Digitaal college spierkracht fysiologie
Doel trainen spierkracht: komen tot prestatie verbetering, spieren passen zich hierbij aan.
Biologische aanpassing: omvang(fitnessen) maar ook bij specifieke taken(duur arbeid)&
ziekte processen.
Situatie bepaald hoe de spier zich aanpast.
Spierkracht is te verbeteren! Alleen de hoogte van de spierkracht varieert natuurlijk (ziekte,
topsport, kleine kinderen)
Wat bepaalt je spierkracht:
1. Contractie vorm
2. Contractie conditie
3. Spiervezeltype
4. Krachtvorm
1.Contractie vorm:
Isometrisch : Geen beweging in gewricht maar wel constante spierspanning.
Concentrisch: Spierverkort
Excentrische: Spier blijft actief maar word langzaam langer.
2. Conditie: bepaalt kracht
In het midden van de spier zit de grootste kracht, dat betekend dat het aantal bindingen van
myosine en actine hier maximaal is.
3. spiervezeltype : bepalen ook kracht
type 1 spiervezels: ingezet bij weinig kracht, aeroob gebruik (zuurstof) , kleine motorunits/.
Type 2b vezels: zeer snel contraherende vezels, veel kracht, grote motorunits, ingezet bij
bewegingen waarbij veel kracht nodig is, snel vermoeid, enkele seconden kracht.
Type 2a vezel: geringe contractie tijd, geringe grote qua motor units organisatie, gemiddeld
kracht kunnen geven, ong 30 min, gemiddeld vermoeid.
4.Krachtvorm:
Maximaal kracht trainen: tegen maximum aanzitten 80 &100% met trainen
Snel kracht: 75% van de maximaal kracht.
Duur kracht trainen: ongeveer 50 % van het maximum
Krachttraining : meten spierkracht.
Meten maximaal kracht: Herhalings maximum : RM
Voorwaarde krachttraining:
Specificiteitsprincipe: train de gevraagde functie: alle principes die hierboven genoemd zijn.
Overload principe: keren per week trainen, intensiteit, volume, juiste series
Trainen van kracht: onafhankelijk van leeftijd , verschillende vormen effectief zijn, geen
geslachtsverschillen , verschillende methoden effectief.
, Digitaal college spierfysiologie:
Hoe ziet een spier eruit? ;
De spier is opgebouwd uit verschillende bundels
Kleinste is myofibriel : is opgebouwd uit verschillende contractiele eiwitten.
- Myosine & actine
- Mysione keten is uit strenge mysione opgebouwd .
- Actine molucul ; 3 soorten; actine , tropomiosine (keten overheen) ,troponine
De werkeenheid spier noemen we sarcomeer (gedeelte van de myofibril) : loopt vanaf de Z-
lijn tot aan de volgende Z-lijn. Hier aan vast zitten de actine moleculen (dunne lijnen) , de
dikke bolvormige structuur is de myosine. In het midden van de myosine keten zit nog een
andere bindweefsel structuur; De M-lijn. De zone tussen twee actine moleculen noemen we
de H- zone. Meerdere van deze sarcormeren bij elkaar vormen de myofibril : het uiteinde
van de spiervezel. Meerdere van deze myofibrillen maken weer de spiervezel. Meerdere van
deze spiervezels vormen een bundel die we fasiclus noemen. Meerderen van deze fasiculi
vormen tenslotte weer de spier.
Een sarcoplasmatisch riticulum : een buizenstelsel dat om iedere myofibril heen ligt. Dit
stelsel is ook nog verbonden aan de transverse tibuli; instulpingen van het sarcalemma. De t-
tibuli liggen telkens in het midden van het sarcomeer; deze zorgen ervoor een prikkel diep in
de spier naar binnen toegeleid word zodat alle myofibrillen mee kunnen contraheren.
De vrijmaking van calcium uit de laterale cisterne(door prikkel)(ligt calcium in opgelsagen) :
was nodig om een contractie te krijgen : verbinden actine & myosine ; hierdoor kan de spier
kracht genereren.
Hoe kunnen spieren samentrekken??
- 2 contractielen eiwitten: Myosine & Actine
- het tropomine en het tropomyosine zijn 2 moleculen die contractie kunnen
voorkomen. (repressor effect)
- calcium kan er voor zorgen dat de tropomine en het tropmyosine van zijn plaats af
gaat. Op het moment dat calcium met deze twee verbind komen de bindplaatsen op
het actine voor myosine vrij en zullen deze twee samen een brug vormen.
De prikkel begint in het motorisch neuron ; komt in de synaps -> assetiel goline
(neurotrasmitter) komt vrij , die zorgt ervoor dat het sarcolemma permiabel word ( natrium
ionen kunnen naar binnen toe) : dit noemen ze de prikkel voordgeleiden over het
sarcolemma. Als de prikkel aankomt bij een transverse of t-tibuli word de prikkel diep in de
myofibril geleid en zorgt er daar weer voor dat uit de laterale cisterne calcium vrijgemaakt
word.
Op het moment dat er te weinig prikkels komen zal dat calcium weer terug opgenomen
worden in de laterale cisterne. Blijft de prikkel voortduren dan zal calcium in verhoogde
maten vrijkomen en kan er een maximale contractie plaatsvinden.
