Consumentengedrag – les 4
Hoofdstuk 10, 11 & 12
De consument als lid van de maatschappij
H10 Perspectief van de sociologie
Structuur en cultuur
Bestudeert de socioloog het gedrag van een of enkel individuen, dan let hij op de interactie
en communicatie, het sociaal handelen op individueel niveau. Als hij een meer omvangrijke
groep van mensen bestudeert, is hij in 2 zaken geïnteresseerd:
Sociologen beschouwen 2 elementen bij bestudering van groepen mensen.
1. Hoe ziet structuur groep eruit?
2. Hoe ziet cultuurgroep eruit?
Deze bepalen de rollen, gedragspatronen en interacties binnen een groep en tussen
groepen.
De sociologie probeert het menselijk gedrag te verklaren vanuit een sociaal handelen;
gedrag dat gericht is op andere personen. Bijvoorbeeld: het verkeer. Men houdt rekening
met elkaar, al kent men elkaar niet persoonlijk. Ik stop niet voor iemand omdat hij er aardig
uitziet, maar simpelweg omdat hij op een voorrangsweg zit en ik me aan de verkeersregels
hou. MAAR het gebruik van een paraplu is GEEN voorbeeld van sociaal handelen. Het
gebruik van de paraplu heeft niks te maken met andere mensen, maar alles met de regen. In
een kledingwinkel advies vragen aan de verkoopsters is wel weer een vorm van sociaal
handelen. De gedragingen van klant en verkoopster zijn bewust op elkaar gericht.
Bij sociaal handelen gaat het niet alleen om uiterlijke, zichtbare gedragingen, maar ook is
van belang welke gedachten, gevoelens en ideeën mensen daarbij hebben. Dit onderscheid
wordt aangeduid met de termen:
- Interactie betreft het uiterlijke contact tussen mensen, datgene wat
waarneembaar is. Men ziet dat mensen zich tot elkaar richten door middel van
klanken. Deze interactie bestaat niet alleen uit vormen van samenwerking, maar
betreft ook gedragingen die te maken hebben met tegenwerking en conflict.
- Communicatie het proces van beïnvloeding van gedachten, gevoelens en
strevingen van personen. Communicatie gaat dus over de betekenis van wat wordt
overgedragen in de interactie tussen mensen. Op alle mogelijke manieren proberen
reclamemakers door communicatie, zoals door sociologen gedefinieerd,
consumenten te beïnvloeden en hen tot gewenst (consumenten)gedrag aan te
zetten.
, Bij het bestuderen van groepen mensen is een socioloog geïnteresseerd in 2 zaken:
1. Hoe zit de structuur van de groep eruit? wat zijn gedragspatronen? Wat zijn
posities en rollen binnen groepen? Hoe verlopen interacties? Hoe verhouden
groepen zich onderling? Het gaat hier niet om individuen, maar om processen en
rollen. De wijze waarop een positiebekleder moet handelen, de verwachtingen over
zijn gedrag, noemt men de rolvoorschriften die bij deze positie horen.
Waarom relevant voor consumentengedrag? = wanneer er bepaalde patronen zijn in
groepen kan hierop ingespeeld worden. Online koopgedrag, activiteiten op forums, of
sociale posities in een bedrijf en het bijbehorende koopgedrag.
2. Hoe ziet hun cultuur eruit? hierbij richt men zich op de attitudes, ideeën, wensen
en doeleinden van mensen. De socioloog vraagt zich af door welke ideeën en
overtuigingen mensen zich in hun gedrag laten leiden. De sociologie onderscheidt 4
belangrijke culturele elementen:
1. Waarden: collectieve, abstracte opvattingen van wat belangrijk is in de
samenleving, over wat juist is en daarom nastrevenswaardig – wat is b.v.
gelijkheid? Gelijk inkomen, gelijke inspraak of gelijke kansen? Waarden zijn
abstracte, vrij vage opvattingen. Dit heeft tot gevolg dat mensen deze op
verschillende wijzen kunnen realiseren.
