College 8
Emoties, psychopathie en criminaliteit
Waarom relevantie van emoties?
Kenmerken psychopathie: in de kinderpopulatie wordt vaak over callous en unemotional traits gesproken,
wat gezien wordt als een voorloper van psychopathie. Een kenmerk van psychopathie is het gebrek aan
empathie; minder zorgen over de gevoelens van anderen. De term psychopathie begon bij Cleckly die een
aantal patiënten had die niet in de “gangbare” diagnoses hoorde. Het waren patiënten die heel normaal
waren als je ze sprak, totdat er gevraagd werd wat ze allemaal gedaan hadden. Hij noemt het ook “the mask
of sanity”. Volgens Cleckly zag psychopathie er als volgt uit (zie afbeelding hieronder). Het gebrek aan angst
mist in de PCL-R, hoewel dit erg kenmerkend is. Het falen om te leren uit ervaringen is omdat psychopaten
niet gecorrigeerd worden door hun emoties en die van anderen. Verder speelt de afwezigheid van liefde en
gehechtheid een rol. Voor psychopaten zijn er geen significante anderen, dus zij hoeven hier geen rekening
mee te houden met betrekking tot delictgedrag. Als laatst is een belangrijk kenmerk de afwezigheid van
diepe en blijvende emoties. Als psychopaten emoties ervaren is het zo weer voorbij (bv. ineens heel boos
worden wat een minuut later weg is).
1. Oppervlakkige charme en normale tot bovengemiddelde intelligentie
2. Afwezigheid van wanen en irrationeel denken
3. Gebrek aan angst of andere neurotische symptomen, is kalm en verbaal soepel
4. Onbetrouwbaarheid, veronachtzaming van verplichtingen en geen gevoel van verantwoordelijkheid
5. Leugenachtig gedrag en onbetrouwbaarheid
6. Ongepland antisociaal gedrag
7. Antisociaal gedrag met inadequate motieven
8. Slecht beoordelingsvermogen of falen om te leren uit ervaringen
9. Pathologisch egocentrisme en afwezigheid van liefde en gehechtheid
10. Afwezigheid van diepe en blijvende emoties
11. Het ontbreken van zelfinzicht en onvermogen zichzelf te zien zoals anderen dat doen
12. Ondankbaarheid voor vriendelijkheid en vertrouwen
13. Hinderlijk gedrag, vulgariteit, grofheid, snelle stemmingswisselingen, streken voor entertainment
14. Geen geschiedenis van echte zelfmoordpogingen
15. Onpersoonlijk en triviaal seksleven
16. Het ontbreken van een levensplan en een geordend leven, behalve voor destructieve doeleinden.
Twee types (Kapmann)
1. Primaire psychopathie: hier is sprake van een affectieve stoornis met weinig angst en emoties. Er wordt
gedacht een genetische aanleg te zijn en trait anxiety is laag. Er is sprake van emotional detachment.
2. Secundaire psychopathie: hier is sprake van emotionele verstoring, maar er wordt wel angst ervaren
Omgevingsfactoren, bv. een jeugdtrauma, spelen hier een rol. Hier is trait anxiety juist hoog
(neurotisch). Er is sprake van impulsiviteit.
Wat veroorzaakt psychopathie: psychobiologische processen en modellen (correlaten i.p.v. oorzaken)
stellen dat er een tekortkoming is in emotionele reactiviteit. Dit is met name bij negatieve emoties, wat zorgt
voor minder gevoeligheid voor dreiging en straf, geen angst en een zwakke gedragsinhibitie (BIS). Dit
verklaart enkele kenmerken van psychopathie, maar niet alle. Daarnaast zijn er volgens deze kijk tekorten in
1
, cognitieve verwerkingen en hierdoor een beperkte respons modulatie. Dus er gaat iets mis in hoe
psychopaten informatie uit de omgeving verwerken. Neuroimaging studies laten tekortkomingen zien in de
frontale cortex, wat vaak gelinkt is aan beperkte impulscontrole en inhibities. Daarnaast zijn er bij
psychopaten tekortkomingen in de amygdala; er is mindere activatie in angstige situaties en tijdens het
herkennen van angstige gezichten en andere negatieve emoties.
