Inhoudsopgave
1. De student interpreteert en legt het schema van A. Cools uit en kan het toepassen.........................................2
2. De student legt de verschillende pathologiën uit van het schema van A. Cools. (Oorzaken, Gevolgen) Slap – Slap –
Bankart – Scapuladisconosie – Gird – Rotatorcuff – anterieure instabiliteit..........................................................4
a. Slap.........................................................................................................................................................................4
b. Bankart...................................................................................................................................................................5
c. Scapula dyskinesie..................................................................................................................................................6
d. Gird.........................................................................................................................................................................7
e. Rotatorcuff.............................................................................................................................................................8
f. Anterieure instabiliteit............................................................................................................................................9
3. De student kan het onderzoek van de verschillende pathologiën van het schema van A. Cools differentiëren.10
4. De student kent de verschillende behandelopties zoals genoemd in het schema van A. Cools........................12
5. De student legt uit wat het schouder netwerk inhoud en hoe het is opgebouwd............................................12
6. De student reproduceert de totale anatomie van de schoudergordel.............................................................14
7. De student reproduceert de biomechanica en van de schoudergordel en van de abductie elevatie beweging. 16
8. De student legt uit wat referred pain, painfull arc en eindstandige pijn is.......................................................16
a. Referred pain........................................................................................................................................................16
b. Painfull arc...........................................................................................................................................................16
c. Eindstandige pijn..................................................................................................................................................17
, 1. De student interpreteert en legt het schema van A.
Cools uit en kan het toepassen.
Extern kan je onderverdelen in:
Extern subacromiaal Primair impingement = Secundair impingement =
impingment =
wordt de ruimte onder het ontstaat de imklemming in weefsels
schouderdak te klein door lokale die lager dan de kop van de bovenarm
Inklemming van weke delen buiten vernaderingen die plaatsvinden in zijn gepositioneerd. Het probleem ligt
het glenohumerale gewrichtskapsel weefsels boven de kop van de vaak meer regionaal(instabiliteit,
(extracapsulair) tijdens een actieve bovenarm. Vaak speelt veroudering verkeerde houding, trauma)
elevatiebeweging van de arm. een rol.
De impingment is extern als : De impingment is primair als: Impingement is secundair als :
- jobe + - Relocation (pijn) – - Relocation (pijn) +
- Neer(anterior) +
- HK +
Apprehension (pain, anterior) +
, Primair impingement kun je Secundair impingement kun je
onderverdelen in: onderverdelen in:
Rotatorcuff pathologie: - Rotatorcuff pathologie:
- Full can + o Full can +
- Scapula dyskinesie:
o SAT +
o SRT +
- Instabiliteit:
o Laxiteit test +
o Apprehension
(instabiliteit) +
o Relocation
(instabiliteit) +
- (bicepsm-SLAP leasie):
o (o`brien +)
o (speeds +)
o (biceps load 2 +)
- (GIRD)
o (IR)
o (ROM minder)
Intern impingement bestaat uit: Secundair impingement kun je
onderverdelen in:
Intern posterior-superior glenoid Secundair impingement = - Rotatorcuff pathologie:
impingement = o Full can +
ontstaat de imklemming in weefsels - Scapula dyskinesie:
Inklemming van weke delen binnen die lager dan de kop van de bovenarm
o SAT +
het glenohumerale gewrichtskapsel zijn gepositioneerd. Het probleem ligt
o SRT +
(art. humeri, intracapsulair) bij een vaak meer regionaal(instabiliteit,
actieve elevatiebeweging van de arm. verkeerde houding, trauma) - Instabiliteit:
o Laxiteit test +
o Apprehension
(instabiliteit) +
o Relocation
(instabiliteit) +
- (bicepsm-SLAP leasie):
o (o`brien +)
o (speeds +)
o (biceps load 2 +)
- (GIRD)
o (IR)
o (ROM minder)
Impingement is intern als: Impingement is secundair als :
- Jobe – - Relocation (pijn) +
- Neer (posterior) +
- HK +
- Apprehension (pain, posterior)
