Onderwijs en opvoeding in een stedelijke omgeving –
Ruben Fukkink & Ron Oostdam
Social Work jaar 3
1.1 Inleiding
Aan het einde van de negentiende eeuw ontstonden er grote steden. De stad werd al snel een nieuw
terrein van studie. Een belangrijke vraag ontstond op deze studies; mensen maken de stad, maar
maakt de stad ook mensen die er wonen?
Jane Addams was de eerst stadssocioloog die oog had voor een bijzondere groep in de
moderne stad; de jeugd. In haar boek waarschuwde zij voor de verleidingen en morele gevaren van
het opgroeien in de stad. Zij beschouwde de stad niet als toevallige context en wilde weten hoe de
stedelijke omgeving het opgroeien en de ontwikkelen van de jongeren beïnvloedde en andersom.
1.2 Onderwijs en opvoeding in de stad
Milner definieert het begrip ‘stedelijk’ op in drie niveaus:
1. Extensive urban: Metropolen met meer dan een miljoen inwoners.
2. Emergent urban: grote steden met minder dan een miljoen inwoners.
3. Characteristich: verstedelijking op kleine schaal.
Steden kunnen ook worden getypeerd aan de hand van de grote diversiteit van hun inwoners en de
rijke omgeving met hoge concentratie van instellingen op het gebied van kunst, cultuur, onderwijs
en economie. Opgroeien in de stad betekend opgroeien in wereld van verschillen. Ook de stedelijke
omgeving is uniek. De grote stad biedt diverse kennisinstellingen, centra voor sport en
vrijetijdsbesteding in diverse stadsdelen unieke mogelijkheden voor de ontwikkeling van jongeren.
1.2.1 Superdiversiteit van jeugd
De pedagogische dimensie van de klas in de grote stad is anders. De verschillen blijken ‘voorspellers’
van leerprestaties, probleemgedrag en schooluitval. Leerlingen in een grote stad doen het
gemiddeld minder goed dan de rest van het land.
De grote verschillen tussen kinderen in grote steden verklaren waarom sommige kinderen
vanuit hun thuissituatie meer afstand ervaren tot school, waar een andere taal wordt gesproken en
een eigen cultuur met andere regels heerst. Dat verklaart waarom goed je best doen niet bij hun
eigen cultuur of identiteit wordt gezien. Goed je best doen op school wordt soms gezien als ‘acting
white’, waarbij je jezelf dus buiten je eigen groep plaatst. De verschillen in de klas vertalen zich soms
ook in eigen groepsdynamiek, die voelbaar wordt bij onderwerpen zoals religie, seksualiteit,
burgerschap en actuele gebeurtenissen uit het nieuws die te maken hebben met discriminatie.
Tegelijker tijd laat onderzoek zien dat omgang tussen kinderen met diverse achtergronden positief
is.
1.2.2 Superdiversiteit van ouders
In grote steden loopt de samenwerking tussen ouders, school en het pedagogische werkveld soms
moeilijk doordat professionals te maken krijgen met verschillende sociale en culturele
achtergronden en zeer uitlopende verwachtingen ten opzichte van onderwijs en opvoeding. Zo kan
er een kloof zijn tussen school en thuis cultuur. Het betrekken van ouders bij het gebeuren op school
draagt in sterke mate mee bij het schoolsucces voor de kinderen in grote steden.
Ruben Fukkink & Ron Oostdam
Social Work jaar 3
1.1 Inleiding
Aan het einde van de negentiende eeuw ontstonden er grote steden. De stad werd al snel een nieuw
terrein van studie. Een belangrijke vraag ontstond op deze studies; mensen maken de stad, maar
maakt de stad ook mensen die er wonen?
Jane Addams was de eerst stadssocioloog die oog had voor een bijzondere groep in de
moderne stad; de jeugd. In haar boek waarschuwde zij voor de verleidingen en morele gevaren van
het opgroeien in de stad. Zij beschouwde de stad niet als toevallige context en wilde weten hoe de
stedelijke omgeving het opgroeien en de ontwikkelen van de jongeren beïnvloedde en andersom.
1.2 Onderwijs en opvoeding in de stad
Milner definieert het begrip ‘stedelijk’ op in drie niveaus:
1. Extensive urban: Metropolen met meer dan een miljoen inwoners.
2. Emergent urban: grote steden met minder dan een miljoen inwoners.
3. Characteristich: verstedelijking op kleine schaal.
Steden kunnen ook worden getypeerd aan de hand van de grote diversiteit van hun inwoners en de
rijke omgeving met hoge concentratie van instellingen op het gebied van kunst, cultuur, onderwijs
en economie. Opgroeien in de stad betekend opgroeien in wereld van verschillen. Ook de stedelijke
omgeving is uniek. De grote stad biedt diverse kennisinstellingen, centra voor sport en
vrijetijdsbesteding in diverse stadsdelen unieke mogelijkheden voor de ontwikkeling van jongeren.
1.2.1 Superdiversiteit van jeugd
De pedagogische dimensie van de klas in de grote stad is anders. De verschillen blijken ‘voorspellers’
van leerprestaties, probleemgedrag en schooluitval. Leerlingen in een grote stad doen het
gemiddeld minder goed dan de rest van het land.
De grote verschillen tussen kinderen in grote steden verklaren waarom sommige kinderen
vanuit hun thuissituatie meer afstand ervaren tot school, waar een andere taal wordt gesproken en
een eigen cultuur met andere regels heerst. Dat verklaart waarom goed je best doen niet bij hun
eigen cultuur of identiteit wordt gezien. Goed je best doen op school wordt soms gezien als ‘acting
white’, waarbij je jezelf dus buiten je eigen groep plaatst. De verschillen in de klas vertalen zich soms
ook in eigen groepsdynamiek, die voelbaar wordt bij onderwerpen zoals religie, seksualiteit,
burgerschap en actuele gebeurtenissen uit het nieuws die te maken hebben met discriminatie.
Tegelijker tijd laat onderzoek zien dat omgang tussen kinderen met diverse achtergronden positief
is.
1.2.2 Superdiversiteit van ouders
In grote steden loopt de samenwerking tussen ouders, school en het pedagogische werkveld soms
moeilijk doordat professionals te maken krijgen met verschillende sociale en culturele
achtergronden en zeer uitlopende verwachtingen ten opzichte van onderwijs en opvoeding. Zo kan
er een kloof zijn tussen school en thuis cultuur. Het betrekken van ouders bij het gebeuren op school
draagt in sterke mate mee bij het schoolsucces voor de kinderen in grote steden.