1 wat betekent parafreseren?
a samenvatten
b herformuleren (goed)
c doorvragen
2 wat zijn de drie begeleidingsstijlen?
a autoritair - sensitief -demagofisch
b defensief - sensitief - permissief
c autoritair - autoritatief - permissief (goed)
3 wat is de positie van de client in de permissieve begeleidingsstijl?
a zelf onderzoeken en later verantwoording afleggen
b stuurloos en geen samenwerking
c grote vrijheid en veel inbreng (goed)
4 bert woont zijn hele leven al bij zijn moeder.
bert blijft tijdens de begeleiding. ook na het zetten van stappen in de goede
richting.
herhalen ik weet eigenlijk niet of ik wel op mezelf kan wonen. de sociaal werker
zegt je hebt groot gelijk.
als ik jou was zou ik de rest van mijn leven bij mij moeder blijven wonen.
van welke soort directieve interventie is dit een voorbeeld?
a polariseren (goed)
b spiegelen
c hardop meedenken
5 je kunt swot-analyse gebruiken om de client en zijn omgeving te analysteren.
welke vier punten analyseer je?
a sterktes-zwaktes-urgentie-belangrijk
b kansen-passies-emoties-sterktes
c bedreigingen-kansen-sterktes-zwaktes (goed)
6 waarop is een preventieve interventie gericht?
a signaleren van problemen
b ingrijpen bij problemen
c voorkomen van problemen (goed)
7 hoe pas je een interventie op inhoudsniv toe
a door o.a. kritiek bespreekbaar te maken, zorg te delen en het groepsklimaat te
bespreken
b door o.a. een agenda te bieden, door grenzen te stellen en door te faciliteren.
(goed)
c door o.a. te luisteren en samen te vatten, door informatie te geven en door het
doel te verhelderen
8 je gaat samen met een client zijn netwerk in kaart brengen.
je wilt hierbij weten hoe belangrijk alle mensen zijn en hoe nabij zij bij de
client staan.
welke methodiek zet je hier voor in.
a familiegram
b netwerkkaart van linsink
c genogram (goed)
9 de client die altijd moppert, kan irritatie bij je oproepen,
waardoor het moeilijk wordt om objectief naar hem te kijken.
in welke valkuil kan je hier trappen als sociaal werker?
a moraliseren