Casus 1
De student kan:
lichamelijke, psychosociale en maatschappelijke factoren benoemen die tot overgewicht
en obesitas kunnen leiden.
Lichamelijke:
- weining lichaamsbeweging
- gebruik van medicijnen die gewichtstoename veroorzaken
- hypotheroide
- syndroom van Cushing
Psychosociale:
- stress
- zelfbeeld
- depressie
- eetbuistoornis
Maatschappelijke:
- slechte sociaaleconomische omstandigheden
- invloeden van reclame
- modebeeld.
benoemen welke ziektes een verhoogde kans hebben te ontstaan bij mensen met obesitas.
- Diabetes mellitus 2
- Hart- en vaatziekten
- Gewrichtsklachten
- Slaapapneu
de behandeling van overgewicht en obesitas verklaren.
- Onderliggende aandoening behandelen (bijv. hypotheroide)
- Veranderen van leefstijl/omgevingsfactoren: aanpassing van de
voeding, meer lichamelijke activiteit, psychologische ondersteuning.
- Motiveren: bespreken voordelen van afvallen; gezondheidswinst, verbetering van
levensverwachting.
- Dagboek bijhouden
- Realistische doelen stellen: Een gewichtsverlies van 5% a 10% procent zorgt al voor
gezondheidswinst. Het behalen van een normaal gewicht is moeilijk.
- Gastric bypass operatie: een deel van de dunne darm wordt omgeleid, waardoor de
voedselopname wordt verminderd.
de oorzaken, pathofysiologie, symptomen, diagnostiek, behandeling en (late) complicaties
van DM1 en DM2 beschrijven.
DM1
Oorzaken:
Auto-imuunziekte
Pathofysiologie:
De alvleesklier kan te weinig of geen insuline maken doordat het afweersysteem de B-cellen
(die inusline aanmaken) van de eilandjes van Langerhans vernietigen. Hierdoor is er sprake
van een absoluut tekort aan insuline.
,Symptomen DM1:
- Polyurie (vaak en veel plassen)
- Polydipsie (extreme dorst)
- Vermoeidheid
- Vaker last van infecties
- Gewichtsverlies
- Ketoacidose
- Acuut ontstaan
Symptomen bij hyperglykemie:
- Polyurie
- Polydipsie
- Vermoeidheid
Symptomen bij hypoglykemie:
- Honger
- Onscherp zien
- Duizeligheid
- Misselijkheid
- Wisselend humeur
- Hoofdpijn
Diagnostiek:
- Bloedspiegel meten
Nuchter: boven de 6,9 mmol/l
Niet nuchter: boven de 11,0 mmol/l
- Te lage of te hoge waarde wat gepaard gaat met klachten van DM.
Behandeling:
- Insuline toedienen (pen of pomp)
- Bloedsuiker bepaling
- Mate van eten in verhouding houden met mate van beweging. Meer eten = meer glucose
in lichaam. Meer bewegen = minder glucose in lichaam.
Complicaties:
- Hypo’s en hyper’s bij ontregeling
- Diabetische voet:
Ontstaat door een combi van perifere neuropathie, verhoogde risico op infecties,
arterieel vaatlijden en een slechte wondgenezing.
Als een diabetische voet niet goed wordt behandeld kan weefselnecrose (afsterven van
weefsel)ontstaan.
- Verhoogd risico op infecties door aantasting van imuunsysteem > komt doordat een te
hoge glucosspiegel zorgt voor aantasting van de leukocyten wat weer zorgt voor
aantasting van imuunsysteem.
- Vernauwing + aantasting van de bloedvaten door hoge bloedsuikerspiegels.
