Evolutietheorie → Proces waarbij modificatie optreedt bij voortplanting. Genetische
kenmerken veranderen door generaties heen.
Adaptatie → Overgeërfde kenmerken helpen organismen bij het overleven en reproduceren
in bepaalde habitats. Volledig aangepast op die habitat.
Bewijs van Evolutie:
1. Fossielen → Schakels en onderdelen van evolutie zijn duidelijk te zien.
Transitie fossielen geven aan waar de transitie in evolutie zit.
Missing links proberen weg te werken door naar de rest van de stamboom te kijken
(wat lijkt op elkaar? Wat moet er nog gebeuren om het organisme zo te laten
uitgroeien?)
Homologie → Kenmerken die overeenkomen tussen organismen, die laten zien dat
ze voorouders delen. (op moleculair niveau, maar ook op macroniveau)
2. Traceringen van evolutionaire geschiedenis → dingen die zijn overgebleven in een
organisme, maar niet meer worden gebruikt (staartbeen)
3. Continental drift → Verschillende soorten hebben overeenkomsten maar leven op
verschillende continenten. Tijdens het uit elkaar gaan van de continenten zijn deze
organismen ver van elkaar gedreven, maar hebben dezelfde voorouder.
Convergerende evolutie → Qua verwantschap hebben bepaalde soorten weinig
gemeen, maar door hetzelfde type selectie hebben ze dezelfde eigenschappen
gekregen.
4. Directe observatie →
Artificiële selectie
Veldwerk en onderzoek
Frozen fossil experiment → “evolutie stopzetten” Een exemplaar van een organismen
bevriezen, en een paar jaar later dat exemplaar vergelijken met het nieuwste.
5. Het ontstaan van nieuwe soorten door de tijd heen → speciation.
Evolutie is een samenbindend concept voor alle disciplines binnen de biologie. Alle
processen in organismen zijn uit te leggen met evolutie.
Homologie → Vergelijkbare kenmerken tussen soorten zijn terug te leiden naar een
gemeenschappelijke voorouder. Hebben onderliggende overeenkomst maar hebben een
andere functie (arm, vleugel)
Homologe structuren → Representeren variaties op een structuur die een gezamenlijke
voorouder had.
kenmerken veranderen door generaties heen.
Adaptatie → Overgeërfde kenmerken helpen organismen bij het overleven en reproduceren
in bepaalde habitats. Volledig aangepast op die habitat.
Bewijs van Evolutie:
1. Fossielen → Schakels en onderdelen van evolutie zijn duidelijk te zien.
Transitie fossielen geven aan waar de transitie in evolutie zit.
Missing links proberen weg te werken door naar de rest van de stamboom te kijken
(wat lijkt op elkaar? Wat moet er nog gebeuren om het organisme zo te laten
uitgroeien?)
Homologie → Kenmerken die overeenkomen tussen organismen, die laten zien dat
ze voorouders delen. (op moleculair niveau, maar ook op macroniveau)
2. Traceringen van evolutionaire geschiedenis → dingen die zijn overgebleven in een
organisme, maar niet meer worden gebruikt (staartbeen)
3. Continental drift → Verschillende soorten hebben overeenkomsten maar leven op
verschillende continenten. Tijdens het uit elkaar gaan van de continenten zijn deze
organismen ver van elkaar gedreven, maar hebben dezelfde voorouder.
Convergerende evolutie → Qua verwantschap hebben bepaalde soorten weinig
gemeen, maar door hetzelfde type selectie hebben ze dezelfde eigenschappen
gekregen.
4. Directe observatie →
Artificiële selectie
Veldwerk en onderzoek
Frozen fossil experiment → “evolutie stopzetten” Een exemplaar van een organismen
bevriezen, en een paar jaar later dat exemplaar vergelijken met het nieuwste.
5. Het ontstaan van nieuwe soorten door de tijd heen → speciation.
Evolutie is een samenbindend concept voor alle disciplines binnen de biologie. Alle
processen in organismen zijn uit te leggen met evolutie.
Homologie → Vergelijkbare kenmerken tussen soorten zijn terug te leiden naar een
gemeenschappelijke voorouder. Hebben onderliggende overeenkomst maar hebben een
andere functie (arm, vleugel)
Homologe structuren → Representeren variaties op een structuur die een gezamenlijke
voorouder had.