Minor Medische Psychologie
Casus 4: Advanced Care Planning
QOL = Quality of Life
Vignet 1
Wat is het verschil in doodsoorzaken nu en toen?
Vroeger
[Murray, 2005] Dood vaak plotseling, vaak door infecties, ongelukken, bevalling.
[Jones, 2012] Rond 1800 Keelontsteking, diarree, brandwonden, schotwonden, open rug, tetralogy of Fallot (hartafwijking),
diabetes, hernia, epilepsie, osteomyelitis (beenmergontsteking), syfilis, kanker, croup, astma, hondsdolheid, urethrale stenen.
Apoplexy syndroom (kan nu stroke, seizure of flauwte zijn). Doktoren dachten dat het net aan missen van een kanonbal botten
kon breken, blind kon maken of kon doden. Artsen geobsedeerd door koortsen: vb kraamkoorts.
Bovenaan rond 1800: Consumptie, diarree, longontsteking (pneumonia). Maar ook: tanden krijgen, wormen, koud water drinken.
Rond 1900 Tubercolosis, gonorroe, syfilis, drifterie, mazelen, longontsteking, scarlet fever (roodvonk), buiktyfus.
Onderzoekers waren ook gefascineerd door tropische infecties: wormen in immigranten, de pest, gele koorts, malaria.
Er waren veel successen, maar er was ook angst voor ziektes van modernisering. Zoals: autoknie (weinig meer lopen, omdat je
met de lift en auto gaat).
Zorgen over epilepsie, alcoholisme, feeblemindedness (lage intelligentie), bang voor rassenverbetering (eugenics).
Doktoren moeite met kanker, zwangerschapsstuiten (eclampsia), impotentie, hartcondities en reuma.
Er ontstonden ook uitbarstingen van infectieziekten zoals oostelijke paarden hersenontsteking, kuru (fatale hersenziekte uit
Nieuw-Guinea), legionella, aids,
multidrug resistente tuberculose
zorgde voor waakzaamheid tegen micro-
organismen.
Wat later (va ’61) ook nieuwe zorgen
zoals consequenties van de
thermonuclear oorlog, milieu pollutie en
klimaatverandering.
Tegenwoordig
[Jones, 2012] Zie staafdiagram. Nu ook
ziektes zoals Chronisch
Vermoeidheidssyndroom.
Nu betere zorg, technologieën. Maar ook
weer ziekte door drugs en ziekte door de
nieuwe vooruitgangen (straling).
[Murray, 2005] Niet vaak meer
plotseling (Westen). Tegen einde van het
leven aan meestal een serieuze
progressieve ziekte, zoals ziekte aan hart en bloedvaten, kanker, ademhalingsstoornissen.
[Murray, 2005]
Vaak worden er vragen gesteld zoals “hoelang heb ik nog”, “Wat gaat er gebeuren?”. Dit beantwoorden voor typische ziekte
trajecten hiermee kunnen clinici goede zorg plannen en toepassen (actief + palliatief).
3 typische ziekte trajecten: kanker, orgaan falen, broze ouderen/dementie.
1) Kanker: steady progressie, vaak duidelijke eindfase, maar gaat lang wel goed.
Casus 4: Advanced Care Planning
QOL = Quality of Life
Vignet 1
Wat is het verschil in doodsoorzaken nu en toen?
Vroeger
[Murray, 2005] Dood vaak plotseling, vaak door infecties, ongelukken, bevalling.
[Jones, 2012] Rond 1800 Keelontsteking, diarree, brandwonden, schotwonden, open rug, tetralogy of Fallot (hartafwijking),
diabetes, hernia, epilepsie, osteomyelitis (beenmergontsteking), syfilis, kanker, croup, astma, hondsdolheid, urethrale stenen.
Apoplexy syndroom (kan nu stroke, seizure of flauwte zijn). Doktoren dachten dat het net aan missen van een kanonbal botten
kon breken, blind kon maken of kon doden. Artsen geobsedeerd door koortsen: vb kraamkoorts.
Bovenaan rond 1800: Consumptie, diarree, longontsteking (pneumonia). Maar ook: tanden krijgen, wormen, koud water drinken.
Rond 1900 Tubercolosis, gonorroe, syfilis, drifterie, mazelen, longontsteking, scarlet fever (roodvonk), buiktyfus.
Onderzoekers waren ook gefascineerd door tropische infecties: wormen in immigranten, de pest, gele koorts, malaria.
Er waren veel successen, maar er was ook angst voor ziektes van modernisering. Zoals: autoknie (weinig meer lopen, omdat je
met de lift en auto gaat).
Zorgen over epilepsie, alcoholisme, feeblemindedness (lage intelligentie), bang voor rassenverbetering (eugenics).
Doktoren moeite met kanker, zwangerschapsstuiten (eclampsia), impotentie, hartcondities en reuma.
Er ontstonden ook uitbarstingen van infectieziekten zoals oostelijke paarden hersenontsteking, kuru (fatale hersenziekte uit
Nieuw-Guinea), legionella, aids,
multidrug resistente tuberculose
zorgde voor waakzaamheid tegen micro-
organismen.
Wat later (va ’61) ook nieuwe zorgen
zoals consequenties van de
thermonuclear oorlog, milieu pollutie en
klimaatverandering.
Tegenwoordig
[Jones, 2012] Zie staafdiagram. Nu ook
ziektes zoals Chronisch
Vermoeidheidssyndroom.
Nu betere zorg, technologieën. Maar ook
weer ziekte door drugs en ziekte door de
nieuwe vooruitgangen (straling).
[Murray, 2005] Niet vaak meer
plotseling (Westen). Tegen einde van het
leven aan meestal een serieuze
progressieve ziekte, zoals ziekte aan hart en bloedvaten, kanker, ademhalingsstoornissen.
[Murray, 2005]
Vaak worden er vragen gesteld zoals “hoelang heb ik nog”, “Wat gaat er gebeuren?”. Dit beantwoorden voor typische ziekte
trajecten hiermee kunnen clinici goede zorg plannen en toepassen (actief + palliatief).
3 typische ziekte trajecten: kanker, orgaan falen, broze ouderen/dementie.
1) Kanker: steady progressie, vaak duidelijke eindfase, maar gaat lang wel goed.