De rechten van het kind
Kinderen doorheen de geschiedenis
Rechten van het kind nieuw begrip. Kinderen werden pas als afzonderlijke sociale
categorie beschouwd tijdens de verlichting. 20 e wordt het eeuw van het kind
genoemd. Kinderen werden dragers van specifieke kinderrechten kinderen
moeten de kans krijgen om via een betekenisvolle participatie hun stem te laten
horen in de zaken die hen aanbelangen.
Op weg naar het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)
Diverse gebeurtenissen gaven aanleiding voor een stap naar kinderrechten. Denk
aan WO1. 1924 de Verklaring van Geneve (behoeftebenadering): verplichtingen en
verantwoordelijkheden van volwassen tegenover kinderen, vooral primaire noden
1934 verklaring herbevestigd door Volkerenbond. De principes zouden worden
overgenomen in hun grondwetten (voor het eerst internationaal publiekrecht).
WO2 1959 Verklaring van de Rechten van het Kind. Dit werd een grote morele
autoriteit. i.p.v. primaire noden ook nood van familieleven VB: gratis basisonderwijs.
Mensen wilde van verklaring verdrag (wettelijk). Sommige mensen wilde deze
verandering niet omdat zij kinderen nog steeds als passieve wezens zagen.
Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)
IVRK werd in 1989 goedgekeurd en in 1990 was die in werking. 54 artikelen
Artikel 1-41: substantiële rechten. En verplichtingen van derden tegen het kind.
Burger en politieke rechten (eerste generatie mensenrechten).
Artikel 42-54: hoe en wanneer het verdrag in werking treedt en wie er toezicht over
houdt. Economische, sociale en culturele rechten (tweede generatie
mensenrechten). Echter stapt de IVRK af van deze splitsing en worden ze bij elkaar
gedaan.
IVRK is geen verklaring (soft law) maar een verdrag (hard law). In art.43 staat dat de
naleving van IVRK door Comité voor de rechten van het kind is toevertrouwd. En in
art.44 worden deze taken omschreven (uitoefenen van toezicht op de naleving).
Op 25 mei 2000 twee vrijwillige protocollen toegevoegd:
- Facultatief Protocol Inzake kinderen in gewapend conflict : minimum leeftijd leger
16 tot 18.
- Facultatief Protocol Inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en
kinderpornografie.
Algemene principes van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind
Art. 1 definieert het kind als : ieder mens jonger dan 18 tenzij volgens het op het kind
van toepassing zijde recht de meerderjarigheid eerder wordt bereikt.
Alle artikelen zijn even belangrijk, onafscheidelijk en afhankelijk van elkaar. IVRK is
een allesomvattend benadering. Kind is drager van fundamentele mensen
rechten.
Het IVRK steunt op vier basisprincipes:
Bij elke actie waarbij kinderen rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken zijn, moeten
deze principes tegelijkertijd in acht worden genomen. Enkel dan kan er sprake zijn
van een kinderrechtenbenadering.
- non-discriminatie (art.2)
- het belang van het kind (art.3): iedereen moet stilstaan bij de mogelijke impact van
zijn actie op het leven van kinderen.
- het recht op overleving en ontwikkeling (art.6)
- het recht op participatie (art.12): mogen hun stem laten horen in de zaken die hen
aanbelangen
Kinderen doorheen de geschiedenis
Rechten van het kind nieuw begrip. Kinderen werden pas als afzonderlijke sociale
categorie beschouwd tijdens de verlichting. 20 e wordt het eeuw van het kind
genoemd. Kinderen werden dragers van specifieke kinderrechten kinderen
moeten de kans krijgen om via een betekenisvolle participatie hun stem te laten
horen in de zaken die hen aanbelangen.
Op weg naar het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)
Diverse gebeurtenissen gaven aanleiding voor een stap naar kinderrechten. Denk
aan WO1. 1924 de Verklaring van Geneve (behoeftebenadering): verplichtingen en
verantwoordelijkheden van volwassen tegenover kinderen, vooral primaire noden
1934 verklaring herbevestigd door Volkerenbond. De principes zouden worden
overgenomen in hun grondwetten (voor het eerst internationaal publiekrecht).
WO2 1959 Verklaring van de Rechten van het Kind. Dit werd een grote morele
autoriteit. i.p.v. primaire noden ook nood van familieleven VB: gratis basisonderwijs.
Mensen wilde van verklaring verdrag (wettelijk). Sommige mensen wilde deze
verandering niet omdat zij kinderen nog steeds als passieve wezens zagen.
Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)
IVRK werd in 1989 goedgekeurd en in 1990 was die in werking. 54 artikelen
Artikel 1-41: substantiële rechten. En verplichtingen van derden tegen het kind.
Burger en politieke rechten (eerste generatie mensenrechten).
Artikel 42-54: hoe en wanneer het verdrag in werking treedt en wie er toezicht over
houdt. Economische, sociale en culturele rechten (tweede generatie
mensenrechten). Echter stapt de IVRK af van deze splitsing en worden ze bij elkaar
gedaan.
IVRK is geen verklaring (soft law) maar een verdrag (hard law). In art.43 staat dat de
naleving van IVRK door Comité voor de rechten van het kind is toevertrouwd. En in
art.44 worden deze taken omschreven (uitoefenen van toezicht op de naleving).
Op 25 mei 2000 twee vrijwillige protocollen toegevoegd:
- Facultatief Protocol Inzake kinderen in gewapend conflict : minimum leeftijd leger
16 tot 18.
- Facultatief Protocol Inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en
kinderpornografie.
Algemene principes van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind
Art. 1 definieert het kind als : ieder mens jonger dan 18 tenzij volgens het op het kind
van toepassing zijde recht de meerderjarigheid eerder wordt bereikt.
Alle artikelen zijn even belangrijk, onafscheidelijk en afhankelijk van elkaar. IVRK is
een allesomvattend benadering. Kind is drager van fundamentele mensen
rechten.
Het IVRK steunt op vier basisprincipes:
Bij elke actie waarbij kinderen rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken zijn, moeten
deze principes tegelijkertijd in acht worden genomen. Enkel dan kan er sprake zijn
van een kinderrechtenbenadering.
- non-discriminatie (art.2)
- het belang van het kind (art.3): iedereen moet stilstaan bij de mogelijke impact van
zijn actie op het leven van kinderen.
- het recht op overleving en ontwikkeling (art.6)
- het recht op participatie (art.12): mogen hun stem laten horen in de zaken die hen
aanbelangen