Hoofdstuk 1, Wat is facility management?
1.1
Waar een facility manager verantwoordelijk voor is verschilt per land, branche en zelfs per bedrijf.
Korte uitleg van facility management: ‘Ik zorg dat u uw werk beter kunt doen.’
1.2
In een bedrijf heb je primaire functies en ondersteunende. Facility management is een
ondersteunende functie.
Bij de recreatiebranche (hotels, bungalowparken, pretparken, zwemparadijzen) en bij commerciële
facilitaire aanbieders (beveiligingsbedrijven, cateraars, evenementenbureaus,
schoonmaakbedrijven) behoort facility management tot de kernactiviteit.
Facility management is het bedrijfsonderdeel dat verantwoordelijk is voor de optimale werk,
verblijfs- en zorgomgeving zowel fysiek als virtueel.
Fysiek = de gebouwde omgeving (kantoorgebouw, ziekenhuis, bungalowpark, fabriek, school,
enz.) inclusief de inrichting
Virtuele omgeving = werkomgeving buiten het bedrijf. (thuis, in de auto, trein, strand)
De facilitaire medewerker heeft altijd te maken met twee belanghebbenden:
Interne klant (medewerkers in het primaire proces van het bedrijf- de collega’s)
Externe klant (Patiënt, bezoeker, cliënt van bedrijf)
Intensiteit van de relatie met de klant verschilt per branche:
Kantoorhoudende organisatie:
Facilitaire medewerker vooral contact met interne klant. Bijvoorbeeld in het
bedrijfsrestaurant of tijdens het schoonmaken. Met de externe klant is veel minder contact.
Interne klant (primaire medewerker)
Facilitaire medewerker
Externe klant (bezoeker)
Zorgsector:
, In de zorgsector heeft de facilitaire medewerker intensief contact met de interne en de
externe klant. Bezoekers maken gebruik van het restaurant. Ook bij de informatiebalie is er
contact tussen de klant en de facilitaire medewerker. Het verschonen van bedden valt vaak
ook onder facility management. Ook de gastheren/vrouwen worden vaak aangestuurd door
een facility manager.
Interne klant (primaire medewerker)
Facilitaire medewerker
Externe klant (bezoeker)
Horeca of recreatie:
Interne klant (primaire medewerker)
Facilitaire medewerker
Externe klant (bezoeker)
In de horeca en
recreatie ligt de
nadruk op het
ontvangen en
facilitairen van
, externe klanten en is het aantal interne klanten beperkt. De facilitaire medewerker heeft dus
vooral contact
met de externe klant.
1.3
Norm van facility management: De Europese norm NEN-EN 15221
In de NEN 2748 worden de volgende hoofdgroepen van facilitaire producten onderscheiden:
Huisvesting
Diensten en middelen
ICT
Externe voorzieningen
Facility management
Huisvesting:
Heeft te maken met de gebouwen en gebouwgebonden installaties (klimaatinstallaties, liften),
renovaties, nieuwbouw en gebouwonderhoud. Huisvesting betekent letterlijk: het verschaffen van
onderkomen.
Diensten en middelen:
Bij diensten en middelen worden hard en soft services onderscheden.
Hard services = het gebouw, de installaties en het onderhoud
Soft services = catering, receptie, services met een grote mate klantencontact.
ICT, informatie en communicatie technologie
Werkzaamheden die te veel tegen het primaire proces aanliggen en een onjuiste uitvoering een
groot risico voor het bedrijf met zich meebrengt vallen niet onder facility management.
Kantoorautomatisering (printers, kopieermachines en desktops) en telefonie vallen wel onder facility
management.
Externe voorzieningen:
Externe voorzieningen zijn dingen die zich afspelen buiten de eigen huisvesting maar waar de facility
manager toch verantwoordelijk voor is. Bijvoorbeeld: externe vergaderaccommodatie,
thuiswerkplekken, personenvervoer (dienstreizen, woon- werkverkeer, openbaarvervoer, leaseauto)
Facility management:
Het algemene management dat nodig is voor de facilitaire organisatie. Hieronder vallen: beleid,
marketing, innovatie, administratie, planning en control, secretariaat, helpdesk, personeel en
organisatie, milieu, arbo, risico-, inkoop-, informatie-, en kwaliteitsmanagement.