Etiologie van psychopathie: er is een verhoogde sensatiezucht door hypo-arousal wat zorgt voor “stimulatie
honger”. Daarnaast stelt de lage angst hypothese (Lykken) dat er een afwezigheid is van angst, wat
voornamelijk gelinkt is aan antisociale gedragingen en minder aan persoonlijkheidstrekken of pathologie.
Door gebrek van de angst ervaar je geen emoties of zelfreflectie die aantoont dat je de volgende keer
hetzelfde gedrag beter niet kan vertonen. De responsmodulatie hypothese (Gorenstein & Neumann) stelt dat
er verhoogde gevoeligheid is voor beloning. Als een psychopaat ooit een strategie heeft toegepast die een
gewenste beloning heeft gebracht, wordt hier langere tijd aan vastgehouden. Er wordt niet geleerd van straf,
maar alleen als er een beloning aanwezig is. Dit geldt voor zowel neutrale als straffende stimuli. Er is het
idee dat het komt door een aandachttekort, in dat psychopaten enkel focussen op een bepaalde taak, waar
dit niet meer gaat als de situatie te complex wordt.
Antisociale en borderline persoonlijkheidsstoornis
Verschil ASPS en psychopathie: het belangrijkste onderscheid is het gebrek aan angst bij psychopaten.
Daarom is het bijzonder dat de PCL-R juist niets over angst uitvraagt. Daarnaast is een verschil vaak dat
psychopaten in hun eerste indruk gewoon “gezond” functioneren, zo heb je veel psychopaten die in het
bedrijfsleven zitten.
Kenmerken ASPS en BPS: het meest kenmerkend voor ASPS is het gebrek aan spijt. Hier is een duidelijke
link naar morele emotie. Daarnaast is een gebrek aan empathie ook kenmerkend. BPS worden vaak bij
vrouwen vastgesteld, waar bij mannen vaak ASPS wordt vastgesteld omdat er enigszins overlap is met
betrekking tot antisociaal gedrag.
Sectie II. Pervasief patroon van onverschilligheid voor en schendig van de rechten van Sectie III. Matige of ernstige beperkingen in persoonlijkheid
anderen, sinds de leeftijd van 15 en gekenmerkt door 3 (of meer) van de volgende: functioneren, met moeilijkheden in 2 of meer van de volgende 4
1. Niet in staat zich te gedragen conform maatschappelijke norm (wetten en gebieden:
regels): bv. herhaaldelijk gedrag stellen dat aanleiding kan geven tot 1. Identiteit: egocentrisme, identiteit hangt op aan macht.
arrestaties. 2. Zelf-directiviteit; doelen stellen gebaseerd op persoonlijk
2. Bedrog: herhaaldelijk liegen, schuilnamen gebruiken, oplichten van anderen voordeel, geen prosociale interne standaarden, niet voldoen
voor geldelijk gewin of voor de lol. aan normatief ethisch gedrag opgelegd door wet of cultuur.
3. Impulsiviteit of gebrek om op voorhand te plannen. 3. Empathie: geen medeleven voor gevoelens, noden en lijden
4. Irriteerbaarheid en agressiviteit: bv. herhaaldelijk vechten, aanraden. van anderen, geen spijt na iemand te kwetsen of
5. Roekeloze onverschilligheid t.a.v. veiligheid voor zichzelf en anderen. mishandelen.
6. Weinig verantwoordelijkheidszin: herhaaldelijk falen om een baan te 4. Intimiteit: incapabel tot mutueel intieme relaties, enkel
houden of om financiële verplichtingen na te komen. uitbuiting, bedrog, dwang, gebruik van intimidatie en
7. Gebrek aan spijt: onverschilligheid of goedpraten na het kwetsen, dominantie om anderen onder controle te houden.
mishandelen of bestelen van anderen.
