1. Wat is het principe achter het scheiden van moleculen met behulp van chromatografie? → nieuwe
vraag
Bij chromatografie hebben we 2 fasen met verschil in zowel fasetoestand/hoeveelheid fasen (2 niet
mengbare vloeistoffen) als verschil in moleculaire interactiemogelijkheden.
Een van beide fasen is stationair (beweegt niet, meestal een vaste stof, maar het kan ook een
vloeistof zijn) en de andere fase (mobiel, een vloeistof of gas) beweegt langs de stationaire fase. Net
zoals in een 2 fasensysteem (vergelijk het met P en D uit WC 4) zal een analiet zich verdelen over deze
2 fasen. Verdeling over de 2 systemen zal gebeuren op basis van moleculaire interacties van de analiet
met de stationaire en mobiele fase. Elke analiet zal hierbij even lang in de mobiele fase doorbrengen,
maar niet even lang in de stationaire fase. De verblijftijd in/aan de stationaire fase zorgt dus voor een
verschillende vertraging (retentie) en verschil in retentietijd.
2. Koppel het type chromatografie in de eerste lijst (1-6) aan de juiste karakteristiek in de tweede lijst
(A-F).
1. Adsorptiechromatografie
2. Verdelingschromatografie
3. Ionenwisselingschromatografie
4. Chirale chromatografie
5. Affiniteitschromatografie
6. Ionpaarchromatografie
A. Ionen in de mobiele fase worden aangetrokken door tegenionen die covalent aan de stationaire fase
zijn gebonden.
B. Analieten* gaan een selectieve interactie aan met specifieke functionele groepen of moleculen die
aan de stationaire fase gebonden zijn.
C. Analieten* verdelen zich over de mobiele fase en het oppervlakte van de stationaire fase.
D. Ionen worden gescheiden op een RP-HPLC kolom door een interactie met een tegengesteld geladen
surfactant dat aan de mobiele fase is toegevoegd.
E. Analieten* verdelen zich over de mobiele fase en een dunne vloeistofachtige film op de stationaire
fase.
F. Analieten* gaan een selectieve interactie aan op basis van hun ruimtelijke structuur met specifieke
ruimtelijke structuren van groepen of moleculen die aan de stationaire fase gebonden zijn.
*Analieten: de te analyseren of te scheiden stoffen.
1. C
2. E
3. A
4. F
5. B
6. D
2) Het geneesmiddel enalapril moet met RP-HPLC worden gescheiden van het conserveermiddel MOB. Op
de gebruikte stationaire fase zijn de k (retentiefactor) van MOB en enalapril 3,1 en 3,5 respectievelijk.
De dode tijd tm van de kolom is 2,0 min.
a. Verklaar de termen tm, k en tr.
tm= dode tijd= tijd die een stof zonder retentie nodig heeft tussen injectie en detectie.