2. Normen; vaste verwachtingen van gedrag van personen onder bepaalde
omstandigheden– ambtenaren zijn zorgvuldig, winkelpersoneel is vriendelijk, een
vorst is rechtvaardig. Normen hebben sancties: beloning en straf
3. Doelen: vertaling van waarden in concrete actie.
4. Verwachtingen: voorstellingen van gedrag van anderen, voorstellingen ten
aanzien van de gewenste resultaten. Een marketeer kan verwachten met zijn
‘uniek’ product een groot aantal klanten te krijgen. Hij verwacht een voor hem
gunstig resultaat.
Deze vormen samen allerlei soorten cultuurpatronen. Een huidig cultuurpatroon:
individualisme, welvaart, opleidingsniveau, meer zeggenschap, individualisme, leegloop van
kerken, afbrokkeling gezag bewustzijn...
Cultuur bevat immateriële elementen (waarden, normen, doelen, verwachtingen en
attitudes) en materiele elementen (cultuuruitingen, zoals architectuur, kunst, infrastructuur)
Men speelt van socialisatie wanneer men zich de cultuur van de samenleving waarin men is
geboren, eigen maakt. Men spreekt van acculturatie wanneer men een nieuwe cultuur
aanleert. Dit gebeurt als menen zich in een ander land vestigen, maar ook als marketeers de
cultuur van een vreemd land willen kennen om die kennis te gebruiken voor bijvoorbeeld
hun reclamebeleid. Bij cultuuroverdracht via socialisatie/acculturatie kunnen de volgende
instituties en personen een rol spelen
- Het ouderlijk gezin
- Scholen en verenigingen
- Kerken en andere geestelijke organisaties
- Massamedia die impliciet en/of expliciet waarden en normen overdragen
- Leeftijdsgenoten die groepswaarden, normen en gedragswijzen overdragen/
Cultuur wordt aangeleerd: opvoeding, scholing, religie, media, leeftijdsgenoten. Waarden,
normen, gedragswijzen worden expliciet en impliciet overgedragen
Hoofdstuk 10, 11 & 12
De consument als lid van de maatschappij
H10 Perspectief van de sociologie
Structuur en cultuur
Bestudeert de socioloog het gedrag van een of enkel individuen, dan let hij op de interactie
en communicatie, het sociaal handelen op individueel niveau. Als hij een meer omvangrijke
groep van mensen bestudeert, is hij in 2 zaken geïnteresseerd:
Sociologen beschouwen 2 elementen bij bestudering van groepen mensen.
1. Hoe ziet structuur groep eruit?
2. Hoe ziet cultuurgroep eruit?
Deze bepalen de rollen, gedragspatronen en interacties binnen een groep en tussen
groepen.
De sociologie probeert het menselijk gedrag te verklaren vanuit een sociaal handelen;
gedrag dat gericht is op andere personen. Bijvoorbeeld: het verkeer. Men houdt rekening
met elkaar, al kent men elkaar niet persoonlijk. Ik stop niet voor iemand omdat hij er aardig
uitziet, maar simpelweg omdat hij op een voorrangsweg zit en ik me aan de verkeersregels
hou. MAAR het gebruik van een paraplu is GEEN voorbeeld van sociaal handelen. Het
gebruik van de paraplu heeft niks te maken met andere mensen, maar alles met de regen. In
een kledingwinkel advies vragen aan de verkoopsters is wel weer een vorm van sociaal
handelen. De gedragingen van klant en verkoopster zijn bewust op elkaar gericht.
Bij sociaal handelen gaat het niet alleen om uiterlijke, zichtbare gedragingen, maar ook is
van belang welke gedachten, gevoelens en ideeën mensen daarbij hebben. Dit onderscheid
wordt aangeduid met de termen:
- Interactie betreft het uiterlijke contact tussen mensen, datgene wat
waarneembaar is. Men ziet dat mensen zich tot elkaar richten door middel van
klanken. Deze interactie bestaat niet alleen uit vormen van samenwerking, maar
betreft ook gedragingen die te maken hebben met tegenwerking en conflict.
