HS1 Internationale bronnen van publiek luchtrecht
In de luchtvaart zijn er wetten opgesteld om chaos te voorkomen en ter en managing van luchtvaart
operaties. En ook voor het alle belangrijkste Veiligheid en uniformiteit in de Luchtvaart.
Verdrag van Chicago
Dit is een uitgewerkte versie van het verdrag van Parijs uit 1919. Dit verdrag is getekend toen alle
neutrale landen bij elkaar kwamen om zich te verenigen op 1 november 1944 voor een conferentie
op het gebied van burgerluchtvaart. Het Verdrag kent vier richtingen:
1. Amerikaanse richting: Volledige concurrentie toegestaan
2. Engelse richting: Instellen van een internationale organisatie die het luchtverkeer zou
coördineren, route verdeling en route kosten bepalen
3. Canadese richting: verder uitwerking Engelse richting
4. Nieuw-Zeelandse en Australische richting: internationaliseren van grote lijnen waarbij enkele
corporaties het uitvoeren en staten nemen deel daarin.
Het verdrag richtte zich voornamelijk op de naoorlogse internationale burgerluchtvaart op een
veilige, doelmatige en economische wijze tot ontwikkeling brengen ( het werd Preambule Verdrag
genoemd)
Indeling van het Verdrag: Het bestaat uit 96 artikelen, die een breed gebied behandelt aan
onderwerpen ter belang van burgerluchtvaart.
Deel I: bevat hoofdstukken over
o Aspecten verbonden aan het vliegen boven het grondgebied van aangesloten staten
zoals luchtdiensten, douane, luchtverkeersregels, discriminatie en etc.
o Nationaliteit van vliegtuigen
o documenten en bescheiden (erkennen bewijs van bevoegdheid en etc)
o Internationale normen en aanbevolen werkwijzen (SARP’S)
o Elke staat heeft volledige en uitsluitende soevereiniteit over het luchtruim boven zijn
grondgebied. Suzereiniteit beheersende staat
o Geregeld luchtvervoer naar of boven het gebied van een staat mag alleen met
toestemming van deze staat geschieden
o Ongeregeld vervoer moet volgens de staat worden toegestaan, wel kunnen om
veiligheidsredenen overvliegroutes worden vastgesteld.
o Cabotage (binnenlandse luchtvervoer): behoeft aan buitenlandse maatschappijen
niet te worden toegestaan.
o Staten kunnen om militaire noodzaak of andere veiligheidsredenen vliegen boven
sommige delen van eigen grondgebied weigeren.
o Staten mogen voorschrijven dat vliegtuigen van andere staten op douanevliegvelden
aankomen en daarvan vetrekken
, o Toepassing van luchtvaartvoorschriften moet zonder discriminatie ten aanzien van
nationaliteit geschieden.
o Boven het grondgebied van een andere staat gelden de regels van die staat
o Staten hebben de bevoegdheid om zonder onredelijke vertraging, vliegtuigen te
onderzoeken en naar documenten te vragen
o Luchtvaarttuigen hebben de nationaliteit van de staat waarin ze ingeschreven staan,
overschrijven mogelijk.
o Staten zijn verplicht om hulp te verlenen aan luchtvaartuigen die boven hun
grondgebied in nood verkeren. Indien zover, de eigenaar van de staat waarin het
ingeschreven is om bijstand te verlenen
o De staat waarin een ongeval zich voordoet, dient desnoods een onderzoek te starten
naar het ongeval, het onderzoeksrapport dient gezonden te worden naar de staat
van inschrijving.
o Staten zijn verplicht om standaardsystemen ter beschikking te stellen
uniformiteit in de luchtvaart, denk aan luchthavens, radiodiensten,
luchtvaartkaarten en etc.
o Bij internationale vluchten moeten de volgende bescheiden meegevoerd worden.
