Algemene theorie
Impulsiviteit en regulatie
Verhoogde impulsiviteit is een kernsymptoom in verschillende psychiatrische en neurologische
aandoeningen en wordt gekenmerkt door verstoringen in cognitieve controle en impulsieve
beslissingen (in hoeverre heb je controle over je gedachten en lukt het je om inpulsieve beslissingen
te nemen)
“varieties of impulsivity”: impulsiviteit is een mengvorm van een aantal meer fundamentele
persoonlijkheidseigenschappen, waaronder
◦ een aandachtsfactor (gauw verveeld zijn),
◦ een motorische factor (overhaast reageren)
◦ een cognitieve factor (onvermogen tot „plannen‟ van gedrag).
Impulsiviteit wordt gedefinieerd als ‘de neiging tot handelen zonder na te denken over de
consequenties
Bij impulsregulatieproblematiek is er sprake van verminderde inhibitie (=remming) van gedrag en
moeite met wachten op beloningen
Cognitieve impulsiviteit: (=moeite gedachten erbij te houden) cognitieve instabiliteit, snel maken van
beslissingen, gebrek aan mentale controle, aandachtsproblemen (bijv. bij dementie, …)
Gedragsmatige impulsiviteit: (=in wat je doet) motorische impulsiviteit, gebrek aan
doorzettingsvermogen, gebrek aan gedragsmatige controle, moeite met uitstellen
(behoeftebevrediging) en afwachten (bijv. bij ODD, …
Non planning impulsiviteit: (plannen van gedrag, waarbij je rekening houd bij de toekomst) gebrek
aan aandacht voor consequenties en het effect van eigen gedrag, spontaniteit, weinig vooruitdenken
(bijv. bij NAH, PSH-stoornissen, …
Agressieproblematiek
Agressie = “Een gedragsmatige uitingsvorm die ontstaat in interactie met de omgeving waarbij er
fysieke, materiële en/ of psychische schade of letsel toegebracht wordt aan zichzelf, het ander of de
ander.”
Soorten agressie
Tegen zichzelf: zelfverwonding
Tegen de ander: verbaal, fysiek, mentaal
Tegen het andere: materiaal vernielen
Instrumentele / proactieve agressie: inzetten als instrument om iets te verkrijgen
- “je zin krijgen en de baas spelen”
- Machtsmiddel
- Geleerd dat agressie lonend kan zijn en een onmiddellijke behoefte vervult
- Het gebruik is een berekende zet
- Vormen: provoceren, manipuleren en chanteren
- Hij gaat beheerst te werk, totdat hij merkt dat hij zijn slag niet kan thuis halen.
- Instrumentele agressie kan dan omslaan in frustratie-agressie.
Frustratie / reactieve agressie: als gevolg van frustratie of onmacht
- Start bij gevoel van ontevredenheid en kan uitmonden in ‘blinde woede’
- Met rug tegen muur gezet voelen, geen uitweg zien en daar emotioneel op reageren
- Bewustzijnsvernauwing: hoort en ziet enkel datgene waarop hij zich wil focussen
, - Frustratie komt op een agressieve manier tot ontploffing
Indeling soorten agressie
Undercontroler te weinig controle, losse handjes
Indammen; leren om niet alles eruit te gooien bij de eerste de beste frustratie
Overcontroler heel lang alles slikken
Leren om het eerder los te laten
Beslismatrix= in kaart brengen van positieve en negatieve gevoelens
Hoe wordt spanning gereguleerd?
Spanningsregulatie verwijst naar een in principe (gezond) verwerkingsmechanisme
(homeostase: streven naar evenwicht). In dit proces is er sprake van:
opladen
herstel verwerken
ontladen
Opladen: impressies opdoen. Spanningen stapelen zich gedurende de hele dag op door
negatieve en positieve gebeurtenissen. Deze spanningen zijn o.a. te ervaren in hartslag,
bloeddruk, spierspanning en zuurstofconsumptie, en ook meetbaar in toe- en afname van
spanning (stress) gerelateerde hormonen.
Verwerken: cognitief informatieverwerkingsproces, lichamelijke aanpassingen.
