Praktische overwegingen Toetsende Statistiek
Circulatie en Ademhaling I
Standaard Deviatie vs. Standaardfout
Maat voor de breedte van verdeling standaardfout.
Standaardfout is de onnauwkeurigheid van steekproef gemiddelde. Hoe hoger de standaard fout,
hoe onnauwkeuriger het gemiddelde is.
Standaard deviatie is de spreiding van individuele waarden.
tussen de grenzen van -1 SD en +1 SD bevindt zich 68,26 procent van de waarnemingen;
tussen de grenzen van -2 SD en +2 SD bevindt zich 95,44 procent van de waarnemingen;
tussen de grenzen van -3 SD en +3 SD bevindt zich 99,84 procent van de waarnemingen.
Verband tussen SD en SE:
SE = SD / √n
Effect steekproefgrootte
Hoe groter het aantal onderzochte personen, hoe smaller de verdeling.
Voorbeeld: 2 onderzoeken; n= 100 en n=25.
Gemiddelde zal ongeveer hetzelfde blijven.
SD zal ongeveer hetzelfde blijven.
SE neemt toe bij 25 personen. Hierdoor is het onderzoek bij n=25 onnauwkeuriger dan bij n=100.
Hierdoor zal ook de p waarde bij n=25 hoger zijn dan bij n=100.
P-waarde
Kans op het geobserveerde gemiddelde verschil als je ervan uitgaat dat er in werkelijkheid geen
verschil is.
Uitgangspunt: geen verschil = nulhypothese
p ≤ 0,05 H0 verwerpen
Circulatie en Ademhaling I
Standaard Deviatie vs. Standaardfout
Maat voor de breedte van verdeling standaardfout.
Standaardfout is de onnauwkeurigheid van steekproef gemiddelde. Hoe hoger de standaard fout,
hoe onnauwkeuriger het gemiddelde is.
Standaard deviatie is de spreiding van individuele waarden.
tussen de grenzen van -1 SD en +1 SD bevindt zich 68,26 procent van de waarnemingen;
tussen de grenzen van -2 SD en +2 SD bevindt zich 95,44 procent van de waarnemingen;
tussen de grenzen van -3 SD en +3 SD bevindt zich 99,84 procent van de waarnemingen.
Verband tussen SD en SE:
SE = SD / √n
Effect steekproefgrootte
Hoe groter het aantal onderzochte personen, hoe smaller de verdeling.
Voorbeeld: 2 onderzoeken; n= 100 en n=25.
Gemiddelde zal ongeveer hetzelfde blijven.
SD zal ongeveer hetzelfde blijven.
SE neemt toe bij 25 personen. Hierdoor is het onderzoek bij n=25 onnauwkeuriger dan bij n=100.
Hierdoor zal ook de p waarde bij n=25 hoger zijn dan bij n=100.
P-waarde
Kans op het geobserveerde gemiddelde verschil als je ervan uitgaat dat er in werkelijkheid geen
verschil is.
Uitgangspunt: geen verschil = nulhypothese
p ≤ 0,05 H0 verwerpen