Definities
Antistof = Immunoglobuline = Een uitgescheiden vorm
van de B-celreceptor.
Antigeen = Een stof die de productie van antistoffen
stimuleert.
Epitoop = Het deel van een antigeen dat herkend wordt
door een antistof. [WC2, V3]
Structuur van een antistof (en B-celreceptor)
Een antistof (en B-celreceptor) bestaat uit twee delen:
• Fab-fragment = Het deel van de antistof die
specifiek een epitoop kan herkennen.
• Fc-fragment = Het deel van de antistof dat een rol
speelt bij de biologische activiteit (effectorfunctie).
Een antistof (en B-celreceptor) bestaat uit twee lichte ketens en twee zware ketens. Beide ketens bestaan
uit een variabel deel en een constant deel. Het variabele deel is aanwezig aan de bovenzijde van het Fab-
fragment.
Structurele niveaus [WC2, V4]
• Primaire structuur: aminozuurvolgorde.
• Secundaire structuur: -helices en -sheets.
• Tertiaire structuur: individuele lichte en zware ketens.
• Quartaire structuur: gehele antistof.
Antigeenherkenning vindt plaats op het niveau van de quartaire structuur, omdat de lichte en zware
ketens tezamen het antigeen herkennen.
Het genereren van diversiteit
Er is een enorme diversiteit aan antistoffen (en B-celreceptoren) om de vele verschillende epitopen te
kunnen herkennen. De meeste diversiteit tussen antistoffen (en B-celreceptoren) bevindt zich op de plaats
waar er contact wordt gemaakt met een antigeen. Echter, er is sprake van allelische exclusie: elke B-
lymfocyt heeft vele kopieën van één variant B-celreceptor en produceert één variant antistof.
Diversiteit in antistoffen (en B-celreceptoren) wordt gegenereerd door verschillende processen in het
beenmerg [WC2, V8]:
• V(D)J Recombinatie. → DNA niveau.
Het gen dat codeert voor het variabele deel van
een antistof (en B-celreceptor) wordt
gegenereerd door random herschikking van
verschillende V-, D- en J-gensegmenten in
individuele B-lymfocyten. Er bestaan
verschillende loci op verschillende
chromosomen die coderen voor de zware
ketens en de lichte ketens:
• Zware keten locus.
De zware keten locus heeft in het deel van het gen dat codeert voor het variabele deel van
de zware keten verschillende V-gensegmenten, verschillende D-gensegmenten en
1