+
1. De student interpreteert en legt het schema van A. Cools uit en kan het toepassen.........................................2
2. De student legt de verschillende pathologiën uit van het schema van A. Cools. (Oorzaken, Gevolgen) Slap – Slap –
Bankart – Scapuladisconosie – Gird – Rotatorcuff – anterieure instabiliteit..........................................................4
a. Slap.........................................................................................................................................................................4
b. Bankart...................................................................................................................................................................5
c. Scapula dyskinesie..................................................................................................................................................6
d. Gird.........................................................................................................................................................................7
e. Rotatorcuff.............................................................................................................................................................8
f. Anterieure instabiliteit............................................................................................................................................9
3. De student kan het onderzoek van de verschillende pathologiën van het schema van A. Cools differentiëren.10
4. De student kent de verschillende behandelopties zoals genoemd in het schema van A. Cools........................12
5. De student legt uit wat het schouder netwerk inhoud en hoe het is opgebouwd............................................12
6. De student reproduceert de totale anatomie van de schoudergordel.............................................................14
7. De student reproduceert de biomechanica en van de schoudergordel en van de abductie elevatie beweging. 16
8. De student legt uit wat referred pain, painfull arc en eindstandige pijn is.......................................................16
a. Referred pain........................................................................................................................................................16
b. Painfull arc...........................................................................................................................................................16
c. Eindstandige pijn..................................................................................................................................................17
, 1. De student interpreteert en legt het schema van A.
Cools uit en kan het toepassen.
Extern kan je onderverdelen in:
Extern subacromiaal Primair impingement = Secundair impingement =
impingment =
wordt de ruimte onder het ontstaat de imklemming in weefsels
schouderdak te klein door lokale die lager dan de kop van de bovenarm
Inklemming van weke delen buiten vernaderingen die plaatsvinden in zijn gepositioneerd. Het probleem ligt
het glenohumerale gewrichtskapsel weefsels boven de kop van de vaak meer regionaal(instabiliteit,
(extracapsulair) tijdens een actieve bovenarm. Vaak speelt veroudering verkeerde houding, trauma)
elevatiebeweging van de arm. een rol.
De impingment is extern als : De impingment is primair als: Impingement is secundair als :
- jobe + - Relocation (pijn) – - Relocation (pijn) +
- Neer(anterior) +
- HK +
Apprehension (pain, anterior) +
, Primair impingement kun je Secundair impingement kun je
onderverdelen in: onderverdelen in:
Rotatorcuff pathologie: - Rotatorcuff pathologie:
- Full can + o Full can +
- Scapula dyskinesie:
o SAT +
o SRT +
- Instabiliteit:
o Laxiteit test +
o Apprehension
(instabiliteit) +
o Relocation
(instabiliteit) +
- (bicepsm-SLAP leasie):
o (o`brien +)
o (speeds +)
o (biceps load 2 +)
- (GIRD)
o (IR)
o (ROM minder)
Intern impingement bestaat uit: Secundair impingement kun je
onderverdelen in:
Intern posterior-superior glenoid Secundair impingement = - Rotatorcuff pathologie:
impingement = o Full can +
ontstaat de imklemming in weefsels - Scapula dyskinesie:
Inklemming van weke delen binnen die lager dan de kop van de bovenarm
o SAT +
het glenohumerale gewrichtskapsel zijn gepositioneerd. Het probleem ligt
o SRT +
(art. humeri, intracapsulair) bij een vaak meer regionaal(instabiliteit,
actieve elevatiebeweging van de arm. verkeerde houding, trauma) - Instabiliteit:
o Laxiteit test +
o Apprehension
(instabiliteit) +
o Relocation
(instabiliteit) +
- (bicepsm-SLAP leasie):
o (o`brien +)
o (speeds +)
o (biceps load 2 +)
- (GIRD)
o (IR)
o (ROM minder)
Impingement is intern als: Impingement is secundair als :
- Jobe – - Relocation (pijn) +
- Neer (posterior) +
- HK +
- Apprehension (pain, posterior)
+