2
Emoties, psychopathie en criminaliteit
Waarom relevantie van emoties?
Kenmerken psychopathie: in de kinderpopulatie wordt vaak over callous en unemotional traits gesproken,
wat gezien wordt als een voorloper van psychopathie. Een kenmerk van psychopathie is het gebrek aan
empathie; minder zorgen over de gevoelens van anderen. De term psychopathie begon bij Cleckly die een
aantal patiënten had die niet in de “gangbare” diagnoses hoorde. Het waren patiënten die heel normaal
waren als je ze sprak, totdat er gevraagd werd wat ze allemaal gedaan hadden. Hij noemt het ook “the mask
of sanity”. Volgens Cleckly zag psychopathie er als volgt uit (zie afbeelding hieronder). Het gebrek aan angst
mist in de PCL-R, hoewel dit erg kenmerkend is. Het falen om te leren uit ervaringen is omdat psychopaten
niet gecorrigeerd worden door hun emoties en die van anderen. Verder speelt de afwezigheid van liefde en
gehechtheid een rol. Voor psychopaten zijn er geen significante anderen, dus zij hoeven hier geen rekening
mee te houden met betrekking tot delictgedrag. Als laatst is een belangrijk kenmerk de afwezigheid van
diepe en blijvende emoties. Als psychopaten emoties ervaren is het zo weer voorbij (bv. ineens heel boos
worden wat een minuut later weg is).
1. Oppervlakkige charme en normale tot bovengemiddelde intelligentie
2. Afwezigheid van wanen en irrationeel denken
3. Gebrek aan angst of andere neurotische symptomen, is kalm en verbaal soepel
4. Onbetrouwbaarheid, veronachtzaming van verplichtingen en geen gevoel van verantwoordelijkheid
5. Leugenachtig gedrag en onbetrouwbaarheid
6. Ongepland antisociaal gedrag
7. Antisociaal gedrag met inadequate motieven
8. Slecht beoordelingsvermogen of falen om te leren uit ervaringen
9. Pathologisch egocentrisme en afwezigheid van liefde en gehechtheid
10. Afwezigheid van diepe en blijvende emoties
11. Het ontbreken van zelfinzicht en onvermogen zichzelf te zien zoals anderen dat doen
12. Ondankbaarheid voor vriendelijkheid en vertrouwen
13. Hinderlijk gedrag, vulgariteit, grofheid, snelle stemmingswisselingen, streken voor entertainment
14. Geen geschiedenis van echte zelfmoordpogingen
15. Onpersoonlijk en triviaal seksleven
16. Het ontbreken van een levensplan en een geordend leven, behalve voor destructieve doeleinden.
Twee types (Kapmann)
1. Primaire psychopathie: hier is sprake van een affectieve stoornis met weinig angst en emoties. Er wordt
gedacht een genetische aanleg te zijn en trait anxiety is laag. Er is sprake van emotional detachment.
2. Secundaire psychopathie: hier is sprake van emotionele verstoring, maar er wordt wel angst ervaren
Omgevingsfactoren, bv. een jeugdtrauma, spelen hier een rol. Hier is trait anxiety juist hoog
(neurotisch). Er is sprake van impulsiviteit.
Wat veroorzaakt psychopathie: psychobiologische processen en modellen (correlaten i.p.v. oorzaken)
stellen dat er een tekortkoming is in emotionele reactiviteit. Dit is met name bij negatieve emoties, wat zorgt
voor minder gevoeligheid voor dreiging en straf, geen angst en een zwakke gedragsinhibitie (BIS). Dit
verklaart enkele kenmerken van psychopathie, maar niet alle. Daarnaast zijn er volgens deze kijk tekorten in
1
, cognitieve verwerkingen en hierdoor een beperkte respons modulatie. Dus er gaat iets mis in hoe
psychopaten informatie uit de omgeving verwerken. Neuroimaging studies laten tekortkomingen zien in de
frontale cortex, wat vaak gelinkt is aan beperkte impulscontrole en inhibities. Daarnaast zijn er bij
psychopaten tekortkomingen in de amygdala; er is mindere activatie in angstige situaties en tijdens het
herkennen van angstige gezichten en andere negatieve emoties.
