Proefexamen Financiële vaardigheden & Voorraadbeheer
1. Geef van de hieronder genoemde voorbeelden aan of ze vallen onder kleine
budgetten. (maximaal 5 punten)
(1) welkomstcadeau voor een nieuwe medewerker
(2) zaalhuur voor een bijeenkomst van 900 mensen
(3) boodschappen voor de dagelijkse lunch
(4) het inrichten van een van een nieuwe werkplek
(5) jubileumcadeau voor het 25-jarig dienstverband van een medewerker
Antwoord:
(1) Ja
(2) Nee
(3) Ja
(4) Nee
(5) Ja
2. Op welke aspecten let iemand die kostenbewust is? (3 punten)
o o optimaal gebruik van beschikbare mensen en geldende prijzen en mogelijke kortingen
o o optimaal gebruik van beschikbare middelen, beschikbare tijd en geldende prijzen
o o optimaal gebruik van beschikbare tijd, beschikbaar geld en beschikbare middelen
o o optimaal gebruik van beschikbare tijd, beschikbare mensen en geldende prijzen
3. Je hebt een offerte gestuurd met daarop een bedrag van € 600,- exclusief 21%
BTW. De klant wil graag een offerte inclusief BTW. Bereken de prijs inclusief
BTW. Laat je berekening zien. (3 punten)
€ 600 x 1,21 = € 726,00
4. Je hebt een factuur ontvangen voor de levering van 420 brochures. In de
hiervoor ontvangen offerte is een prijs vermeld van € 25,- (exclusief 21% BTW)
per 30 brochures. Op de totale prijs (exclusief BTW) krijg je een korting van
10%. Het bedrag op de factuur is € 391,15, inclusief 21% BTW. Is het
factuurbedrag juist? Laat je berekening zien. ( maximaal 5 punten)
De factuur is niet juist. (1 pnt) / 420 brochures = 14 x30 brochures (1 pnt) Prijs 14 x € 25 =
€ 350 (1 pnt)
Korting 10% van € 350 = € 35. Te betalen € 350-€ 35 = € 315 (1 pnt)
Incl. 21% BTW: € 315 x 1.21 = € 381,15 (1 pnt)
5. Wat betekent de afkorting BTW? (3 punten)
o Belasting toegestane waarde
o Belasting toegevoegde waarde
1. Geef van de hieronder genoemde voorbeelden aan of ze vallen onder kleine
budgetten. (maximaal 5 punten)
(1) welkomstcadeau voor een nieuwe medewerker
(2) zaalhuur voor een bijeenkomst van 900 mensen
(3) boodschappen voor de dagelijkse lunch
(4) het inrichten van een van een nieuwe werkplek
(5) jubileumcadeau voor het 25-jarig dienstverband van een medewerker
Antwoord:
(1) Ja
(2) Nee
(3) Ja
(4) Nee
(5) Ja
2. Op welke aspecten let iemand die kostenbewust is? (3 punten)
o o optimaal gebruik van beschikbare mensen en geldende prijzen en mogelijke kortingen
o o optimaal gebruik van beschikbare middelen, beschikbare tijd en geldende prijzen
o o optimaal gebruik van beschikbare tijd, beschikbaar geld en beschikbare middelen
o o optimaal gebruik van beschikbare tijd, beschikbare mensen en geldende prijzen
3. Je hebt een offerte gestuurd met daarop een bedrag van € 600,- exclusief 21%
BTW. De klant wil graag een offerte inclusief BTW. Bereken de prijs inclusief
BTW. Laat je berekening zien. (3 punten)
€ 600 x 1,21 = € 726,00
4. Je hebt een factuur ontvangen voor de levering van 420 brochures. In de
hiervoor ontvangen offerte is een prijs vermeld van € 25,- (exclusief 21% BTW)
per 30 brochures. Op de totale prijs (exclusief BTW) krijg je een korting van
10%. Het bedrag op de factuur is € 391,15, inclusief 21% BTW. Is het
factuurbedrag juist? Laat je berekening zien. ( maximaal 5 punten)
De factuur is niet juist. (1 pnt) / 420 brochures = 14 x30 brochures (1 pnt) Prijs 14 x € 25 =
€ 350 (1 pnt)
Korting 10% van € 350 = € 35. Te betalen € 350-€ 35 = € 315 (1 pnt)
Incl. 21% BTW: € 315 x 1.21 = € 381,15 (1 pnt)
5. Wat betekent de afkorting BTW? (3 punten)
o Belasting toegestane waarde
o Belasting toegevoegde waarde