Bewijs van luchtvaardigheid (BvL)
Bewijs van Bevoegdheid (BvB)
Bewijs van Inschrijving (BvI)
Journal
Zendmachtiging (BAR)
Passagierslijst
Ladingsmanifest
Gespecifieerde ladingsverklaring
o Vervoer van oorloogmunitie en oorlogstuig niet toegestaan zonder toestemming van
de staat
o Eenvormigheid in voorschriften, normen methoden met betrekking tot
luchtvaartuigen, personeel, luchtlijnen en hulpdiensten SARP’S,
Noodprocedures
Journaals
Luchtvaartkaarten
Communicatie en navigatiehulpmiddelen
International Civil Aviation Organization
- Een voorzag van het Verdrag van Chicago
- Opgericht in 1944 maar pas op 4 april 1947 in werking getreden
- Daarvoor heette de organisatie PICAO
- Meer dan 188 landen zijn aangesloten bij ICAO waaronder Nederland
- In het algemeen de ontwikkeling van alle aspecten van de internationale burgerluchtvaart te
bevorderen
- Tegen discriminatie
- De hoogste autoriteit binnen ICAO is de Assembly (algemene vergadering) en hierin is
iedere aangesloten staat vertegenwoordigt en beschikt over één stem. De Assembly vindt
één keer per drie jaar plaats
, Verdrag van Parijs
- Getekend in 1919
- Eerste verdrag op het gebied van internationale luchtrecht
- Iedere staat heeft volledige en uitsluitende soevereiniteit over eigen grondgebied
Annexen
1. Personal Licensing
2. Rules of the Air
3. Meteorological Service for international Air navigation
4. Aeronautical charts
5. Units of measurement to be used in Air and Ground Operations
6. Operation of Aircraft
7. Aircraft Nationality and Registration Marks
8. Airworthiness of Aircraft
9. Facilitation
10. Aeronautical telecommunications
11. Air traffic Services
12. Search and Rescue
13. Aircraft Accident and Incident Investigation
14. Aerodromes
15. Aeronautical Information Services
16. Environmental Protection
17. Security
18. The safe transport of dangerous goods by the air
19. Safety
De implementatie van ICAO regelgeving in nationale wetgeving: niet per se rechtstreeks
van werking, er wordt eerst gekeken naar de aard van het verdragsregel.
Recommended Practices niet bindend: deze zijn niet per definitie bindend ten aanzien van
recommended practices
International Council of Aircraft Owners and Pilots Association (IOPA): aangewezen door
ICAO voor verantwoording kleine luchtvaart en heeft als voornaamste doelstelling de
verdere ontwikkeling van de internationale kleine luchtvaart.
H2 Europese bronnen van luchtvaardigheid
European Civil Aviation Conference (ECAC)
In de luchtvaart zijn er wetten opgesteld om chaos te voorkomen en ter en managing van luchtvaart
operaties. En ook voor het alle belangrijkste Veiligheid en uniformiteit in de Luchtvaart.
Verdrag van Chicago
Dit is een uitgewerkte versie van het verdrag van Parijs uit 1919. Dit verdrag is getekend toen alle
neutrale landen bij elkaar kwamen om zich te verenigen op 1 november 1944 voor een conferentie
op het gebied van burgerluchtvaart. Het Verdrag kent vier richtingen:
1. Amerikaanse richting: Volledige concurrentie toegestaan
2. Engelse richting: Instellen van een internationale organisatie die het luchtverkeer zou
coördineren, route verdeling en route kosten bepalen
3. Canadese richting: verder uitwerking Engelse richting
4. Nieuw-Zeelandse en Australische richting: internationaliseren van grote lijnen waarbij enkele
corporaties het uitvoeren en staten nemen deel daarin.
Het verdrag richtte zich voornamelijk op de naoorlogse internationale burgerluchtvaart op een
veilige, doelmatige en economische wijze tot ontwikkeling brengen ( het werd Preambule Verdrag
genoemd)
Indeling van het Verdrag: Het bestaat uit 96 artikelen, die een breed gebied behandelt aan
onderwerpen ter belang van burgerluchtvaart.
Deel I: bevat hoofdstukken over
o Aspecten verbonden aan het vliegen boven het grondgebied van aangesloten staten
zoals luchtdiensten, douane, luchtverkeersregels, discriminatie en etc.
o Nationaliteit van vliegtuigen
o documenten en bescheiden (erkennen bewijs van bevoegdheid en etc)
o Internationale normen en aanbevolen werkwijzen (SARP’S)
o Elke staat heeft volledige en uitsluitende soevereiniteit over het luchtruim boven zijn
grondgebied. Suzereiniteit beheersende staat
o Geregeld luchtvervoer naar of boven het gebied van een staat mag alleen met
toestemming van deze staat geschieden
o Ongeregeld vervoer moet volgens de staat worden toegestaan, wel kunnen om
veiligheidsredenen overvliegroutes worden vastgesteld.
