H1 Interculturele communicatie
1.2 Cultuur met een kleine c
- Cultuur met een grote C. Meteen denken aan muziek, museum, kunst, wetenschap.
Betekent beschaving.
- Cultuur met een kleine c. Gaat om de alledaagse dingen, wat je eet, hoe laat eet je, hoe
groet je iemand. Woordje collectief.
Cultuur met een kleine c uit zich in cultuur met een grote C.
In de mentale programmering van de mens kunnen we drie niveaus onderscheiden;
1. Menselijke natuur
Met de menselijke natuur wordt alles bedoeld wat de mens is aangeboren, bijv. dat kinderen 6
weken na hun geboorte gaan glimlachen en dat de mens een overlevingsdrang heeft. Het geldt voor
iedereen en het is aangeboren.
2. Cultuur
Met cultuur wordt verwezen naar de regels en wetten die een groep mensen nodig heeft om voort te
bestaan. Bijv. hoe we iemand begroeten. Al die regels vormen cultuur met een kleine c. Cultuur is
aangeleerd, een groep mensen wordt als ware getraind om zich op een bepaalde manier te
gedragen.
3. Persoonlijkheid en individu
Aangeboren zijn persoonlijkheidskenmerken die genetisch bepaald zijn; de manier van eten en
praten, de wijze van glimlachen. Aangeleerd zijn die persoonlijkheidskenmerken die je krijgt door
persoonlijke ervaringen; je glimlacht bijv. omdat de ervaring je heeft geleerd dat je dan niet wordt
gestraft. Het is moeilijk precies aan te geven welk gedeelte van de persoonlijkheid is aangeboren
(nature) en welke aangeleerd (nurture).
Communicatie in de bovenste en onderste laag leidt op zich niet tot problemen. In de middelste laag
is het lastiger, als mensen een verschillende cultuur hebben. Culturele verschillen manifesteren zich
in vier verschillende aspecten;
Praktijken; wat we doen, hoe we iets doen; deze bestaan uit;
- Symbolen
- Helden
- Rituelen
Waarden; waarom we iets doen
,Deze aspecten kunnen worden weergeven in een ‘ui-diagram’. Hoe meer een
aspect aan de oppervlakte van dit diagram zit, des te oppervlakkiger het is, des te
makkelijker het waargenomen kan worden en des te makkelijker het door andere
culturen kan worden overgenomen.
Symbolen
Hiertoe behoren zaken als de vlag en het wapen van een cultuur, maar ook kleding,
gebaren, taal, voedsel, drank, enz. Wil je tot een bepaalde cultuur behoren, dan is
het overnemen van hun symbolen het eerste wat je kunt doen.
Helden
Helden zijn personen die voor mensen uit een bepaalde cultuur een lichtend voorbeeld zijn. Helden
kunnen personen uit de geschiedenis van een cultuur zijn, bijv. Willem van Oranje, maar ook
hedendaagse personen zoals zangers, sportmensen, stripfiguren.
Rituelen
Rituelen zijn handelingen die niet noodzakelijk zijn, maar die voor de leden van een cultuur
essentieel zijn. Rituelen kunnen zowel religieus als seculier zijn. Bijv. de Ramadan, overdag niet eten
en drinken, maar ook beschuit met muisjes als iemand net geboren is.
Praktijken
De symbolen, helden en rituelen van een cultuur worden uitgedrukt in dat wat mensen doen; de
zogenaamde praktijken. Het zijn de uiterlijke manifestaties van cultuur.
Waarden
Waarden bepalen wat goed en wat niet goed is, wat mag en wat niet mag; het is de manier van
denken en de visie op de wereld die bij de cultuur hoort (vb van Titanic). Omdat deze waarden
onbewust en onzichtbaar zijn, leiden ze makkelijk tot misverstanden in interculturele communicatie.
Er zijn veel groepen mensen die een collectieve mentale programmering hebben die hen
onderscheidt van andere mensen. Daarom zijn er ook vele culturen.
1. Nationale culturen
In de eerste plaats zijn er de nationale culturen, groepen mensen die bij elkaar horen omdat ze in 1
land wonen. Maar staatsgrenzen vallen niet altijd samen met cultuurgrenzen.
Ten eerste kunnen er binnen een land cultuurverschillen tussen regio’s zijn.
Ten tweede kan eenzelfde cultuur zich aan beide zijden van een staatsgrens bevinden. Ook vallen ze
niet altijd samen met taalgrenzen.
2. Sociale culturen
In de tweede plaats zijn er sociale culturen. Ten eerste vind je cultuurverschillen tussen migranten uit
verschillende delen van de wereld die in 1 land samenleven.
Ten tweede vind je cultuurverschillen tussen sociale klassen, vrouwen en mannen, verschillende
leeftijden en van verschillende godsdiensten.
Ten derde zijn er nog cultuurverschillen tussen allerlei ogenschijnlijk gelijke groepen; scholen,
bedrijven, verenigingen, gezinnen.
, Stereotypering= overdreven beeld van een groep mensen dat vaak niet overeen komt met de
werkelijkheid. Cartoons, moppen.
