VPB, werkgroep 3
Opgave 1
Jeroen houdt zich bezig met de handel in boekenkasten, die door de klant eenvoudig zelf in elkaar kunnen
worden gezet. De verkoop vindt plaats vanuit een tweetal winkels in Nijmegen en Arnhem.
Deze winkels zijn ondergebracht in afzonderlijke dochtervennootschappen, Ikkeja Arnhem BV en Ikkeja
Nijmegen BV. Omdat Ikkeja Arnhem BV vanwege een verbouwing tijdelijk zelf over onvoldoende opslagruimte
beschikt, wordt gedurende die verbouwingsperiode gebruik gemaakt van opslagruimte van Ikkeja Nijmegen BV.
Ikkeja Nijmegen BV brengt daarvoor geen vergoeding in rekening aan Ikkeja Arnhem BV. Een zakelijke
vergoeding zou € 30.000 hebben bedragen.
Wat zijn de fiscale gevolgen voor Jeroen, Ikkeja Arnhem BV en Ikkeja Nijmegen BV van het om niet beschikbaar
stellen van de opslagruimte door Ikkeja Nijmegen BV aan Ikkeja Arnhem BV? Motiveer uw antwoord.
Je hoeft op het tentamen niet in journaalposten te antwoorden!
Art. 8 t/m 16 = object belastingplicht.
Art. 8 over het bepalen van het belastbaar bedrag (art. 7 en verbinding met inkomstenbelasting = zie vorige
week).
Gebruikmaken van iemands opslagruimte zonder hiervoor te betalen is niet zakelijk. Art. 8b = at arms length-
beginsel = je moet zakelijk handelen.
In casu moet toch huur in aanmerking worden genomen voor het. Bepalen van de winst van Ikkeja Nijmegen.
Nijmegen maakt winst, terwijl Arnhem kosten neemt. Maar eigenlijk is dit niet gebeurd, dus hoe gaan we hier
fiscaalrechtelijk mee om. Het gaat als volgt = het wordt gezien alsof er door Jeroen een informele
kapitaalstorting is gedaan van 30.000 aan Arnhem. Arnhem betaalt dit bedrag aan huur aan Nijmegen en
Nijmegen doet geeft een verkapt dividend van 30.000 aan Jeroen. De 30.000 maakt dus een rondje, maar dit is
wel een duur rondje voor Jeroen, want omdat de 30.000 uiteindelijk als verkapt dividend terechtkomt bij
Jeroen is dit bedrag belast in box 2 met 25%. Arnhem krijgt de 30.000, maar kan de kosten voor huur aftrekken
van de winst. Nijmegen krijgt later de 30.000 en dit verhoogt haar winst, dus hier moet zij
vennootschapsbelasting over betalen.
Dus wanneer de DGA een storting doet aan de BV = informele kapitaalstorting.
Doet de BV een storting aan de DGA = verkapt dividend.
Opgave 2
Kapitein BV staat aan de top van een textielconcern en houdt alle aandelen in Matroos BV en in Dekzwabber
BV. Tot het vermogen van Matroos BV behoort een machine, die op de fiscale vermogensopstelling van
Matroos BV op 1 januari 2018 te boek staat voor € 200.000. De waarde in het economische verkeer van de
machine bedraagt op dat moment € 500.000.
a. Wat zijn de gevolgen voor de heffing van de vennootschapsbelasting indien op 1 januari 2018 Matroos
BV de machine verkoopt aan Kapitein BV voor € 400.000? Motiveer uw antwoord.
Verkoop van machine door Matroos BV aan Kapitein BV voor minder dan de waarde in het
economisch verkeer. De keuze om voor deze prijs te verkopen heeft natuurlijk te maken met de
aandeelhoudersrelatie tussen Kapitein en Matroos. Als de machine voor 500.000 was verkocht dan
was 300.000 winst gemaakt. Hoe zorgen we ervoor dat er toch over 300.000 vennootschapsbelasting
wordt betaald? Want nu is er onzakelijk gehandeld en dat is in strijd met art. 8b. Art. 8b zegt dat je in
dat geval de winst moet bepalen alsof voorwaarden in het economisch verkeer zijn overeengekomen.
Kapitein moet de machine voor + 500.000 op de balans zetten, bank – 500.0000, verkapt dividend = +
100.000.
Op de balans van Matroos moet worden uitgegaan van voorwaarden die in het economisch verkeer
zouden zijn overeengekomen = 500.000 gekregen, machine – 200.000 = 300.000 winst.