- Communicatie het proces van beïnvloeding van gedachten, gevoelens en
strevingen van personen. Communicatie gaat dus over de betekenis van wat wordt
overgedragen in de interactie tussen mensen. Op alle mogelijke manieren proberen
reclamemakers door communicatie, zoals door sociologen gedefinieerd,
consumenten te beïnvloeden en hen tot gewenst (consumenten)gedrag aan te
zetten.
, Bij het bestuderen van groepen mensen is een socioloog geïnteresseerd in 2 zaken:
1. Hoe zit de structuur van de groep eruit? wat zijn gedragspatronen? Wat zijn
posities en rollen binnen groepen? Hoe verlopen interacties? Hoe verhouden
groepen zich onderling? Het gaat hier niet om individuen, maar om processen en
rollen. De wijze waarop een positiebekleder moet handelen, de verwachtingen over
zijn gedrag, noemt men de rolvoorschriften die bij deze positie horen.
Waarom relevant voor consumentengedrag? = wanneer er bepaalde patronen zijn in
groepen kan hierop ingespeeld worden. Online koopgedrag, activiteiten op forums, of
sociale posities in een bedrijf en het bijbehorende koopgedrag.
2. Hoe ziet hun cultuur eruit? hierbij richt men zich op de attitudes, ideeën, wensen
en doeleinden van mensen. De socioloog vraagt zich af door welke ideeën en
overtuigingen mensen zich in hun gedrag laten leiden. De sociologie onderscheidt 4
belangrijke culturele elementen:
1. Waarden: collectieve, abstracte opvattingen van wat belangrijk is in de
samenleving, over wat juist is en daarom nastrevenswaardig – wat is b.v.
gelijkheid? Gelijk inkomen, gelijke inspraak of gelijke kansen? Waarden zijn
abstracte, vrij vage opvattingen. Dit heeft tot gevolg dat mensen deze op
verschillende wijzen kunnen realiseren.
2. Normen; vaste verwachtingen van gedrag van personen onder bepaalde
omstandigheden– ambtenaren zijn zorgvuldig, winkelpersoneel is vriendelijk, een
vorst is rechtvaardig. Normen hebben sancties: beloning en straf
3. Doelen: vertaling van waarden in concrete actie.
4. Verwachtingen: voorstellingen van gedrag van anderen, voorstellingen ten
aanzien van de gewenste resultaten. Een marketeer kan verwachten met zijn
‘uniek’ product een groot aantal klanten te krijgen. Hij verwacht een voor hem
gunstig resultaat.
Deze vormen samen allerlei soorten cultuurpatronen. Een huidig cultuurpatroon:
individualisme, welvaart, opleidingsniveau, meer zeggenschap, individualisme, leegloop van
kerken, afbrokkeling gezag bewustzijn...
Cultuur bevat immateriële elementen (waarden, normen, doelen, verwachtingen en
attitudes) en materiele elementen (cultuuruitingen, zoals architectuur, kunst, infrastructuur)
Men speelt van socialisatie wanneer men zich de cultuur van de samenleving waarin men is
geboren, eigen maakt. Men spreekt van acculturatie wanneer men een nieuwe cultuur
aanleert. Dit gebeurt als menen zich in een ander land vestigen, maar ook als marketeers de
cultuur van een vreemd land willen kennen om die kennis te gebruiken voor bijvoorbeeld
hun reclamebeleid. Bij cultuuroverdracht via socialisatie/acculturatie kunnen de volgende
instituties en personen een rol spelen
- Het ouderlijk gezin
- Scholen en verenigingen
- Kerken en andere geestelijke organisaties
- Massamedia die impliciet en/of expliciet waarden en normen overdragen
- Leeftijdsgenoten die groepswaarden, normen en gedragswijzen overdragen/
Cultuur wordt aangeleerd: opvoeding, scholing, religie, media, leeftijdsgenoten. Waarden,
normen, gedragswijzen worden expliciet en impliciet overgedragen