Doel trainen spierkracht: komen tot prestatie verbetering, spieren passen zich hierbij aan.
Biologische aanpassing: omvang(fitnessen) maar ook bij specifieke taken(duur arbeid)&
ziekte processen.
Situatie bepaald hoe de spier zich aanpast.
Spierkracht is te verbeteren! Alleen de hoogte van de spierkracht varieert natuurlijk (ziekte,
topsport, kleine kinderen)
Wat bepaalt je spierkracht:
1. Contractie vorm
2. Contractie conditie
3. Spiervezeltype
4. Krachtvorm
1.Contractie vorm:
Isometrisch : Geen beweging in gewricht maar wel constante spierspanning.
Concentrisch: Spierverkort
Excentrische: Spier blijft actief maar word langzaam langer.
2. Conditie: bepaalt kracht
In het midden van de spier zit de grootste kracht, dat betekend dat het aantal bindingen van
myosine en actine hier maximaal is.
3. spiervezeltype : bepalen ook kracht
type 1 spiervezels: ingezet bij weinig kracht, aeroob gebruik (zuurstof) , kleine motorunits/.
Type 2b vezels: zeer snel contraherende vezels, veel kracht, grote motorunits, ingezet bij
bewegingen waarbij veel kracht nodig is, snel vermoeid, enkele seconden kracht.
Type 2a vezel: geringe contractie tijd, geringe grote qua motor units organisatie, gemiddeld
kracht kunnen geven, ong 30 min, gemiddeld vermoeid.
4.Krachtvorm:
Maximaal kracht trainen: tegen maximum aanzitten 80 &100% met trainen
Snel kracht: 75% van de maximaal kracht.
Duur kracht trainen: ongeveer 50 % van het maximum
Krachttraining : meten spierkracht.
Meten maximaal kracht: Herhalings maximum : RM
Voorwaarde krachttraining:
Specificiteitsprincipe: train de gevraagde functie: alle principes die hierboven genoemd zijn.
Overload principe: keren per week trainen, intensiteit, volume, juiste series
Trainen van kracht: onafhankelijk van leeftijd , verschillende vormen effectief zijn, geen
geslachtsverschillen , verschillende methoden effectief.
, Digitaal college spierfysiologie:
Hoe ziet een spier eruit? ;
De spier is opgebouwd uit verschillende bundels
Kleinste is myofibriel : is opgebouwd uit verschillende contractiele eiwitten.
- Myosine & actine
- Mysione keten is uit strenge mysione opgebouwd .
- Actine molucul ; 3 soorten; actine , tropomiosine (keten overheen) ,troponine
De werkeenheid spier noemen we sarcomeer (gedeelte van de myofibril) : loopt vanaf de Z-
lijn tot aan de volgende Z-lijn. Hier aan vast zitten de actine moleculen (dunne lijnen) , de
dikke bolvormige structuur is de myosine. In het midden van de myosine keten zit nog een
andere bindweefsel structuur; De M-lijn. De zone tussen twee actine moleculen noemen we
de H- zone. Meerdere van deze sarcormeren bij elkaar vormen de myofibril : het uiteinde
van de spiervezel. Meerdere van deze myofibrillen maken weer de spiervezel. Meerdere van
deze spiervezels vormen een bundel die we fasiclus noemen. Meerderen van deze fasiculi
vormen tenslotte weer de spier.
Een sarcoplasmatisch riticulum : een buizenstelsel dat om iedere myofibril heen ligt. Dit
stelsel is ook nog verbonden aan de transverse tibuli; instulpingen van het sarcalemma. De t-
tibuli liggen telkens in het midden van het sarcomeer; deze zorgen ervoor een prikkel diep in
de spier naar binnen toegeleid word zodat alle myofibrillen mee kunnen contraheren.
De vrijmaking van calcium uit de laterale cisterne(door prikkel)(ligt calcium in opgelsagen) :
was nodig om een contractie te krijgen : verbinden actine & myosine ; hierdoor kan de spier
kracht genereren.
Hoe kunnen spieren samentrekken??
- 2 contractielen eiwitten: Myosine & Actine
- het tropomine en het tropomyosine zijn 2 moleculen die contractie kunnen
voorkomen. (repressor effect)
- calcium kan er voor zorgen dat de tropomine en het tropmyosine van zijn plaats af
gaat. Op het moment dat calcium met deze twee verbind komen de bindplaatsen op
het actine voor myosine vrij en zullen deze twee samen een brug vormen.
De prikkel begint in het motorisch neuron ; komt in de synaps -> assetiel goline
(neurotrasmitter) komt vrij , die zorgt ervoor dat het sarcolemma permiabel word ( natrium
ionen kunnen naar binnen toe) : dit noemen ze de prikkel voordgeleiden over het
sarcolemma. Als de prikkel aankomt bij een transverse of t-tibuli word de prikkel diep in de
myofibril geleid en zorgt er daar weer voor dat uit de laterale cisterne calcium vrijgemaakt
word.
Op het moment dat er te weinig prikkels komen zal dat calcium weer terug opgenomen
worden in de laterale cisterne. Blijft de prikkel voortduren dan zal calcium in verhoogde
maten vrijkomen en kan er een maximale contractie plaatsvinden.