College 7 stabiliteit:
Instabiliteitsklachten:
Patiënten die problemen hebben met het sturen van bewegingen. neuromusculaire klachten.
Fysiologische systemen zijn aangedaan bij instabiliteitsklachten?
Het probleem zit niet alleen in het sensorische deel, maar zeker ook in de neurale verwerking van
deze sensoriek en de motorische output. Het sturen van onze beweging is een complexe interactie
tussen descenderende feedforward-input van motorische programma’s en feedback input vanuit
perifere mechanosensoren. Hierbij vormen feedback en feedforwardcontrole een complementair
systeem.
4 mechanosensoren die vallen onder het proprioceptieve systeem:
- Gewrichtssensoren. Geeft de stand van de gewrichten ten opzichte van elkaar aan.
- Golgi-peessensoren. (zorgt voor een constante kracht, bij het vasthouden van een mok
bijvoorbeeld).
- Spierspoeltjes. (geven informatie over rekbaarheid van de spieren).
- Huidreceptoren.
Cocontractie:
Er is sprake van een (soms continu) verhoogde activiteit van de agonist en de antagonist met als doel
stijfheid van het spierpeescomplex te verhogen.
Voordelen:
Verhoging van de stijfheid van het gewrichtsmeer bestand tegen verstoringen.
Verhoging van de spieractiviteit de gammamotoneuronen worden geactiveerd waardoor de
gevoeligheid van de spierspoeltjes toenemen.
Nadelen:
Cocontractie beperkt de motorische flexibiliteit en daarmee het vermogen.
Het motorisch leren van de patiënt, als de patiënt via cocontractie een meer gecontroleerde wijzen
van bewegen aanleert, leert hij/zij dit niet snel meer af.
Het kost meer energie en is dus minder efficiënt
Pre-activatie: er is sprake van het vroegtijdig activeren van alleen de agonistische spier (feedforward
respons) als een anticipatoire reactie.
Geconstrueerde oefeningen: oefeningen in 1 gewricht, in 1 richting
Functionele oefeningen: oefeningen over meerdere gewrichten/ meerdere richtingen
Actieve mobilisatie: eindstand wordt bereikt door activiteit van een agonist
Passieve mobilisatie : wordt bereikt door een externe kracht
Actieve insufficiëntie: beperking van de bewegingsuitslag door een agonistische spier
Passieve insufficiëntie: beperking van de bewegingsuitslag door een antagonistische spier
Externe focus: je brengt de focus op iets anders dan je eigen lichaam. Bijv.:
Spring en land met je rechter been in de hoepel
Zorg dat je knie tegen mijn hand aankomt
Vang de bal terwijl je op de stepping stones blijft staan
Breng de bal voor je gaat werpen achter je hoofd
Houd de oefentol horizontaal
Instabiliteitsklachten:
Patiënten die problemen hebben met het sturen van bewegingen. neuromusculaire klachten.
Fysiologische systemen zijn aangedaan bij instabiliteitsklachten?
Het probleem zit niet alleen in het sensorische deel, maar zeker ook in de neurale verwerking van
deze sensoriek en de motorische output. Het sturen van onze beweging is een complexe interactie
tussen descenderende feedforward-input van motorische programma’s en feedback input vanuit
perifere mechanosensoren. Hierbij vormen feedback en feedforwardcontrole een complementair
systeem.
4 mechanosensoren die vallen onder het proprioceptieve systeem:
- Gewrichtssensoren. Geeft de stand van de gewrichten ten opzichte van elkaar aan.
- Golgi-peessensoren. (zorgt voor een constante kracht, bij het vasthouden van een mok
bijvoorbeeld).
- Spierspoeltjes. (geven informatie over rekbaarheid van de spieren).
- Huidreceptoren.
Cocontractie:
Er is sprake van een (soms continu) verhoogde activiteit van de agonist en de antagonist met als doel
stijfheid van het spierpeescomplex te verhogen.
Voordelen:
Verhoging van de stijfheid van het gewrichtsmeer bestand tegen verstoringen.
Verhoging van de spieractiviteit de gammamotoneuronen worden geactiveerd waardoor de
gevoeligheid van de spierspoeltjes toenemen.
Nadelen:
Cocontractie beperkt de motorische flexibiliteit en daarmee het vermogen.
Het motorisch leren van de patiënt, als de patiënt via cocontractie een meer gecontroleerde wijzen
van bewegen aanleert, leert hij/zij dit niet snel meer af.
Het kost meer energie en is dus minder efficiënt
Pre-activatie: er is sprake van het vroegtijdig activeren van alleen de agonistische spier (feedforward
respons) als een anticipatoire reactie.
Geconstrueerde oefeningen: oefeningen in 1 gewricht, in 1 richting
Functionele oefeningen: oefeningen over meerdere gewrichten/ meerdere richtingen
Actieve mobilisatie: eindstand wordt bereikt door activiteit van een agonist
Passieve mobilisatie : wordt bereikt door een externe kracht
Actieve insufficiëntie: beperking van de bewegingsuitslag door een agonistische spier
Passieve insufficiëntie: beperking van de bewegingsuitslag door een antagonistische spier
Externe focus: je brengt de focus op iets anders dan je eigen lichaam. Bijv.:
Spring en land met je rechter been in de hoepel
Zorg dat je knie tegen mijn hand aankomt
Vang de bal terwijl je op de stepping stones blijft staan
Breng de bal voor je gaat werpen achter je hoofd
Houd de oefentol horizontaal