Samenvattingen
Pedagogisch werk 1 Thema 7.5
Pedagogisch werk 1 Thema 17
Pedagogisch werk 2 Thema 4
Pedagogisch werk 2 Thema 14
Professioneel werken voor pedagogisch werk Thema 3
Professioneel werken voor pedagogisch werk Thema 18
Thema 7.5 ongeletterdheid en laaggeletterdheid
Ongeletterdheid:
- Ook wel analfabetisme genoemd
- Kan niet lezen of schrijven
Laaggeletterdheid:
- Als iemand wel kan lezen en schrijven maar er moeite mee heeft
- Gebied van lezen en schrijven, niveau 1F
- Laaggeletterde ouders? Kans is groot dat kind het ook heeft. Opgegroeid in taalarme omgeving
Taalarme omgeving:
- Een omgeving waar weinig aandacht is voor taal
Gevolgen:
- Problemen in de maatschappij, op het werk en in het dagelijks leven
- Minder zelfredzaam en minder sociaal actief
- Kost geld (minder inkomstenbelasting, uitkeringen)
Actieplan ‘geletterdheid in Nederland’:
- Maatregelen die ervoor moeten zorgen dat het aantal laaggeletterden in Nederland daalt
- Doelen:
o Duidelijk zichtbaar op welk niveau een leerling taal en rekenen beheerst
o Taal en rekenen wordt op alle scholen op dezelfde manier gegeven
o Scholen gebruiken dezelfde woorden en begrippen om het niveau aan te geven
o Lesmethodes rekenen en taal starten begin basisschool en eindigen eind voortgezet
onderwijs
Referentiekader:
- Hierin staat aangegeven welke taal en reken niveaus je moet hebben op bepaalde momenten in de
schoolloopbaan
- Iedereen moet minimaal ‘algemeen maatschappelijk functioneel niveau’ hebben
Programma’s voor laaggeletterden:
Verzorgen van kinderen (B1K1)
1
, - Taal voor het leven: taalvrijwilligers begeleiden cursisten individueel, in groepjes en ondersteunen de
docent in de klas
- Educatie voor vrouwen met ambitie (EVA): richt zich specifiek op het verbeteren van de lees- en schrijf
vaardigheid van vrouwen
- Taal maakt gezonder: zorgverleners helpen de gezondheidsrisico’s voor laaggeletterden te beperken
door deze te verwijzen naar een taalcursus
- Taal werkt!: richt op bedrijven. Maakt werkgevers ervan bewust dat zij misschien laaggeletterden in
dienst hebben.
Thema 17: pesten; thema 17.1: sociaal probleem
Pesten:
- Dat iemand vaak en langdurig door anderen opzettelijk vervelend behandeld wordt, wat leidt tot
lichamelijke verwondingen en/of psychisch lijden
- Pesten is universeel en niet cultuurgebonden
- Pesten is een sociaalmaatschappelijk probleem
Algemene risicofactoren:
- Kans is groter bij een beginnende groep of als er in een bestaande groep nieuwe kinderen bij komen
- In het VMBO vaker voor dan op de HAVO en VWO
- Kans is het grootst bij kinderen tussen 10 en 14 jaar
- Jongens pesten elkaar vaker onderling dan meisjes onderling
Risicofactor pester:
- Weinig aandacht of betrokkenheid of totaal ontbrekend toezicht van ouders
- Kind wordt mishandeld door ouders
- Opgroeien in een achterstandsbuurt
- Opgroeien in een onvolledig of te groot gezin
- Heeft thuis onoplosbare problemen
- Kleine groep: kinderen die zelf gepest zijn
- PESTERS HEBBEN HULP NODIG
Risicofactoren slachtoffer:
- Weinig zelfvertrouwen
- Geen of weinig vrienden, eenzaam
- Vroeggeboorte, lichamelijk en/of verstandelijke beperking
- Gedragsproblemen of fysieke en emotionele afhankelijkheid van ouders
- Jongens die gepest worden zijn vaak kleiner of zien er zwakker uit
- Opgroeien in een gezin waar oudere broers of zussen pesten
- Het gedrag roept irritatie op in de omgeving
Thema 17: pesten; thema 17.2: rollen
Zondebokfenomeen:
- Kinderen die er niet toe doen
- Meer risico om gepest te worden
De assistent:
- Iemand die de pester zijn gedrag aanmoedigt vanaf de zijlijn
- Belangrijke rol in het tot stand blijven van pestgedrag
De meelopers:
- Staat zwijgend of lachend onbewust de acties van de pester goed te keuren
- Heeft vaak niet in de gaten dat zij een belangrijke (negatieve) bijdrage levert
- Zijn bang voor de pester, zorgen dat zij geen slachtoffer worden door te lachen
De zwijgers:
- Kinderen die wel weten dat er gepest wordt, maar niets doen
- Negeren het pesten en zeggen er niets van
Verzorgen van kinderen (B1K1)
2
, De verdediger:
- Geeft steun aan het slachtoffer
- Durft af en toe op te komen voor de gepeste, maar zal niet optreden tegen de pester
Thema 17: pesten; thema 17.3: vormen
Plagen is iets anders als pesten.
Direct pesten:
- Als iedereen kan zien of horen dat je gepest wordt
- Verschillende vormen:
o Fysiek geweld: iemand lichamelijk pijn doen
o Materieel geweld: spullen stelen of stukmaken
o Verbaal geweld: schelden, uitlachen, vernederen, bedreigen
o Pesten via social media: belastende filmpjes of foto’s digitaal verspreiden
o Mentaal geweld: achtervolgen, opwachten
o Afpersen: de pester dwingt het slachtoffer iets tegen zijn zin te doen
- Jongens pesten vaker direct als meisjes
Indirect pesten:
- Stiekem pesten, valt minder op
- Verschillende vormen:
o Als laatste gekozen
o Roddelen
o Iemand negeren of uitsluiten
o Stiekem spullen kapot maken of verstoppen
- Meisjes pesten vaker indirect als jongens
Thema 17: pesten; thema 17.4: Signalen en gevolgen
Signalen:
- Algemene signalen: uitingen van pestgedrag die vaak aanwezig zijn in de hele groep
- Primair signaal: is in het hier en nu zichtbaar en staat rechtstreeks in verband met pesten. Slachtoffer
is vaak betrokken bij opstootjes in de klas of op het speelplein
- Secundair signaal: een verborgen signaal. Bijv. als een kind niet naar school wilt
Signalen bij de pester:
- Stoer en imponerend gedrag
- Fysiek groter en sterker
- Overschatten zichzelf, maar willen zich ten koste van alles bewijzen
- Gedrag is impulsief en agressief bij tegenwerking
Gevolgen voor het slachtoffer:
- Slachtoffers van pesterijen verliezen het vertrouwen in hun leeftijdgenoten
- Zijn bang om naar school te gaan
- Gaat de pestkop geloven en zo ontstaat er een minderwaardigheidsgevoel
- Hoofdpijn, buikpijn en vermoeidheid vermindert het concentratievermogen
- Een kind spijbelt vaker
- De schoolprestaties gaan achteruit
Verzorgen van kinderen (B1K1)
3