o Cabotage (binnenlandse luchtvervoer): behoeft aan buitenlandse maatschappijen
niet te worden toegestaan.
o Staten kunnen om militaire noodzaak of andere veiligheidsredenen vliegen boven
sommige delen van eigen grondgebied weigeren.
o Staten mogen voorschrijven dat vliegtuigen van andere staten op douanevliegvelden
aankomen en daarvan vetrekken
, o Toepassing van luchtvaartvoorschriften moet zonder discriminatie ten aanzien van
nationaliteit geschieden.
o Boven het grondgebied van een andere staat gelden de regels van die staat
o Staten hebben de bevoegdheid om zonder onredelijke vertraging, vliegtuigen te
onderzoeken en naar documenten te vragen
o Luchtvaarttuigen hebben de nationaliteit van de staat waarin ze ingeschreven staan,
overschrijven mogelijk.
o Staten zijn verplicht om hulp te verlenen aan luchtvaartuigen die boven hun
grondgebied in nood verkeren. Indien zover, de eigenaar van de staat waarin het
ingeschreven is om bijstand te verlenen
o De staat waarin een ongeval zich voordoet, dient desnoods een onderzoek te starten
naar het ongeval, het onderzoeksrapport dient gezonden te worden naar de staat
van inschrijving.
o Staten zijn verplicht om standaardsystemen ter beschikking te stellen
uniformiteit in de luchtvaart, denk aan luchthavens, radiodiensten,
luchtvaartkaarten en etc.
o Bij internationale vluchten moeten de volgende bescheiden meegevoerd worden.
Bewijs van luchtvaardigheid (BvL)
Bewijs van Bevoegdheid (BvB)
Bewijs van Inschrijving (BvI)
Journal
Zendmachtiging (BAR)
Passagierslijst
Ladingsmanifest
Gespecifieerde ladingsverklaring
o Vervoer van oorloogmunitie en oorlogstuig niet toegestaan zonder toestemming van
de staat
o Eenvormigheid in voorschriften, normen methoden met betrekking tot
luchtvaartuigen, personeel, luchtlijnen en hulpdiensten SARP’S,
Noodprocedures
Journaals
Luchtvaartkaarten
Communicatie en navigatiehulpmiddelen
International Civil Aviation Organization
- Een voorzag van het Verdrag van Chicago
- Opgericht in 1944 maar pas op 4 april 1947 in werking getreden
- Daarvoor heette de organisatie PICAO
- Meer dan 188 landen zijn aangesloten bij ICAO waaronder Nederland
- In het algemeen de ontwikkeling van alle aspecten van de internationale burgerluchtvaart te
bevorderen
- Tegen discriminatie
- De hoogste autoriteit binnen ICAO is de Assembly (algemene vergadering) en hierin is
iedere aangesloten staat vertegenwoordigt en beschikt over één stem. De Assembly vindt
één keer per drie jaar plaats
, Verdrag van Parijs
- Getekend in 1919
- Eerste verdrag op het gebied van internationale luchtrecht
- Iedere staat heeft volledige en uitsluitende soevereiniteit over eigen grondgebied
Annexen
1. Personal Licensing
2. Rules of the Air
3. Meteorological Service for international Air navigation
4. Aeronautical charts
5. Units of measurement to be used in Air and Ground Operations
6. Operation of Aircraft
7. Aircraft Nationality and Registration Marks
8. Airworthiness of Aircraft
9. Facilitation
10. Aeronautical telecommunications
11. Air traffic Services
12. Search and Rescue
13. Aircraft Accident and Incident Investigation
14. Aerodromes
15. Aeronautical Information Services
16. Environmental Protection
17. Security
18. The safe transport of dangerous goods by the air
19. Safety
De implementatie van ICAO regelgeving in nationale wetgeving: niet per se rechtstreeks
van werking, er wordt eerst gekeken naar de aard van het verdragsregel.
Recommended Practices niet bindend: deze zijn niet per definitie bindend ten aanzien van
recommended practices
International Council of Aircraft Owners and Pilots Association (IOPA): aangewezen door
ICAO voor verantwoording kleine luchtvaart en heeft als voornaamste doelstelling de
verdere ontwikkeling van de internationale kleine luchtvaart.
H2 Europese bronnen van luchtvaardigheid
European Civil Aviation Conference (ECAC)