Kindermishandeling en verwaarlozing over de levensloop; een introductie
Hoorcollege 2
Prevalentie en risicofactoren
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Prevalentie (vaak aangeduid in aantal gevallen per 1.000)
Aantal gevallen op een specifiek moment.
Jaarprevalentie (vaak aangeduid in aantal gevallen per 1.000)
Aantal gevallen in één jaar tijd.
Incidentie (vaak aangeduid in aantal gevallen per 1.000)
Aantal nieuwe gevallen in een bepaalde periode; voor de 1e keer mishandelt.
Hoe groter het blokje, hoe meer
mishandeling er plaats vindt.
Gecombineerde prevalentie – Zeelfrapportage.
Een schatting op basis van informatie van professionals zijn de cijfers lager als wanneer
mensen zelf rapporteren.
, Invloed op prevalentie schatting.
Er is veel variatie in prevalentie in studies dit komt door verschillende factoren in de
steekproef en bij de participanten.
Voorkeur: Random
Voorkeur: Hoog
Voorkeur: Groot
Bij kind speelt disclosure een rol; nog
niet willen of durven vertellen.
Prevalentie in Nederland.
Sinds 2005 worden er om de 5 jaar prevaentietudies gehouden. De derde prevalentiestudie is
in 2017 gehouden (i.v.m. de transitie van de jeugdzorg in 2015).
NPM richt zich voornamelijk op
Veilig thuis en Professionals als
informanten.
Bij sociale omgeving en
slachtoffer en pleger is
kindermishandeling ook bekend,
maar zij nemen vaak geen deel aan
het prevalentie onderzoek.
Databronnen NPM-2017 (kinderen gesignaleerd als zijnde mishandeld of verwaarloosd)
- Basisonderwijs - Voortgezet onderwijs - Vrouwenopvang
- Kinderdagverblijven/gastouders - Peuterspeelzalen - Huisartsen
- Raad v/d kinderbescherming - Aandacht functionarissen - Consultatiebureaus
289 organisaties; 785 informanten.
Hoorcollege 2
Prevalentie en risicofactoren
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Prevalentie (vaak aangeduid in aantal gevallen per 1.000)
Aantal gevallen op een specifiek moment.
Jaarprevalentie (vaak aangeduid in aantal gevallen per 1.000)
Aantal gevallen in één jaar tijd.
Incidentie (vaak aangeduid in aantal gevallen per 1.000)
Aantal nieuwe gevallen in een bepaalde periode; voor de 1e keer mishandelt.
Hoe groter het blokje, hoe meer
mishandeling er plaats vindt.
Gecombineerde prevalentie – Zeelfrapportage.
Een schatting op basis van informatie van professionals zijn de cijfers lager als wanneer
mensen zelf rapporteren.
, Invloed op prevalentie schatting.
Er is veel variatie in prevalentie in studies dit komt door verschillende factoren in de
steekproef en bij de participanten.
Voorkeur: Random
Voorkeur: Hoog
Voorkeur: Groot
Bij kind speelt disclosure een rol; nog
niet willen of durven vertellen.
Prevalentie in Nederland.
Sinds 2005 worden er om de 5 jaar prevaentietudies gehouden. De derde prevalentiestudie is
in 2017 gehouden (i.v.m. de transitie van de jeugdzorg in 2015).
NPM richt zich voornamelijk op
Veilig thuis en Professionals als
informanten.
Bij sociale omgeving en
slachtoffer en pleger is
kindermishandeling ook bekend,
maar zij nemen vaak geen deel aan
het prevalentie onderzoek.
Databronnen NPM-2017 (kinderen gesignaleerd als zijnde mishandeld of verwaarloosd)
- Basisonderwijs - Voortgezet onderwijs - Vrouwenopvang
- Kinderdagverblijven/gastouders - Peuterspeelzalen - Huisartsen
- Raad v/d kinderbescherming - Aandacht functionarissen - Consultatiebureaus
289 organisaties; 785 informanten.