Botvormende cellen:
Groeiend bot en botten die door toenemende mechanische krachten worden belast, zoals door
training, zwaarder wordende volwassene), dienen zich aan te passen aan inwerkende krachten.
Dit het functionele adaptie. Net zoals bij het bindweefsel zijn ook in het skelet gespecialiseerde
cellen verantwoordelijk voor die groei, omvorming en reparatie.
Er worden vier typen botcellen beschreven:
- Bone lining cells: Rustende cellen aan botoppervlakken.
- Osteoblasten: Bot bouwers (Bob de Bouwer).
- Osteocyten: Geven osteoblasten een prikkel om bot aan te maken.
- Osteoclasten: Botafbrekers.
Mechanische krachten werken elke dag in op groeiend en volwassen botweefsel en er is voortdurend
activiteit van osteoblasten, osteoclasten en osteocyten. Bij groei en aanpassing wordt ook
botmateriaal afgebroken.
Osteoblasten houden de balans van botaanmaak en afbraak in evenwicht door de aanmaak ten
minste gelijke tred te laten houden met de sloopwerkzaamheden. Als osteoblasten actiever zijn dan
osteoclasten, wordt bot zwaarder (groei, aanpassing). Andersom is een hogere osteoclastenactiviteit
er de oorzaak van dat de botmassa afneemt.
Deze processen worden door lokale factoren, maar ook door hormonen gestuurd.
Osteoblasten en Osteocyten:
Aan de botoppervlakken van spongiosa (sponsachtig bot) en compact bot ligt een dunne
aaneengesloten laag rustende bone lining cells en actieve osteoblasten. De osteoblasten maken een
matrix, waar ze collageen op afzetten (osteoïd).
Dit botcollageen (osteoïd) bevat kristallisatiegebiedjes, die de mineralisatie bevorderen, en daarop
zetten zich kristallen hydroxyapatiet af. Dit zijn complexe organische moleculen die bestaan uit
calium en fosfaat. Als deze mineralisatie is voltooid zijn collageen en hydroxyapatiet hecht met elkaar
verweven. Het uiteindelijke product lijkt op gewapend beton. De collagene vezels zijn de buigzame
wapening en het hydroxyapatiet is het verbindende cement.
Osteoblasten worden bij de botopbouw uiteindelijk helemaal door botmateriaal omgeven, waarna ze
zich omvormen tot osteocyt. Osteocyten liggen opgesloten in een gevangenis (lacuna), maar blijven
actief. Ze geven namelijk de prikkel aan osteoblasten om bot aan te maken.
Met vijftig tot zestig uitlopers per cel maken de osteocyten contact met buurcellen via smalle, in het
bot uitgespaarde gangetjes (canaliculi). De cel uiteinden zijn via gap junctions met elkaar verbonden
en zo vormen zijn een groot communicatienetwerk. No-gas en PGE2 geven activiteit zodat de
osteoblast harder gaat werken. Osteoblasten sturen ook de osteoclastenactiviteit.
Osteoblasten produceren de boodschappersstof RANKL, dat op pre-octeoclasten en osteoclasten de
RANK-receptoren activeert. Pre-osteoblasten worden geactiveerd en osteoclasten eten het bot op.
De osteoblasten bouwen dan weer bot op.
Osteoclasten:
Osteoclasten zijn botafbrekende cellen met meerdere celkernen. Zij vervullen een onmisbare taak bij
het afbreken en omvormen van bot tijdens de groei. Vervolgens zijn ze gedurende het gehele leven
actief bij de aanpassing van bot aan veranderende belastingseisen.
Groeiend bot en botten die door toenemende mechanische krachten worden belast, zoals door
training, zwaarder wordende volwassene), dienen zich aan te passen aan inwerkende krachten.
Dit het functionele adaptie. Net zoals bij het bindweefsel zijn ook in het skelet gespecialiseerde
cellen verantwoordelijk voor die groei, omvorming en reparatie.
Er worden vier typen botcellen beschreven:
- Bone lining cells: Rustende cellen aan botoppervlakken.
- Osteoblasten: Bot bouwers (Bob de Bouwer).
- Osteocyten: Geven osteoblasten een prikkel om bot aan te maken.
- Osteoclasten: Botafbrekers.
Mechanische krachten werken elke dag in op groeiend en volwassen botweefsel en er is voortdurend
activiteit van osteoblasten, osteoclasten en osteocyten. Bij groei en aanpassing wordt ook
botmateriaal afgebroken.
Osteoblasten houden de balans van botaanmaak en afbraak in evenwicht door de aanmaak ten
minste gelijke tred te laten houden met de sloopwerkzaamheden. Als osteoblasten actiever zijn dan
osteoclasten, wordt bot zwaarder (groei, aanpassing). Andersom is een hogere osteoclastenactiviteit
er de oorzaak van dat de botmassa afneemt.
Deze processen worden door lokale factoren, maar ook door hormonen gestuurd.
Osteoblasten en Osteocyten:
Aan de botoppervlakken van spongiosa (sponsachtig bot) en compact bot ligt een dunne
aaneengesloten laag rustende bone lining cells en actieve osteoblasten. De osteoblasten maken een
matrix, waar ze collageen op afzetten (osteoïd).
Dit botcollageen (osteoïd) bevat kristallisatiegebiedjes, die de mineralisatie bevorderen, en daarop
zetten zich kristallen hydroxyapatiet af. Dit zijn complexe organische moleculen die bestaan uit
calium en fosfaat. Als deze mineralisatie is voltooid zijn collageen en hydroxyapatiet hecht met elkaar
verweven. Het uiteindelijke product lijkt op gewapend beton. De collagene vezels zijn de buigzame
wapening en het hydroxyapatiet is het verbindende cement.
Osteoblasten worden bij de botopbouw uiteindelijk helemaal door botmateriaal omgeven, waarna ze
zich omvormen tot osteocyt. Osteocyten liggen opgesloten in een gevangenis (lacuna), maar blijven
actief. Ze geven namelijk de prikkel aan osteoblasten om bot aan te maken.
Met vijftig tot zestig uitlopers per cel maken de osteocyten contact met buurcellen via smalle, in het
bot uitgespaarde gangetjes (canaliculi). De cel uiteinden zijn via gap junctions met elkaar verbonden
en zo vormen zijn een groot communicatienetwerk. No-gas en PGE2 geven activiteit zodat de
osteoblast harder gaat werken. Osteoblasten sturen ook de osteoclastenactiviteit.
Osteoblasten produceren de boodschappersstof RANKL, dat op pre-octeoclasten en osteoclasten de
RANK-receptoren activeert. Pre-osteoblasten worden geactiveerd en osteoclasten eten het bot op.
De osteoblasten bouwen dan weer bot op.
Osteoclasten:
Osteoclasten zijn botafbrekende cellen met meerdere celkernen. Zij vervullen een onmisbare taak bij
het afbreken en omvormen van bot tijdens de groei. Vervolgens zijn ze gedurende het gehele leven
actief bij de aanpassing van bot aan veranderende belastingseisen.