Verschil tussen beschadiging van grote (macro) en kleine (micro) bloedvaten:
Macro-angiopathie:
, Hoge glucosespiegels leidt tot toename plaquevorming wat weer leidt tot:
- coronaire hartziekten
- cerebrovasculaire hartziekten
- arterieel vaatlijden
Micro-angiopathie:
Hoge glucosespiegels leiden tot verdikking en lekkage wat leidt tot verminderde toevoer
naar de weefsels. Dit leidt weer tot:
- verminderde wondgenezing
- diabetische retinopathie (beschadiging van netvlies / gezichtsverlies)
- diabetische nefropathie (nierschade)
- diabetische neuropathie (zenuwbeschadiging)
DM2
Oorzaken:
- Erfelijke factoren
- Leeftijd (oudere mensen krijgen vaker dm2 dan jonge mensen)
- Overgewicht
- Inuslineresistentie
Pathofysiologie:
- De b-cellen maken nog insuline aan, maar te weinig. Hierdoor is er sprake van een
relatief tekort aan insuline.
Symptomen:
- Polyurie (vaak en veel plassen)
- Polydipsie (extreme dorst)
- Vermoeidheid
- Vaker last van infecties
! Bij dm 2 kan het weken tot maanden duren totdat de klachten ernstig worden ! Bij dm1
ontstaan de klachten veel sneller.
Diagnostiek:
Hetzelfde als bij DM1
Behandeling:
- Insuline toedienen
- Leefstijadviezen:
- Gezonde voeding
- Beweging
- Stoppen met roken
- Verminderen van alcohol gebruiken
- Medicatie
Complicaties:
Hetzelfde als bij DM1
de behandeling van DM2 beschrijven op gebied van medicatie
, De medicatie die wordt gebruikt bij de behandeling van DM2 zijn orale
bloedglucoseverlagende middelen. De 2 soorten die worden gebruikt zijn:
Biguaniden:
- Werking:
Verminderen glucoseaanmaak in de lever + vergroten de opname van glucose door de
cellen > zorgt voor gunstige invloed op insulineresistentie
- Kan bij DM2 en bij DM1 worden gebruikt.
- Kan geen hypo’s veroorzaken doordat deze medicijnen glucoseaanmaak verminderen, en
niet gericht is op de insuline afgifte.
- Een soort is metformine
Sulfonylureumderivaten:
- Werking:
Stimuleren de afgifte van insuline door de gevoeligheid voor glucose van de β-cellen te
verhogen.
- Wordt alleen gebruikt bij DM2 omdat bij DM1 geen insuline kan worden gestimuleerd.
- Kan hypo’s veroorzaken doordat de medicijnen stimuleren om insuline af te geven.
- Een soort is gliclazide
uitleggen hoe ernstig ontregelde suikerspiegels (zowel hyper- als hypoglykemie) behandeld
kunnen worden.
Behandeling bij hyperglykemie:
- toedienen van insuline
- Beweging
Behandeling bij hypoglykemie:
- toedienen van glucose (bijv dextro)
- glucagon injectie
uitleggen hoe diabetische ketoacidose ontstaat en welke symptomen (waaronder
Kussmaul-ademhaling) daarbij horen.
Ontstaan van diabetische ketoacidose:
* Bij DM2 GEEN vorming van ketonen. Bij DM1 WEL vorming van ketonen. Komt door
insulineresistentie bij DM2 waardoor de cellen insuline-ongevoelig raken. Bij DM2 ontstaat
coma door uitdroging. *
Coma bij DM1:
Zonder insuline zijn cellen niet in staat om glucose uit het bloed op te nemen > cellen
schakelen een hulpmechanisme in om toch aan energie te kunnen komen > lichaam begint
vetcellen af te breken + te verbranden > hierdoor komen stoffen vrij die ketonen heten >
ketonen leveren energie aan de cellen, maar maken het bloed ook te zuur > als dit verergert
kan de ketoacidose leiden tot coma en de dood doordat o.a. de hersencellen worden
aangetast.
Coma bij DM2:
Nieren niet in staat alle glucose uit voorurine terug te halen > glucose in de urine > verhoging
osmotische waarden > nieren scheiden meer water uit > urineproductie neemt toe >
uitdroging > coma
Symptomen:
- Polyurie
- Polydipsie
- Gewichtsverlies