Bronnen: L1: Blokland (hoofdstuk 2), dossier NJI (kopje “Achtergrond”).
L2/L3/L4: Blokland (hoofdstuk 1, 3 & 4), Juffer, Bakermans-Kranenburg & Van
IJzerdoorn (hoofdstuk 12).
Leerdoel 1: Hoe ontstaan problemen in het gezin?
1) Problemen met Opvoeden
De term opvoedingsproblemen wordt gebruikt voor allerlei problemen of
moeilijkheden in de opvoeding. Een inventarisatie van 25 landelijke en provinciale
onderzoeksrapporten naar vragen en problemen rond opvoeden leverde een top
5 aan onderwerpen op. Op 1 staan problemen met algemene ontwikkeling van
kinderen, gezondheid en kinderziektes, gevolgd door gedrag van gedrag en dan
vooral moeilijk en ongehoorzaam gedrag. Op plek 3 staan de problemen met
grenzen stellen, luisteren en gehoorzamen, corrigeren en straffen. Plek 4 is voor
de problemen met sociaal-emotionele ontwikkeling, zelfvertrouwen, onzekerheid
en (faal)angst. De laatste plek in de top 5 is voor algemene vragen over
opvoeden en over toepassing van vaardigheden.
Opvoedingsproblemen kunnen samenhangen met beperkte
opvoedingsvaardigheden van ouders die bijvoorbeeld moeite hebben om normaal
kindergedrag in banen te leiden. Ze kunnen ook voortkomen uit het feit dat
ouders zich niet gesteund voelen of ondermijnd worden in hun ouderschap.
Onenigheid tussen vaders en moeder over de juiste opvoedingsaanpak is een
negatieve factor die kan leiden tot gedragsproblemen bij kinderen.
Opvoedingsproblemen worden vaak versterkt door externe stressfactoren die
maken dat ouders minder beschikbaar zijn voor hun kind of weinig kunnen
verdragen.
Als de problemen blijven bestaan, leidt tot vaak tot een gevoel van
opvoedingsonmacht bij de ouders. In dat geval voelen ouders zich niet langer
capabel om leiding te geven aan het gedrag en de uitingen van hun kinderen en
worden bang om de controle over de opvoeding te verliezen. Langdurige
opvoedingsproblemen verslechteren het zelfvertrouwen van ouders en tasten hun
gevoel van competentie aan. Pedagogische advisering kan helpen de
problemen op te lossen en het zelfvertrouwen van ouders te herstellen.
Ontwikkelingsproblemen
Problemen met kinderen kunnen zich voordoen op verschillende
ontwikkelingsgebieden. Op lichamelijk/motorisch en verstandelijk gebied zijn
signalen dat de ontwikkeling niet optimaal verloopt makkelijk en eerder te
onderkennen dan op het gebied van sociaal-emotionele ontwikkeling. In veel
gevallen komen deze problemen op jonge leeftijd al naar voren.
Psychosociale Problemen
In de praktijk zijn veel vragen en problemen bij de opvoeding gelinkt aan de
psychosociale ontwikkeling van kinderen. Gedrag en gevoelsuitingen van
kinderen zijn een belangrijke graadmeter om te beoordelen hoe het met de
kinderen gaat. Als ouders om advies vragen, gaat het vaak over gedrag of
uitingen die zij moeilijk te hanteren vinden of niet kunnen plaatsen. Ze kunnen
zich ook afvragen waarom hun kind zich zo uit/gedraagt.
1
, Internaliserende problemen
In het geval van internaliserende problemen is de aandacht van het kind meer
naar binnen gericht en worden problemen vooral innerlijk beleefd. Men spreekt in
dit geval ook wel over emotionele problemen. Tot internaliserende problemen
behoren onder andere depressie en neerslachtigheid, paniek en angstgevoelens,
onzekerheid en teruggetrokken gedrag, psychosomatische klachten en
eetproblemen.
Externaliserende problemen
Onder het type externaliserende problemen vallen de problemen en het gedrag
dat meer zichtbaar is en naar buiten gericht wordt. Dat is het geval bij antisociaal
en opstandig gedrag, agressieve uitingen, hyperactiviteit en impulsiviteit,
delinquent gedrag, spijbelen en middelengebruik. Externaliserende problemen
worden eerder herkend en onderkend, omdat de omgeving er ook last van heeft.
Externaliserende problemen gelden bovendien als belangrijke voorspellers van
probleemgedrag op latere leeftijd.
Gedragsproblemen bij kinderen doen meer een beroep op de
pedagogische competentie van ouders/opvoeders dan internaliserende
problemen en leiden dan ook vaker tot opvoedingsproblemen in het gezin.
Vaak is er wel sprake van een combinatie van internaliserende en
externaliserende problemen.
Faseproblematiek
Psychosociale problemen gaan vaak samen met een bepaalde ontwikkelingsfase.
