Theorie 1
Er zijn 3 definities van weerbaarheid
1. Martietje Kessels (10-14 jaar)
Weerbaarhied= het kunnen herkennen en inschatten van bedreigende situaties, het
herkennen en verwoorden van gevoelens. Het hebben van fysiek en mentaal zelfvertrouwen
en het opkomen voor zichzelf en de anderen. Weerbaarheid bestaat uit; motorische-,
sociale-, emotionele- en mentale weerbaarheid
Gaat om niet alledaagse situaties
2. Rots en water
Weerbaarheid= in staat zijn om op een effectieve en passende manier op te komen voor je
behoefte en wensen in situaties van alledag en je persoonlijke grenzen op een respectvolle
manier aan kunnen geven als andere die overschrijden.
Gaat om alledaagse situaties
3. Een buitenlandse definitie
Je hebt weerbaarheid op verschillende niveaus;
- Microniveau de twee hierboven; ik schop jou en dit gebeurt er
- Mesoniveau als groep, een klas geeft aan dat ze het ergens niet mee eens zijn
- Macroniveau bevolkingsgroepen
Risico’s van een verminderde weerbaarheid zijn o.a. slachtoffer worden van (seksueel) misbruik of
pesten door o.a.:
- Over-bescherming, verwennen
- Minder goed geleerd grenzen te stellen
- Een negatief zelf- en lichaamsbeeld
- Moeite hebben met inschatten van situaties en personen (veilig of onveilig)
- Gemakkelijk beïnvloedbaar zijn
- Niet kunnen inleven in een ander
- Een minder ontwikkelde gewetensfunctie (weet dat het niet mag, maar weet niet
waarom het niet mag)
- Slachtoffer zijn geweest van seksueel misbruik en dit gedrag als normaal gaan zien
Onderzoek en weerbaarheid
Er zijn 2 manieren van onderzoek doen
- Kwantitatief hoeveel/wat= gericht op het verkrijgen van een cijfermatig inzicht van
een variabele binnen een grote populatie
- Kwalitatief hoe/welke = gericht op het verzamelen van informatie over ervaringen,
wensen, motivaties, behoeften en meningen van een bepaalde doelgroep
Klinimetrie = klinische meetinstrumenten
Indicatoren van een meetinstrument zijn;
- Sensitiviteit= afwijkend/zieken/gestoorden identificeren (de sensitiviteit van een test is
het percentage terecht positieve uitslagen onder de personen met een psychische
stoornis)
- Specificiteit= de variatie binnen de normaal als normaal identificeren (de specificiteit van
de BMI is laag)
Mensen die een bepaalde ziekte niet hebben moeten ook uit een meetinstrument
komen.
- Positief voorspellende waarde
- Negatief voorspellende waarde
Voorspellende waardes moeten hoog zijn, dan is een meetinstrument
betrouwbaar en valide.
, Operationaliseren= weerbaarheid (of een ander onderwerp) uitpluizen in alle subonderdelen. Omdat
weerbaarheid moeilijk te meten is moet je kleine stukjes/bouwsteentjes uit weerbaarheid meten.
We moeten bekijken welke definitief uitkiezen en van daaruit kijken wat we gaan meten in de
integrale opdracht. Bv; herkennen van gevoelens, grenzen aangeven.
Vragenlijsten
- SDQ= vragenlijst sterke kanten en moeilijkheden.
Voor kinderen van 4 tot 16 jaar. sterke en zwakke kanten van de kinderen worden bevraagd.
Onderwerpen die aan bod komen zijn:
-emotionele problemen
-gedragsproblemen
-ADHD-symptomen
-sociale problemen
- CBSK/CBSA= competentiebeleving
CBSK= 8-12 jaar CBSA=12-18 jaar
De vragenlijst gaat om het inschatten van eigen vaardigheden, gedrag, uiterlijk en
eigenwaarde.
- GSES
Het vertrouwen dat iemand heeft om adequaat, efficiënt en succesvol te handelen in een
gegeven situatie.
- Weerbaarheid Barthimeus
Wordt voor en na een weerbaarheidstraining afgenomen bij ouders, leerkrachten of
mentoren van cliënt. Het gaat hierbij om de vaardigheden niet om de emoties
Seksueel geweld (bij mensen met een beperking)
Revictimizatie= ervaring met seksueel geweld op jonge leeftijd kunnen je kwetsbaar maken voor
seksueel geweld op latere leeftijd.
Als kinderen misbruik zijn, ontwikkelen ze vaak een gevoel van machteloosheid, waardoor zij niet
assertief leren zijn.
Risicofactoren voor misbruik:
1. ‘onteigening’ van het lichaam door;
-afhankelijkheid van de ander bij lichamelijke verzorging
-veel medische ingrepen aan het lichaam
2. Gevolgen van ‘onteigenen’:
-laag zelfbeeld
-moeite met aangaan van vriendschappen en relaties
-seksueel misbruik toestaan
3. Gebrek aan seksuele opvoeding
-ontkennen
Cerebrale parese (CP) is een hersenbeschadiging vóór het eerste levensjaar. Ontstaat dit na het eerst
levensjaar is het een niet aangeboren hersenletsel.
Vaak zijn er houding-bewegingsstoornissen. Er zijn verschillende uitingsvormen van deze
beschadiging van de hersenen. De beschadiging kom door; voor; tijdens of kort na de geboorte
zuurstoftekort.
