Inleiding Toetsende Statistiek
Circulatie en Ademhaling I
Is methode A of B beter?
Optie 1: Trial and error (methode A proberen totdat het fout gaat, dan methode B totdat het
fout gaat)
Optie 2: Evidence-based (bewijs door onderzoek (geef helft methode A, helft methode B) en
verzamel gegevens)
Beschrijvende statistiek
Wetenschappelijk onderzoek: gegevens verzamelen
Eerste stap bij analyse van gegevens: beschrijven, samenvatten
Hoe? Hangt af van type variabele:
Categorische variabelen
Nominaal bijv. bloedgroep
Ordinaal bijv. ernst van verwonding (geen-licht-matig-ernstig)
Numerieke variabelen
Interval bijv. temperatuur
Ratio bijv. bloeddruk (als waarden gedeeld worden is het ook nog interpreteerbaar + er is
een absoluut nulpunt)
Beschrijving van 1 variabele
Verdeling karakteriseren:
1 Centrum
Gemiddelde
Mediaan, 50e percentiel
Modus, meest voorkomende
2 Spreiding
Standaard deviatie
Variantie, SD2
Interkwartielafstand, 25e – 75e percentiel
3 Vorm
Symmetrisch
Links-/ rechtsverdeling
Beschrijving van 2 variabelen
1. Verband tussen twee kwantitatieve variabelen:
Is er een verband? Grafische presentatie van de data (= scatterplot)
Stijgende trend = positieve associatie
Dalende trend = negatieve associatie
Hoe sterk is deze associatie? Correlatiecoëfficiënt (r)
Correlatiecoëfficiënt = de maat voor sterkte van lineaire associatie tussen twee numerieke
variabelen.
R = -1 perfect dalende, lineaire associatie
R = 0 geen lineaire associatie
R = +1 perfect stijgende, lineaire associatie
Bij r maakt het niet uit hoe stijl de lijn loopt, zolang de punten op een stijgende lijn liggen is
het +1, op een dalende lijn -1. Hoe meer de punten op één lijn liggen, hoe dichter de r bij +1
of -1 ligt.
Ook bij niet-lineaire verbanden wordt een r gegeven.
Circulatie en Ademhaling I
Is methode A of B beter?
Optie 1: Trial and error (methode A proberen totdat het fout gaat, dan methode B totdat het
fout gaat)
Optie 2: Evidence-based (bewijs door onderzoek (geef helft methode A, helft methode B) en
verzamel gegevens)
Beschrijvende statistiek
Wetenschappelijk onderzoek: gegevens verzamelen
Eerste stap bij analyse van gegevens: beschrijven, samenvatten
Hoe? Hangt af van type variabele:
Categorische variabelen
Nominaal bijv. bloedgroep
Ordinaal bijv. ernst van verwonding (geen-licht-matig-ernstig)
Numerieke variabelen
Interval bijv. temperatuur
Ratio bijv. bloeddruk (als waarden gedeeld worden is het ook nog interpreteerbaar + er is
een absoluut nulpunt)
Beschrijving van 1 variabele
Verdeling karakteriseren:
1 Centrum
Gemiddelde
Mediaan, 50e percentiel
Modus, meest voorkomende
2 Spreiding
Standaard deviatie
Variantie, SD2
Interkwartielafstand, 25e – 75e percentiel
3 Vorm
Symmetrisch
Links-/ rechtsverdeling
Beschrijving van 2 variabelen
1. Verband tussen twee kwantitatieve variabelen:
Is er een verband? Grafische presentatie van de data (= scatterplot)
Stijgende trend = positieve associatie
Dalende trend = negatieve associatie
Hoe sterk is deze associatie? Correlatiecoëfficiënt (r)
Correlatiecoëfficiënt = de maat voor sterkte van lineaire associatie tussen twee numerieke
variabelen.
R = -1 perfect dalende, lineaire associatie
R = 0 geen lineaire associatie
R = +1 perfect stijgende, lineaire associatie
Bij r maakt het niet uit hoe stijl de lijn loopt, zolang de punten op een stijgende lijn liggen is
het +1, op een dalende lijn -1. Hoe meer de punten op één lijn liggen, hoe dichter de r bij +1
of -1 ligt.
Ook bij niet-lineaire verbanden wordt een r gegeven.