, De 100.000 voordeel die Kapitein heeft gekregen, is verkapt dividend en daarover moet
dividendbelasting betaald worden. Maar omdat Kapitein BV meer dan 5% van de aandelen in Matroos
bezit (100%), zal de dividenduitkering onder de deelnemingsvrijstelling vallen.
b. Wat zijn de gevolgen voor de heffing van de vennootschapsbelasting indien op 1 januari 2018 Matroos
BV de machine verkoopt aan Kapitein BV voor € 600.000? Motiveer uw antwoord.
In dit geval verkoopt Matroos de machine voor meer dan de waarde in het economisch verkeer,
vanwege de aandeelhoudersrelatie. Dit is ook onzakelijk en moet dus ook zakelijk gemaakt worden op
grond van art. 8b vpb. Er is hier sprake van een informele kapitaalstorting door Kapitein aan Matroos.
De machine heeft een waarde van 200.000, de waarde in het economisch verkeer is 500.000. We gaan
ervan uit dat de machine voor de werkelijke waarde is verkocht en dus geen 400.000 winst, maar
300.000. De overige 100.000 is een informele kapitaalstorting van Kapitein aan Matroos, maar dit is
niet belast, de overige 300.000 wel. Kapitein moet de machine op de balans zetten voor 500.000 en
niet voor 600.000. Kapitein mag dus over de hogere aankoopprijs niet afschrijven.
c. Wat zijn de gevolgen voor de heffing van de vennootschapsbelasting indien op 1 januari 2018 Matroos
BV de machine verkoopt aan Dekzwabber BV voor € 400.000? Motiveer uw antwoord.
Verkoop van machine door Matroos aan Dekzwabber (een zustervennootschap) voor minder dan de
waarde in het economisch verkeer, namelijk 400.000 i.p.v. 500.000. In dit geval is er op grond van art.
8b lid 2 jo. lid 1 onzakelijk gehandeld en moet dit zakelijk gemaakt worden.
In de casus wordt het verschil van 100.000 als winst gezien voor Matroos, is de 100.000 een verkapte
dividenduitkering die door Matroos wordt gedaan aan Kapitein en hiermee doet Kapitein weer een
informele kapitaalstorting bij Dekzwabber.
Je kunt als zustermaatschappijen dus niet informeel kapitaal storten onderling, maar dit gaat via de
moedermaatschappij.
d. Wat zijn de gevolgen voor de heffing van de vennootschapsbelasting indien op 1 januari 2018 Matroos
BV de machine verkoopt aan Dekzwabber BV voor € 600.000? Motiveer uw antwoord.
Verkoop van de machine door Matroos aan Dekzwabber (een zustervennootschap) voor meer dan de
waarde in het economisch verkeer, namelijk 600.000 i.p.v. 500.000 is ook onzakelijk op grond van art.
8b lid 2 jo. lid 1 en dit moet weer zakelijk gemaakt worden.
Dekzwabber moet de machine voor 500.000 op de balans zetten in plaats van 600.000. Dekzwabber
doet een verkapte dividenduitkering aan Kapitein van 100.000 die Kapitein weer gebruikt voor een
informele kapitaalstorting in Matroos. Matroos maakt 300.000 winst en krijgt dus een informele
kapitaalstorting van 100.000.
Opgave 3
Jansen Holding BV is in bezit van alle aandelen in Jansen BV, een groothandel in boekenkasten. Als gevolg van
de malaise in de meubelbranche zijn de laatste jaren verliezen geleden zodanig dat het eigen vermogen van
Jansen BV negatief is. Jansen Holding BV is echter hoopvol gestemd en verwacht een zonnige toekomst.
Daarom verstrekt Jansen Holding BV per 1 januari 2017 een geldlening van € 300.000 aan Jansen BV voor de
financiering van een nieuwe collectie en de ontwikkeling van een eigen webshop. De looptijd van de lening is 5
jaar en de rentevoet bedraagt nihil. Door Jansen Holding BV zijn geen zekerheden geëist. Helaas blijkt de hoop
op niets gebaseerd; de nieuwe collectie verkoopt niet en ook de webshop leidt niet tot extra omzet. Het ziet
ernaar uit dat Jansen Holding BV haar geld kwijt is. De waarde in het economische verkeer van de vordering,
nominaal € 300.000, bedraagt ultimo 2017 dan ook nihil.