Voor iemand die een vreemde taal leert, is het van belang ook cultuur met een kleine c te kennen
van de landen waar die taal een belangrijke voertaal is, want dan kun je er goed functioneren.
Kennis van de cultuur met een kleine c is van groot belang om communicatief te kunnen
functioneren.
1.3 Wat is communicatie?
Communicatiemodel van Shannon en Weaver (1949)
Volgens dit model kan communicatie slechts door twee
aspecten worden belemmerd.
In de eerste plaats door de technische transmissies van de
codes, die mogelijk niet goed verloopt. De telefoonlijn kan
bijv. ruisen.
In de tweede plaats door het repertoire van de verzender, dat
mogelijk verschilt van de ontvanger. Deze vorm van
miscommunicatie komt vooral voor wanneer mensen uit
verschillende culturen met elkaar communiceren.
Al snel na de lancering van het model van Shannon ontdekte men dat het een te simpele, te lineaire
voorstelling van communicatie was. Communicatie heeft veel meer aspecten dan Shannon noemde.
- Ten eerste stelt het model communicatie als eenrichtingsverkeerd voor; A zendt een
boodschap door naar B. Van enige feedback is geen sprake.
- Ten tweede bepalen de context en situatie waarin je communiceert, hoe je dat doet.
- Ten derde communiceer je niet alleen door woorden, maar ook door de wijze waarop je je
stem gebruikt, door je houding, gebaren, enz.
Het model van Targowski en Bowman (1988) bestaat uit grofweg twee
delen; een gedeelte dat weergeeft hoe zender, ontvanger en buitenwereld
met elkaar verbonden zijn in de communicatie en een gedeelte dat
weergeeft voor hoeveel aspecten zender en ontvanger op 1 lijn moeten
zitten om de communicatie goed te laten verlopen.
Eerste gedeelte -------------------------------------------------------------------------
In het tweede gedeelte van het communicatiemodel van Bowman is er nog
meer rekening gehouden dat cultuurverschillen tot miscommunicatie
kunnen leiden. Dit gedeelte van het model beschrijft tien aspecten van
miscommunicatie en laat zien dat zender en ontvanger er nagenoeg
dezelfde opvattingen over moeten hebben om de communicatie goed te
laten verlopen. De aspecten worden nu behandeld in de volgorde van
fysisch naar mentaal.
Fysische link
Dit zijn fysische aspecten die gebruikt worden om de boodschap over te
brengen. Het cultuurprobleem dat hier kan ontstaan is dat een
communicatiemiddel niet in alle culturen aanwezig is. Bijv. internet.
1.2 Cultuur met een kleine c
- Cultuur met een grote C. Meteen denken aan muziek, museum, kunst, wetenschap.
Betekent beschaving.
- Cultuur met een kleine c. Gaat om de alledaagse dingen, wat je eet, hoe laat eet je, hoe
groet je iemand. Woordje collectief.
Cultuur met een kleine c uit zich in cultuur met een grote C.
In de mentale programmering van de mens kunnen we drie niveaus onderscheiden;
1. Menselijke natuur
Met de menselijke natuur wordt alles bedoeld wat de mens is aangeboren, bijv. dat kinderen 6
weken na hun geboorte gaan glimlachen en dat de mens een overlevingsdrang heeft. Het geldt voor
iedereen en het is aangeboren.
2. Cultuur
Met cultuur wordt verwezen naar de regels en wetten die een groep mensen nodig heeft om voort te
bestaan. Bijv. hoe we iemand begroeten. Al die regels vormen cultuur met een kleine c. Cultuur is
aangeleerd, een groep mensen wordt als ware getraind om zich op een bepaalde manier te
gedragen.
3. Persoonlijkheid en individu
Aangeboren zijn persoonlijkheidskenmerken die genetisch bepaald zijn; de manier van eten en
praten, de wijze van glimlachen. Aangeleerd zijn die persoonlijkheidskenmerken die je krijgt door
persoonlijke ervaringen; je glimlacht bijv. omdat de ervaring je heeft geleerd dat je dan niet wordt
gestraft. Het is moeilijk precies aan te geven welk gedeelte van de persoonlijkheid is aangeboren
(nature) en welke aangeleerd (nurture).
Communicatie in de bovenste en onderste laag leidt op zich niet tot problemen. In de middelste laag
is het lastiger, als mensen een verschillende cultuur hebben. Culturele verschillen manifesteren zich
in vier verschillende aspecten;
Praktijken; wat we doen, hoe we iets doen; deze bestaan uit;
- Symbolen
- Helden
- Rituelen
Waarden; waarom we iets doen
,Deze aspecten kunnen worden weergeven in een ‘ui-diagram’. Hoe meer een
aspect aan de oppervlakte van dit diagram zit, des te oppervlakkiger het is, des te
makkelijker het waargenomen kan worden en des te makkelijker het door andere
culturen kan worden overgenomen.
Symbolen
Hiertoe behoren zaken als de vlag en het wapen van een cultuur, maar ook kleding,
gebaren, taal, voedsel, drank, enz. Wil je tot een bepaalde cultuur behoren, dan is
het overnemen van hun symbolen het eerste wat je kunt doen.
