm van hypertrofie,
hyperplasie of een combinatie hiervan.
Hypertrofie houdt in dat de cellen toenemen in grootte, maar het aantal cellen blijft gelijk.
Hypertrofie treedt bijvoorbeeld op in de baarmoeder tijdens een zwangerschap, het aantal cellen
blijft gelijk. Hyperplasie houdt in dat er een toename is in het aantal cellen. Hyperplasie treedt
bijvoorbeeld op bij het ontwikkelen van de borsten.
Kwalitatieve groeistoornis
Bij een kwalitatieve groeistoornis kan metaplasie of dysplasie optreden. Metaplasie is vaak een
compensatiemechanisme (bijvoorbeeld bij chronische irritatie) waarbij een gedifferentieerd weefsel
overgaat in een ander gedifferentieerd weefsel. Dysplasie is een abnormale differentiatie waardoor
het weefsel ordeloos wordt. Cellen zelf zien er afwijkend uit en er zijn vaak meer celdelingen dan
normaal. Dysplasie wordt gegradeerd in drie groepen: gering, matig en ernstig (= carcinoma in situ).
Geringe of matige dysplasie kan nog reversibel zijn.
Metaplasie en dysplasie kunnen een eerste stap zijn richting kanker en zijn daarom belangrijk om op
tijd te herkennen.
Ongecontroleerde groei
Een neoplasma (tumor) is een abnormale weefselmassa waarvan de groei ongecontroleerd is en
uitstijgt boven die van normaal weefsel, ook na stoppen van de stimulus die de verandering
veroorzaakte. Het neoplasma is niet van nut, ongunstig voor de gastheer en vrijwel autonoom. Een
tumor bestaat uit parenchym en (desmoplastisch) stroma. Een tumor kan goedaardig (benigne) of
kwaadaardig (maligne) zijn.
Benigne tumoren
De meeste goedaardige tumoren zijn epitheliaal maar kunnen ook mesenchymaal zijn. De
naamgeving van benigne epitheliale tumoren is vaak gebaseerd op de cel van origine of het
macroscopisch/microscopisch patroon. De naamgeving van benigne mesenchymale tumoren is
gebaseerd op de cel van origine plus het achtervoegsel -oom/ -oma.
Maligne tumoren
Een kenmerk van maligne tumoren is atypie van cellen en infiltratie in het onderliggende weefsel, het
breekt door de basaalmembraan. De naamgeving van maligne epitheliale tumoren is gebaseerd op
de groeiwijze of cel van origine plus het achtervoegsel -carcinoom. De naamgeving van maligne
mesenchymale tumoren is gebaseerd op de cel van origine plus het achtervoegsel -sarcoom.
1
Tumoren
Tumor betekent letterlijk zwelling, echter wordt in de praktijk vaak kanker bedoeld. De incidentie van
een bepaalde soort kanker is niet per se gelijk aan de mortaliteit. De ene soort kanker is beter te
behandelen dan de andere soort.
Vormen van groei
Er zijn drie vormen van groei: normale groei, aangepaste groei en autonome groei. Bij aangepaste
groei vinden er adaptaties plaats, we spreken van gecontroleerde groeistoornissen. De
gecontroleerde groeistoornissen zijn onder te verdelen in kwantitatieve en kwalitatieve
groeistoornissen. Bij autonome groei hebben we het over ongecontroleerde groeistoornissen ofwel
tumorgroei. Hierbij ontwikkelen zich goedaardige of kwaadaardige tumoren.
Gecontroleerde groei
Kwantitatieve groeistoornis
Bij een kwantitatieve groeistoornis kan er afname of toename van weefsel zijn. Bij een afname van
weefsel spreekt men van atrofie. Bij een toename van weefsel kan dit zijn in de vorm van hypertrofie,
hyperplasie of een combinatie hiervan.
Hypertrofie houdt in dat de cellen toenemen in grootte, maar het aantal cellen blijft gelijk.
Hypertrofie treedt bijvoorbeeld op in de baarmoeder tijdens een zwangerschap, het aantal cellen
blijft gelijk. Hyperplasie houdt in dat er een toename is in het aantal cellen. Hyperplasie treedt
bijvoorbeeld op bij het ontwikkelen van de borsten.
Kwalitatieve groeistoornis
Bij een kwalitatieve groeistoornis kan metaplasie of dysplasie optreden. Metaplasie is vaak een
compensatiemechanisme (bijvoorbeeld bij chronische irritatie) waarbij een gedifferentieerd weefsel
overgaat in een ander gedifferentieerd weefsel. Dysplasie is een abnormale differentiatie waardoor
het weefsel ordeloos wordt. Cellen zelf zien er afwijkend uit en er zijn vaak meer celdelingen dan
normaal. Dysplasie wordt gegradeerd in drie groepen: gering, matig en ernstig (= carcinoma in situ).
Geringe of matige dysplasie kan nog reversibel zijn.
Metaplasie en dysplasie kunnen een eerste stap zijn richting kanker en zijn daarom belangrijk om op
tijd te herkennen.
Ongecontroleerde groei
Een neoplasma (tumor) is een abnormale weefselmassa waarvan de groei ongecontroleerd is en
uitstijgt boven die van normaal weefsel, ook na stoppen van de stimulus die de verandering
veroorzaakte. Het neoplasma is niet van nut, ongunstig voor de gastheer en vrijwel autonoom. Een
tumor bestaat uit parenchym en (desmoplastisch) stroma. Een tumor kan goedaardig (benigne) of
kwaadaardig (maligne) zijn.
Benigne tumoren
De meeste goedaardige tumoren zijn epitheliaal maar kunnen ook mesenchymaal zijn. De
naamgeving van benigne epitheliale tumoren is vaak gebaseerd op de cel van origine of het
macroscopisch/microscopisch patroon. De naamgeving van benigne mesenchymale tumoren is
gebaseerd op de cel van origine plus het achtervoegsel -oom/ -oma.
Maligne tumoren
Een kenmerk van maligne tumoren is atypie van cellen en infiltratie in het onderliggende weefsel, het
breekt door de basaalmembraan. De naamgeving van maligne epitheliale tumoren is gebaseerd op
de groeiwijze of cel van origine plus het achtervoegsel -carcinoom. De naamgeving van maligne
mesenchymale tumoren is gebaseerd op de cel van origine plus het achtervoegsel -sarcoom.
1