Opgave 1
Jeroen houdt zich bezig met de handel in boekenkasten, die door de klant eenvoudig zelf in elkaar kunnen
worden gezet. De verkoop vindt plaats vanuit een tweetal winkels in Nijmegen en Arnhem.
Deze winkels zijn ondergebracht in afzonderlijke dochtervennootschappen, Ikkeja Arnhem BV en Ikkeja
Nijmegen BV. Omdat Ikkeja Arnhem BV vanwege een verbouwing tijdelijk zelf over onvoldoende opslagruimte
beschikt, wordt gedurende die verbouwingsperiode gebruik gemaakt van opslagruimte van Ikkeja Nijmegen BV.
Ikkeja Nijmegen BV brengt daarvoor geen vergoeding in rekening aan Ikkeja Arnhem BV. Een zakelijke
vergoeding zou € 30.000 hebben bedragen.
Wat zijn de fiscale gevolgen voor Jeroen, Ikkeja Arnhem BV en Ikkeja Nijmegen BV van het om niet beschikbaar
stellen van de opslagruimte door Ikkeja Nijmegen BV aan Ikkeja Arnhem BV? Motiveer uw antwoord.
Je hoeft op het tentamen niet in journaalposten te antwoorden!
Art. 8 t/m 16 = object belastingplicht.
Art. 8 over het bepalen van het belastbaar bedrag (art. 7 en verbinding met inkomstenbelasting = zie vorige
week).
Gebruikmaken van iemands opslagruimte zonder hiervoor te betalen is niet zakelijk. Art. 8b = at arms length-
beginsel = je moet zakelijk handelen.
In casu moet toch huur in aanmerking worden genomen voor het. Bepalen van de winst van Ikkeja Nijmegen.
Nijmegen maakt winst, terwijl Arnhem kosten neemt. Maar eigenlijk is dit niet gebeurd, dus hoe gaan we hier
fiscaalrechtelijk mee om. Het gaat als volgt = het wordt gezien alsof er door Jeroen een informele
kapitaalstorting is gedaan van 30.000 aan Arnhem. Arnhem betaalt dit bedrag aan huur aan Nijmegen en
Nijmegen doet geeft een verkapt dividend van 30.000 aan Jeroen. De 30.000 maakt dus een rondje, maar dit is
wel een duur rondje voor Jeroen, want omdat de 30.000 uiteindelijk als verkapt dividend terechtkomt bij
Jeroen is dit bedrag belast in box 2 met 25%. Arnhem krijgt de 30.000, maar kan de kosten voor huur aftrekken
van de winst. Nijmegen krijgt later de 30.000 en dit verhoogt haar winst, dus hier moet zij
vennootschapsbelasting over betalen.
Dus wanneer de DGA een storting doet aan de BV = informele kapitaalstorting.
Doet de BV een storting aan de DGA = verkapt dividend.
Opgave 2
Kapitein BV staat aan de top van een textielconcern en houdt alle aandelen in Matroos BV en in Dekzwabber
BV. Tot het vermogen van Matroos BV behoort een machine, die op de fiscale vermogensopstelling van
Matroos BV op 1 januari 2018 te boek staat voor € 200.000. De waarde in het economische verkeer van de
machine bedraagt op dat moment € 500.000.
a. Wat zijn de gevolgen voor de heffing van de vennootschapsbelasting indien op 1 januari 2018 Matroos
BV de machine verkoopt aan Kapitein BV voor € 400.000? Motiveer uw antwoord.
Verkoop van machine door Matroos BV aan Kapitein BV voor minder dan de waarde in het
economisch verkeer. De keuze om voor deze prijs te verkopen heeft natuurlijk te maken met de
aandeelhoudersrelatie tussen Kapitein en Matroos. Als de machine voor 500.000 was verkocht dan
was 300.000 winst gemaakt. Hoe zorgen we ervoor dat er toch over 300.000 vennootschapsbelasting
wordt betaald? Want nu is er onzakelijk gehandeld en dat is in strijd met art. 8b. Art. 8b zegt dat je in
dat geval de winst moet bepalen alsof voorwaarden in het economisch verkeer zijn overeengekomen.
Kapitein moet de machine voor + 500.000 op de balans zetten, bank – 500.0000, verkapt dividend = +
100.000.
Op de balans van Matroos moet worden uitgegaan van voorwaarden die in het economisch verkeer
zouden zijn overeengekomen = 500.000 gekregen, machine – 200.000 = 300.000 winst.
