De hoeveelheid vocht dat zich ophoopt in een weefsel is afhankelijk van drukverschillen, de geleiding
van het bloed en de reflectiecoefficient (hoe strak zit het endotheel, hoe permeabel is een barriere).
3L per dag komt in het interstitium terecht omdat er meer vocht uittreedt dan er weer terug naar het
bloed wordt gehaald. Dit wordt afgevoerd door het lymfe systeem. Uiteindelijk komt de lymfe
terecht in de ductus thoracicus en die mondt uit in je linker arteria subclavia. Daar zit ook de klier van
Virchow. Als je dus de supraclaviculaire klier links voelen, dan kan het zijn dat tumorcellen met de
lymfestroom in die klier terecht zijn gekomen.
In het veneuze netwerk is de bloeddruk 0. Hoe kan dit dan? Het bloed moet namelijk weer in het
rechter atrium terecht komen. Dit werkt via spierpompjes als hulpsysteem. Als de hulpsystemen niet
goed werken, zou dit ook een oorzaak voor oedeem kunnen zijn.
Voorbeeld van een spierpomp: Kuitspieren. Door aanspanning van de kuitspieren tijdens lopen wordt
er tegen het veneuze vat aangeduwd en wordt het bloed vooruit geduwd. Niet achteruit, omdat er
kleppen in de venen zitten.
Ademhalingspomp. Door vergroting thorax bij ademhaling krijg je een negatieve druk. Bloed wordt
aangezogen. Bij de uitademing kan het bloed niet terug door de kleppen. Bij de uitademing werk je
ook met je buikspieren, waardoor het bloed daar boven geduwd wordt.
Als je gaat zwemmen, moet je vlak daarna plassen. Dit komt omdat er druk op het interstitium wordt
uitgeoefend door het water in het zwembad. Hierdoor wordt vocht in de bloedvaten geduwd. Het
circulerend volume neemt toe en de uitscheiding in de nieren ook. Je wordt ook heel rimpelig.
Waarom krijg je als eerste een oedeem in het gezicht en in de oogleden bij een probleem met de
oncotische druk (door nefrotisch syndroom b.v.)? Omdat de weerstand in het interstitium lager is kan
er makkelijker oedeem ontstaan.
Pitting oedeem:
hartfalen. Door filevorming gaat vocht uittreden uit de bloedvaten en naar het interstitium.
Je kunt het vocht wegdrukken. Starling.
Angioneurotisch oedeem. Door lokale reactie (vaak allergisch) op een geneesmiddel of
lichaamsvreemde stof (wespensteek) krijg je lokaal oedeem. Starling.
Diep veneuze trombose. Starling.
Non-pitting oedeem:
Lymfeoedeem: begonnen door geen afvloed van lymfe (na borstkanker en weghalen
lymfeklieren b.v.), dus wel Starling, maar vervolgens is er verbindweefseling ontstaan van het
interstitium waardoor je een non-pitting oedeem krijgt. Geen starling (wel zo begonnen).
Myxoedeem: verdikking op onderbeen. Komt voor bij patienten met hypothyreodie.
Ontstaan van colloide weefsel op de plekken van de verdikking. Heeft niks met starling te
maken.
Lipoedeem: toename van vetweefsel op de benen door genetische aandoening. Kan niks aan
gedaan worden, vetweefsel dat prolifereert. Geen starling.
Retinaal oedeem (papiloedeem). Wel starling, bij voorbeeld bij langer bestaande hoge
bloeddruk of als de capillairen aangedaan zijn van het oog.
Longoedeem. Linkszijdig hartfalen. Dan krijg je een astma cardiale aanval. Extreme
benauwdheid. In beide longen te vinden.