Begrippenlijst college 1 – fysieke ontwikkeling prenataal en baby
H1 – H2.1 – H3 – H4.1 – H4.2
Ontwikkelingspsychologie
- Fysieke persoonlijkheidsontwikkeling
- Cognitieve persoonlijkheidsontwikkeling
- Sociale persoonlijkheidsontwikkeling.
Ontwikkeling
- Continue verandering
- Discontinue verandering
- Kritieke periode
- Gevoelige periode
Erfelijkheid
- Gedragsgenetica
- Tweelingonderzoek
- Adoptieonderzoek
- Multifactoriële overerving
- Polygenische overerving
- Gen-omgevingseffect (actief, passief, evocatief)
- Differential susceptibility
- Fragiele X-syndroom
Prenatale ontwikkeling
- Prenatale stadia
- Embryonaal stadium
- Foetaal stadium
- Germinaal stadium
- Teratogene effecten (inclusief figuur 3-14, FAS)
- Premature baby
- Levensvatbare leeftijd
- Postmature baby
- Laag geboortegewicht
- Zeer laag geboortegewicht
- Groei vertraagde baby
Ontwikkelingspsychologie
- De wetenschappelijke studie naar groei, verandering en stabiliteit van conceptie tot
adolescentie.
- Onderzoekt hoe organismen in de loop van de tijd veranderen door biologische
invloeden en omgevingsfactoren.
,Fysieke ontwikkeling
- Ontwikkeling die betrekking heeft op de fysieke opbouw van het lichaam zoals de
hersenen, het zenuwstelsel, de spieren, de zintuigen en de behoefte aan eten,
drinken en slaap
Cognitieve ontwikkeling
- Ontwikkeling die betrekking heeft op de manier waarop het gedrag van de mens
wordt beinvloed door groei en verandering in de eigenschappen die de ene persoon
van de andere onderscheiden.
Sociale en persoonlijkheidsontwikkeling
- Ontwikkeling die betrokking heeft op sociale relaties en interacties met anderen en
op duurzame eigenschappen die de ene persoon van de andere onderscheiden.
Ontwikkeling
- De manier waarop iets verandert, de groei.
Continue verandering
- Geleidelijke ontwikkeling waarbij prestaties op een bepaald niveau voortvloeien uit
die van vorige niveaus.
- Bij continue verandering is de ontwikkeling geleidelijk en vloeien de prestaties op een
bepaald niveau voort uit die van de vorige niveaus.
- Prestaties op het ene niveau zijn een vervolg op het voorgaande niveau.
Discontinue verandering
- Ontwikkeling die in aparte stappen of stadia plaatsvindt, en waarbij elk stadium
gedrag oplevert dat kwalitatief anders is dan gedrag in eerdere stadia.
- Elk stadium levert gedrag op dat kwalitatief anders is dan gedrag in eerdere stadia.
Zulke stadia zijn onder meer de kleutertijd, de kindertijd en de adolescentie. Vanuit
dit standpunt gezien kan een ontwikkeling heel abrupt, oftewel discontinue,
verlopen.
- Verandering verloopt in duidelijk onderscheiden stappen of fasen.
- Gedrag en processen zijn in verschillende fasen kwalitatief verschillend.
Kritieke periode
- Een specifieke tijd in de ontwikkeling waarin een bepaalde gebeurtenis de grootste
gevolgen heeft.
- Het heeft permanente en onomkeerbare gevolgen wanneer een individu in de
ontwikkeling bepaalde invloeden mist in de kritieke periode in tegenstelling tot de
gevoelige periode.
- Kind is een bepaalde periode extreem gevoelig voor een bepaalde prikkel
Gevoelige periode
, - Een afgebakende periode, meestal vroeg in het leven van een organisme, waarin dat
organisme extra gevoelig is voor omgevingsinvloeden die betrekking hebben op een
bepaald facet van de ontwikkeling.
- Tijdens de gevoelige periode zijn organismen extra ontvankelijk voor bepaalde
soorten stimuli in hun omgeving. Een gevoelige periode staat voor de periode waarin
bepaalde vermogens optimaal naar voren komen. Met name kinderen zijn bijzonder
gevoelig voor invloeden uit de omgeving.
- De consequenties hoeven niet altijd permanent te zijn.
- Open staan voor een bepaalde stimuli en hoe zwaar de impact dan weegt
Erfelijkheid
- Het van generatie op generatie doorgeven van lichamelijke en geestelijke
eigenschappen.
Gedragsgenetica
- Het onderzoek naar de effecten van erfelijkheid op gedrag.
- De manier waarop onze persoonlijkheid en onze gedragspatronen worden beïnvloed
door genetische factoren.
Tweelingonderzoek
- Onderzoek naar eeneiige tweelingen. Door hun ontwikkelingen met elkaar te
vergelijken, hoopt men te ontdekken welke eigenschappen zijn aangeleerd en welke
aangeboren.
- VB: het onderzoek van Thomas Bounchard naar tweelingen die bij de geboorte
werden gescheiden en daarna herenig, biedt bijvoorbeeld enkele verleidelijke
aanwijzingen over de relatieve bijdrage van nature en nurture.
- Inmiddels worden deze onderzoeken niet meer gedaan en focussen onderzoekers
zich op tweelingen die samen worden opgevoed.
- Omdat eeneiige tweelingen overwegend hetzelfde genotype hebben en twee-eiige
tweelingen (gemiddeld) de helft van hun genen gemeenschappelijk hebben, zouden
erfelijke effecten zich bij een eeneiige tweeling zich sterker moeten uiten.
Adoptieonderzoek
- Alternatief voor tweelingonderzoek waarbij de eigenschappen van het geadopteerde
kind worden vergelijken met de eigenschappen van de biologische gezinsleden en die
van de geadopteerde gezinsleden.
- Onderzoekers vergelijken de kenmerken van de geadopteerde kinderen met die van
hun biologische ouders en die van het adoptiegezin.
Multifactoriële overerving
- De bepaling van eigenschappen door een combinatie van genetische factoren en
omgevingsfactoren, waarbij een genotype zorgt voor bepaald bereik waarbinnen een
fenotype zich kan manifesteren.
- Bij multifactoriële overerving zorgt een genotype voor een bepaald bereik
waarbinnen een fenotype zich kan manifesteren. Mensen met een genotype dat
ervoor zorgt dat ze gemakkelijk aankomen zullen misschien nooit slank worden,
hoeveel ze ook lijnen.