HCO7, gonaden als hormoonproducerende organen
Nu geslachtsdeterminatie en -differentiatie aan bod is gekomen, gaan we ervanuit dat we een
gonade hebben en gaan we naar de belangrijkste functies daarvan kijken: hormoonproductie en
kiemcellen (HCO8 & -9).
Hormonen, er zullen 2 groepen hormonen/signaalstoffen behandeld worden:
- Steroïdhormoon, hierbij is sprake van een keten die vanuit een gemeenschappelijk voorloper
(cholesterol) voortloopt. Progesteron en oestrogeen worden als vrouwelijke
geslachtssteroïden gezien en androgenen als mannelijk. Om oestrogenen te verkrijgen, moet
een vrouw eerst echter androgenen bezitten (biosynthese keten).
- Groeifactoren, met name de TGFβ (transforming growth factor β) familie zal bekeken
worden. Deze bestaan altijd uit 2 subunits die disulfide bruggen vormen en daardoor vrij
rigide zijn.
Steroïdogeen weefsel, is weefsel waar steroïden in aangemaakt kunnen worden, rechts
zie je de klassieke steroïde weefsels aangegeven in een aap. Je hebt niet alleen de
gonaden en bijnier(schors), maar ook de hersenen en placenta. De placenta is maar een
tijdelijk steroïdvormend orgaan en dat is alleen het geval bij zoogdieren met een langere
zwangerschap. Bij een korte zwangerschap maken de eierstokken genoeg steroïde
hormonen om de zwangerschap te ondersteunen. De gonaden, bijnier(schors), hersenen
en placenta worden als echt klassieke steroïde weefsels gezien, doordat deze in staat zijn
vanuit de moedersubstantie (cholerstolerol) steroïdhormonen te produceren. Er zijn veel
andere celtypen die een paar steroïd metabolizing enzymen tot expressie brengen, maar
niet echt steroïdogeen zijn doordat ze niet vanaf cholesterol beginnen. Ze halen het ene
steroïd uit het bloed, zetten dit om middels hun enzymen en geven vervolgens een ander steroïd
terug. Vetweefsel kan bijvoorbeeld androgenen opnemen en middels aromatase omzetten in
oestrogenen. (aromatase komt ook in de hypofyse tot expressie waar het
betrokken is bij hormoonaanmaak.)
Gonadale steroïdproductie regulatie, de hypofyse reguleert de
steroïdproductie in gonaden. Met name LH heeft invloed op de endocriene
cellen. FSH is echter ook van belang en speelt niet alleen een rol in
kiemcelproductie. FSH reguleert namelijk aromatase expressie, terwijl LH hier
geen effect op heeft. FSH is dus cruciaal voor oestrogeenproductie in de
gonaden.
Steroïdogene cellen coupe, links zie je coupes van testis weefsel van een
zebravis waar in situ hybridisatie is uitgevoerd op INSL3 mRNA. Leydig
cellen brengen INSL3 tot expressie en met deze methode kleur je dus de
Leydig cellen.
Steroïdogene cellen, onafhankelijk van hun locatie (testis, ovaria,
bijnierschors) hebben steroïdogene cellen een paar kenmerken:
- Ze komen altijd in groepen voor.
- Ze bevatten speciale mitochondriën. Mitochondriën bezitten een
binnen- en buitenmembraan. Het buitenmembraan is gewoon vlak en het
binnenmembraan is normaal gesproken geplooid. Bij steroïdogene cellen
maken de plooien contact met elkaar en vormen ze een buizenstructuur
(tubular cristae). Deze buizen zijn heel regelmatig gerangschikt en dat is
rechts te zien. Deze vouwing van het binnenmembraan zie je alleen in
steroïdogene cellen en resulteert in oppervlakte vergroting. Op deze
manier is het meer ruimte voor de mitochondriale steroïdenzymen (zijn
membraangebonden).
- sER, normaal gesproken hebben cellen rER doordat er ribosomen
gebonden zijn, maar in steroïdogene cellen heb je smooth ER en veel vrije