Helden
Helden zijn personen die voor mensen uit een bepaalde cultuur een lichtend voorbeeld zijn. Helden
kunnen personen uit de geschiedenis van een cultuur zijn, bijv. Willem van Oranje, maar ook
hedendaagse personen zoals zangers, sportmensen, stripfiguren.
Rituelen
Rituelen zijn handelingen die niet noodzakelijk zijn, maar die voor de leden van een cultuur
essentieel zijn. Rituelen kunnen zowel religieus als seculier zijn. Bijv. de Ramadan, overdag niet eten
en drinken, maar ook beschuit met muisjes als iemand net geboren is.
Praktijken
De symbolen, helden en rituelen van een cultuur worden uitgedrukt in dat wat mensen doen; de
zogenaamde praktijken. Het zijn de uiterlijke manifestaties van cultuur.
Waarden
Waarden bepalen wat goed en wat niet goed is, wat mag en wat niet mag; het is de manier van
denken en de visie op de wereld die bij de cultuur hoort (vb van Titanic). Omdat deze waarden
onbewust en onzichtbaar zijn, leiden ze makkelijk tot misverstanden in interculturele communicatie.
Er zijn veel groepen mensen die een collectieve mentale programmering hebben die hen
onderscheidt van andere mensen. Daarom zijn er ook vele culturen.
1. Nationale culturen
In de eerste plaats zijn er de nationale culturen, groepen mensen die bij elkaar horen omdat ze in 1
land wonen. Maar staatsgrenzen vallen niet altijd samen met cultuurgrenzen.
Ten eerste kunnen er binnen een land cultuurverschillen tussen regio’s zijn.
Ten tweede kan eenzelfde cultuur zich aan beide zijden van een staatsgrens bevinden. Ook vallen ze
niet altijd samen met taalgrenzen.
2. Sociale culturen
In de tweede plaats zijn er sociale culturen. Ten eerste vind je cultuurverschillen tussen migranten uit
verschillende delen van de wereld die in 1 land samenleven.
Ten tweede vind je cultuurverschillen tussen sociale klassen, vrouwen en mannen, verschillende
leeftijden en van verschillende godsdiensten.
Ten derde zijn er nog cultuurverschillen tussen allerlei ogenschijnlijk gelijke groepen; scholen,
bedrijven, verenigingen, gezinnen.
, Stereotypering= overdreven beeld van een groep mensen dat vaak niet overeen komt met de
werkelijkheid. Cartoons, moppen.
Voor iemand die een vreemde taal leert, is het van belang ook cultuur met een kleine c te kennen
van de landen waar die taal een belangrijke voertaal is, want dan kun je er goed functioneren.
Kennis van de cultuur met een kleine c is van groot belang om communicatief te kunnen
functioneren.
1.3 Wat is communicatie?
Communicatiemodel van Shannon en Weaver (1949)
Volgens dit model kan communicatie slechts door twee
aspecten worden belemmerd.
In de eerste plaats door de technische transmissies van de
codes, die mogelijk niet goed verloopt. De telefoonlijn kan
bijv. ruisen.
In de tweede plaats door het repertoire van de verzender, dat
mogelijk verschilt van de ontvanger. Deze vorm van
miscommunicatie komt vooral voor wanneer mensen uit
verschillende culturen met elkaar communiceren.
Al snel na de lancering van het model van Shannon ontdekte men dat het een te simpele, te lineaire
voorstelling van communicatie was. Communicatie heeft veel meer aspecten dan Shannon noemde.
- Ten eerste stelt het model communicatie als eenrichtingsverkeerd voor; A zendt een
boodschap door naar B. Van enige feedback is geen sprake.
- Ten tweede bepalen de context en situatie waarin je communiceert, hoe je dat doet.
- Ten derde communiceer je niet alleen door woorden, maar ook door de wijze waarop je je
stem gebruikt, door je houding, gebaren, enz.
Het model van Targowski en Bowman (1988) bestaat uit grofweg twee
delen; een gedeelte dat weergeeft hoe zender, ontvanger en buitenwereld
met elkaar verbonden zijn in de communicatie en een gedeelte dat
weergeeft voor hoeveel aspecten zender en ontvanger op 1 lijn moeten
zitten om de communicatie goed te laten verlopen.
Eerste gedeelte -------------------------------------------------------------------------
In het tweede gedeelte van het communicatiemodel van Bowman is er nog
meer rekening gehouden dat cultuurverschillen tot miscommunicatie
kunnen leiden. Dit gedeelte van het model beschrijft tien aspecten van
miscommunicatie en laat zien dat zender en ontvanger er nagenoeg
dezelfde opvattingen over moeten hebben om de communicatie goed te
laten verlopen. De aspecten worden nu behandeld in de volgorde van
fysisch naar mentaal.
Fysische link
Dit zijn fysische aspecten die gebruikt worden om de boodschap over te
brengen. Het cultuurprobleem dat hier kan ontstaan is dat een
communicatiemiddel niet in alle culturen aanwezig is. Bijv. internet.