Een vergroot risico op CP heb je door
1. Vroeggeboorte (prematuur)
2. Te laag geboortegewicht (dysmatuur)
3. Ziekte/moeilijkheden tijdens zwangerschap of geboorte
4. Ongeval of hersenziekte na geboorte
Er zijn 3 definities van weerbaarheid
1. Martietje Kessels (10-14 jaar)
Weerbaarhied= het kunnen herkennen en inschatten van bedreigende situaties, het
herkennen en verwoorden van gevoelens. Het hebben van fysiek en mentaal zelfvertrouwen
en het opkomen voor zichzelf en de anderen. Weerbaarheid bestaat uit; motorische-,
sociale-, emotionele- en mentale weerbaarheid
Gaat om niet alledaagse situaties
2. Rots en water
Weerbaarheid= in staat zijn om op een effectieve en passende manier op te komen voor je
behoefte en wensen in situaties van alledag en je persoonlijke grenzen op een respectvolle
manier aan kunnen geven als andere die overschrijden.
Gaat om alledaagse situaties
3. Een buitenlandse definitie
Je hebt weerbaarheid op verschillende niveaus;
- Microniveau de twee hierboven; ik schop jou en dit gebeurt er
- Mesoniveau als groep, een klas geeft aan dat ze het ergens niet mee eens zijn
- Macroniveau bevolkingsgroepen
Risico’s van een verminderde weerbaarheid zijn o.a. slachtoffer worden van (seksueel) misbruik of
pesten door o.a.:
- Over-bescherming, verwennen
- Minder goed geleerd grenzen te stellen
- Een negatief zelf- en lichaamsbeeld
- Moeite hebben met inschatten van situaties en personen (veilig of onveilig)
- Gemakkelijk beïnvloedbaar zijn
- Niet kunnen inleven in een ander
- Een minder ontwikkelde gewetensfunctie (weet dat het niet mag, maar weet niet
waarom het niet mag)
- Slachtoffer zijn geweest van seksueel misbruik en dit gedrag als normaal gaan zien
Onderzoek en weerbaarheid
Er zijn 2 manieren van onderzoek doen
- Kwantitatief hoeveel/wat= gericht op het verkrijgen van een cijfermatig inzicht van
een variabele binnen een grote populatie
- Kwalitatief hoe/welke = gericht op het verzamelen van informatie over ervaringen,
wensen, motivaties, behoeften en meningen van een bepaalde doelgroep
Klinimetrie = klinische meetinstrumenten
Indicatoren van een meetinstrument zijn;
- Sensitiviteit= afwijkend/zieken/gestoorden identificeren (de sensitiviteit van een test is
het percentage terecht positieve uitslagen onder de personen met een psychische
stoornis)
- Specificiteit= de variatie binnen de normaal als normaal identificeren (de specificiteit van
de BMI is laag)
Mensen die een bepaalde ziekte niet hebben moeten ook uit een meetinstrument
komen.
- Positief voorspellende waarde
- Negatief voorspellende waarde
Voorspellende waardes moeten hoog zijn, dan is een meetinstrument
betrouwbaar en valide.
, Operationaliseren= weerbaarheid (of een ander onderwerp) uitpluizen in alle subonderdelen. Omdat
weerbaarheid moeilijk te meten is moet je kleine stukjes/bouwsteentjes uit weerbaarheid meten.
We moeten bekijken welke definitief uitkiezen en van daaruit kijken wat we gaan meten in de
integrale opdracht. Bv; herkennen van gevoelens, grenzen aangeven.
Vragenlijsten
- SDQ= vragenlijst sterke kanten en moeilijkheden.
Voor kinderen van 4 tot 16 jaar. sterke en zwakke kanten van de kinderen worden bevraagd.
Onderwerpen die aan bod komen zijn:
-emotionele problemen
-gedragsproblemen
-ADHD-symptomen
-sociale problemen
- CBSK/CBSA= competentiebeleving
CBSK= 8-12 jaar CBSA=12-18 jaar
De vragenlijst gaat om het inschatten van eigen vaardigheden, gedrag, uiterlijk en
eigenwaarde.
- GSES
Het vertrouwen dat iemand heeft om adequaat, efficiënt en succesvol te handelen in een
gegeven situatie.
- Weerbaarheid Barthimeus
Wordt voor en na een weerbaarheidstraining afgenomen bij ouders, leerkrachten of
mentoren van cliënt. Het gaat hierbij om de vaardigheden niet om de emoties
Seksueel geweld (bij mensen met een beperking)
Revictimizatie= ervaring met seksueel geweld op jonge leeftijd kunnen je kwetsbaar maken voor
seksueel geweld op latere leeftijd.
Als kinderen misbruik zijn, ontwikkelen ze vaak een gevoel van machteloosheid, waardoor zij niet
assertief leren zijn.
Risicofactoren voor misbruik:
1. ‘onteigening’ van het lichaam door;
-afhankelijkheid van de ander bij lichamelijke verzorging
-veel medische ingrepen aan het lichaam
2. Gevolgen van ‘onteigenen’:
-laag zelfbeeld
-moeite met aangaan van vriendschappen en relaties
-seksueel misbruik toestaan
3. Gebrek aan seksuele opvoeding
-ontkennen
Cerebrale parese (CP) is een hersenbeschadiging vóór het eerste levensjaar. Ontstaat dit na het eerst
levensjaar is het een niet aangeboren hersenletsel.
Vaak zijn er houding-bewegingsstoornissen. Er zijn verschillende uitingsvormen van deze
beschadiging van de hersenen. De beschadiging kom door; voor; tijdens of kort na de geboorte
zuurstoftekort.
Een vergroot risico op CP heb je door
1. Vroeggeboorte (prematuur)
2. Te laag geboortegewicht (dysmatuur)
3. Ziekte/moeilijkheden tijdens zwangerschap of geboorte
4. Ongeval of hersenziekte na geboorte