, De 100.000 voordeel die Kapitein heeft gekregen, is verkapt dividend en daarover moet
dividendbelasting betaald worden. Maar omdat Kapitein BV meer dan 5% van de aandelen in Matroos
bezit (100%), zal de dividenduitkering onder de deelnemingsvrijstelling vallen.
b. Wat zijn de gevolgen voor de heffing van de vennootschapsbelasting indien op 1 januari 2018 Matroos
BV de machine verkoopt aan Kapitein BV voor € 600.000? Motiveer uw antwoord.
In dit geval verkoopt Matroos de machine voor meer dan de waarde in het economisch verkeer,
vanwege de aandeelhoudersrelatie. Dit is ook onzakelijk en moet dus ook zakelijk gemaakt worden op
grond van art. 8b vpb. Er is hier sprake van een informele kapitaalstorting door Kapitein aan Matroos.
De machine heeft een waarde van 200.000, de waarde in het economisch verkeer is 500.000. We gaan
ervan uit dat de machine voor de werkelijke waarde is verkocht en dus geen 400.000 winst, maar
300.000. De overige 100.000 is een informele kapitaalstorting van Kapitein aan Matroos, maar dit is
niet belast, de overige 300.000 wel. Kapitein moet de machine op de balans zetten voor 500.000 en
niet voor 600.000. Kapitein mag dus over de hogere aankoopprijs niet afschrijven.
c. Wat zijn de gevolgen voor de heffing van de vennootschapsbelasting indien op 1 januari 2018 Matroos
BV de machine verkoopt aan Dekzwabber BV voor € 400.000? Motiveer uw antwoord.
Verkoop van machine door Matroos aan Dekzwabber (een zustervennootschap) voor minder dan de
waarde in het economisch verkeer, namelijk 400.000 i.p.v. 500.000. In dit geval is er op grond van art.
8b lid 2 jo. lid 1 onzakelijk gehandeld en moet dit zakelijk gemaakt worden.
In de casus wordt het verschil van 100.000 als winst gezien voor Matroos, is de 100.000 een verkapte
dividenduitkering die door Matroos wordt gedaan aan Kapitein en hiermee doet Kapitein weer een
informele kapitaalstorting bij Dekzwabber.
Je kunt als zustermaatschappijen dus niet informeel kapitaal storten onderling, maar dit gaat via de
moedermaatschappij.
d. Wat zijn de gevolgen voor de heffing van de vennootschapsbelasting indien op 1 januari 2018 Matroos
BV de machine verkoopt aan Dekzwabber BV voor € 600.000? Motiveer uw antwoord.
Verkoop van de machine door Matroos aan Dekzwabber (een zustervennootschap) voor meer dan de
waarde in het economisch verkeer, namelijk 600.000 i.p.v. 500.000 is ook onzakelijk op grond van art.
8b lid 2 jo. lid 1 en dit moet weer zakelijk gemaakt worden.
Dekzwabber moet de machine voor 500.000 op de balans zetten in plaats van 600.000. Dekzwabber
doet een verkapte dividenduitkering aan Kapitein van 100.000 die Kapitein weer gebruikt voor een
informele kapitaalstorting in Matroos. Matroos maakt 300.000 winst en krijgt dus een informele
kapitaalstorting van 100.000.
Opgave 3
Jansen Holding BV is in bezit van alle aandelen in Jansen BV, een groothandel in boekenkasten. Als gevolg van
de malaise in de meubelbranche zijn de laatste jaren verliezen geleden zodanig dat het eigen vermogen van
Jansen BV negatief is. Jansen Holding BV is echter hoopvol gestemd en verwacht een zonnige toekomst.
Daarom verstrekt Jansen Holding BV per 1 januari 2017 een geldlening van € 300.000 aan Jansen BV voor de
financiering van een nieuwe collectie en de ontwikkeling van een eigen webshop. De looptijd van de lening is 5
jaar en de rentevoet bedraagt nihil. Door Jansen Holding BV zijn geen zekerheden geëist. Helaas blijkt de hoop
op niets gebaseerd; de nieuwe collectie verkoopt niet en ook de webshop leidt niet tot extra omzet. Het ziet
ernaar uit dat Jansen Holding BV haar geld kwijt is. De waarde in het economische verkeer van de vordering,
nominaal € 300.000, bedraagt ultimo 2017 dan ook nihil.