Impulsiviteit en regulatie
Verhoogde impulsiviteit is een kernsymptoom in verschillende psychiatrische en neurologische
aandoeningen en wordt gekenmerkt door verstoringen in cognitieve controle en impulsieve
beslissingen (in hoeverre heb je controle over je gedachten en lukt het je om inpulsieve beslissingen
te nemen)
“varieties of impulsivity”: impulsiviteit is een mengvorm van een aantal meer fundamentele
persoonlijkheidseigenschappen, waaronder
◦ een aandachtsfactor (gauw verveeld zijn),
◦ een motorische factor (overhaast reageren)
◦ een cognitieve factor (onvermogen tot „plannen‟ van gedrag).
Impulsiviteit wordt gedefinieerd als ‘de neiging tot handelen zonder na te denken over de
consequenties
Bij impulsregulatieproblematiek is er sprake van verminderde inhibitie (=remming) van gedrag en
moeite met wachten op beloningen
Cognitieve impulsiviteit: (=moeite gedachten erbij te houden) cognitieve instabiliteit, snel maken van
beslissingen, gebrek aan mentale controle, aandachtsproblemen (bijv. bij dementie, …)
Gedragsmatige impulsiviteit: (=in wat je doet) motorische impulsiviteit, gebrek aan
doorzettingsvermogen, gebrek aan gedragsmatige controle, moeite met uitstellen
(behoeftebevrediging) en afwachten (bijv. bij ODD, …
Non planning impulsiviteit: (plannen van gedrag, waarbij je rekening houd bij de toekomst) gebrek
aan aandacht voor consequenties en het effect van eigen gedrag, spontaniteit, weinig vooruitdenken
(bijv. bij NAH, PSH-stoornissen, …
Agressieproblematiek
Agressie = “Een gedragsmatige uitingsvorm die ontstaat in interactie met de omgeving waarbij er
fysieke, materiële en/ of psychische schade of letsel toegebracht wordt aan zichzelf, het ander of de
ander.”
Soorten agressie
Tegen zichzelf: zelfverwonding
Tegen de ander: verbaal, fysiek, mentaal
Tegen het andere: materiaal vernielen
Instrumentele / proactieve agressie: inzetten als instrument om iets te verkrijgen
- “je zin krijgen en de baas spelen”
- Machtsmiddel
- Geleerd dat agressie lonend kan zijn en een onmiddellijke behoefte vervult
- Het gebruik is een berekende zet
- Vormen: provoceren, manipuleren en chanteren
- Hij gaat beheerst te werk, totdat hij merkt dat hij zijn slag niet kan thuis halen.
- Instrumentele agressie kan dan omslaan in frustratie-agressie.
Frustratie / reactieve agressie: als gevolg van frustratie of onmacht
- Start bij gevoel van ontevredenheid en kan uitmonden in ‘blinde woede’
- Met rug tegen muur gezet voelen, geen uitweg zien en daar emotioneel op reageren
- Bewustzijnsvernauwing: hoort en ziet enkel datgene waarop hij zich wil focussen
, - Frustratie komt op een agressieve manier tot ontploffing
Indeling soorten agressie
Undercontroler te weinig controle, losse handjes
Indammen; leren om niet alles eruit te gooien bij de eerste de beste frustratie
Overcontroler heel lang alles slikken
Leren om het eerder los te laten
Beslismatrix= in kaart brengen van positieve en negatieve gevoelens
Hoe wordt spanning gereguleerd?
Spanningsregulatie verwijst naar een in principe (gezond) verwerkingsmechanisme
(homeostase: streven naar evenwicht). In dit proces is er sprake van:
opladen
herstel verwerken
ontladen
Opladen: impressies opdoen. Spanningen stapelen zich gedurende de hele dag op door
negatieve en positieve gebeurtenissen. Deze spanningen zijn o.a. te ervaren in hartslag,
bloeddruk, spierspanning en zuurstofconsumptie, en ook meetbaar in toe- en afname van
spanning (stress) gerelateerde hormonen.
Verwerken: cognitief informatieverwerkingsproces, lichamelijke aanpassingen.