Om die reden worden ze ook wel fase-specifieke of opgroeiproblemen
genoemd. Zulke problemen zijn vaak tijdelijk en gelden als moeilijkheden die te
overwinnen zijn. Hoewel het gaat om een tijdelijk probleem, wil dat nog niet
zeggen dat ondersteuning aan ouders nutteloos is.
Psychosociale problemen kunnen ook een meer blijvend karakter hebben.
Aanvankelijk komen ze misschien over als een fase-specifiek probleem,
maar het gaat niet over zoals bij andere kinderen of het uit zich veel
extremer. Het gevolg is dan dat ouder en kind moeite hebben om goed op
elkaar af te stemmen.
2) Ontstaan Opvoedingsproblemen
Een bruikbaar perspectief op de ontwikkeling van kinderen is het transactioneel
ontwikkelingsmodel (van Sameroff et al.). Dit model beschrijft de kinderlijke
ontwikkeling als een proces dat voortdurend aan het veranderen is en gaat dus
verder dan het simpele oorzaak-gevolgdenken. Het is een samenloop van
meerdere factoren die van invloed zijn. Deze zijn te groeperen als:
Kind-factoren
Aspecten die met het kind zelf te maken hebben, zoals temperament,
gezondheid, intelligentie, etc.
Ouder-factoren
Aspecten die met de ouders en het gezin samenhangen, zoals vaardigheden en
inzicht van ouders, stabiliteit partnerrelatie, verwachtingen van ouders, etc. Ook
de manier waarop ouders het ouderschap ervaren speelt een belangrijk rol. Als
een ouders het ouderschap positief beleeft, heeft dit positieve invloed op zijn
vertrouwen, welzijn en opvoedgedrag.
2
, Ouders hebben voor het krijgen van een kind verwachtingen en een beeld
van het ouderschap. De mate waarin deze verwachtingen realistisch zijn
hebben invloed op het zelfvertrouwen van de ouders. Als de beelden
kloppen, dan kennen ouders veel succesmomenten en groeien ze in hun
zelfvertrouwen. Andersom neemt het zelfvertrouwen af als de werkelijkheid
anders uitpakt.
Ook de levensvaardigheden van ouders hebben een effect op het welzijn
van de ouders en hun kinderen. Levensvaardigheden zijn vaardigheden
die ouders helpen om met dagelijkse (lastige) situaties om te gaan die zij
tegenkomen in het ouderschap. Als ouders goede levenservaringen
hebben, zijn er waarschijnlijk minder opvoedingsproblemen. Er zijn 5
effectieve levensvaardigheden:
Zelfbewustzijn: het herkennen van eigen emoties en gedachten en weten
wat de invloed van het eigen gedrag is. Een ouders voelt zich zeker over
zichzelf en wat hij of zij kan.
Zelfmanagement: het kunnen beheersen van eigen emoties, gedachten en
gedrag, het kunnen omgaan met stress en zichzelf motiveren en naar
doelen werken en deze behalen.
Maatschappelijk bewustzijn: het kunnen inleven in andere mensen met
verschillende achtergronden en culturen en om sociale en ethische normen
van gedrag te begrijpen.
Relatievaardigheden: het kunnen aangaan van positieve relaties met
verschillende mensen. Dit bekent helder communiceren, actief luisteren,
samenwerken, groepsdruk weerstaan, onderhandelen en hulp aanbieden
wanneer dit nodig is.
Verantwoordelijke besluitvorming: het kunnen maken van constructieve en
respectvolle keuzes over persoonlijk gedrag en sociale interactie.
Bij het opvoeden gelden belangrijke principes die de ontwikkeling van een
kind positief beïnvloeden. Als ouders deze principes toepassen, werkt dit
waarschijnlijk beschermend tegen opvoedingsproblemen:
Een veilige en stimulerende omgeving. Een veilige omgeving laat kinderen
ongestoord ontdekken. In een stimulerende omgeving met boeiende
activiteiten vervelen kinderen zich minder snel en is er minder kans op
negatief aandacht vragen en vervelend gedrag.
Positieve ondersteuning. Complimenten en aanmoedigen zijn motiverend
om nieuwe dingen te leren. Ouders stimuleren zo de zelfstandigheid van
kinderen en bieden ondersteuning bij moeilijkheden.
Aansprekende discipline. Kinderen ontwikkelen zich het best in een
duidelijk en voorspelbare omgeving, waarbij ouders duidelijke regels
stellen, op een heldere manier instructies geven en snel reageren wanneer
het kind ongewenst gedrag vertoont.
Realistische verwachtingen. Ieder kind is uniek en ontwikkelt zich in zijn
eigen tempo. Wanneer ouders te veel van het kind verwachten of willen dat
het meteen alles goed doet, kunnen er problemen ontstaan.
Goed voor jezelf zorgen. Geen enkele ouder is perfect en opvoeden is iets
dat iedereen met vallen en opstaan leert. Ouders die goed voor zichzelf
3