Etiologie van psychopathie: er is een verhoogde sensatiezucht door hypo-arousal wat zorgt voor “stimulatie
honger”. Daarnaast stelt de lage angst hypothese (Lykken) dat er een afwezigheid is van angst, wat
voornamelijk gelinkt is aan antisociale gedragingen en minder aan persoonlijkheidstrekken of pathologie.
Door gebrek van de angst ervaar je geen emoties of zelfreflectie die aantoont dat je de volgende keer
hetzelfde gedrag beter niet kan vertonen. De responsmodulatie hypothese (Gorenstein & Neumann) stelt dat
er verhoogde gevoeligheid is voor beloning. Als een psychopaat ooit een strategie heeft toegepast die een
gewenste beloning heeft gebracht, wordt hier langere tijd aan vastgehouden. Er wordt niet geleerd van straf,
maar alleen als er een beloning aanwezig is. Dit geldt voor zowel neutrale als straffende stimuli. Er is het
idee dat het komt door een aandachttekort, in dat psychopaten enkel focussen op een bepaalde taak, waar
dit niet meer gaat als de situatie te complex wordt.
Antisociale en borderline persoonlijkheidsstoornis
Verschil ASPS en psychopathie: het belangrijkste onderscheid is het gebrek aan angst bij psychopaten.
Daarom is het bijzonder dat de PCL-R juist niets over angst uitvraagt. Daarnaast is een verschil vaak dat
psychopaten in hun eerste indruk gewoon “gezond” functioneren, zo heb je veel psychopaten die in het
bedrijfsleven zitten.
Kenmerken ASPS en BPS: het meest kenmerkend voor ASPS is het gebrek aan spijt. Hier is een duidelijke
link naar morele emotie. Daarnaast is een gebrek aan empathie ook kenmerkend. BPS worden vaak bij
vrouwen vastgesteld, waar bij mannen vaak ASPS wordt vastgesteld omdat er enigszins overlap is met
betrekking tot antisociaal gedrag.
Sectie II. Pervasief patroon van onverschilligheid voor en schendig van de rechten van Sectie III. Matige of ernstige beperkingen in persoonlijkheid
anderen, sinds de leeftijd van 15 en gekenmerkt door 3 (of meer) van de volgende: functioneren, met moeilijkheden in 2 of meer van de volgende 4
1. Niet in staat zich te gedragen conform maatschappelijke norm (wetten en gebieden:
regels): bv. herhaaldelijk gedrag stellen dat aanleiding kan geven tot 1. Identiteit: egocentrisme, identiteit hangt op aan macht.
arrestaties. 2. Zelf-directiviteit; doelen stellen gebaseerd op persoonlijk
2. Bedrog: herhaaldelijk liegen, schuilnamen gebruiken, oplichten van anderen voordeel, geen prosociale interne standaarden, niet voldoen
voor geldelijk gewin of voor de lol. aan normatief ethisch gedrag opgelegd door wet of cultuur.
3. Impulsiviteit of gebrek om op voorhand te plannen. 3. Empathie: geen medeleven voor gevoelens, noden en lijden
4. Irriteerbaarheid en agressiviteit: bv. herhaaldelijk vechten, aanraden. van anderen, geen spijt na iemand te kwetsen of
5. Roekeloze onverschilligheid t.a.v. veiligheid voor zichzelf en anderen. mishandelen.
6. Weinig verantwoordelijkheidszin: herhaaldelijk falen om een baan te 4. Intimiteit: incapabel tot mutueel intieme relaties, enkel
houden of om financiële verplichtingen na te komen. uitbuiting, bedrog, dwang, gebruik van intimidatie en
7. Gebrek aan spijt: onverschilligheid of goedpraten na het kwetsen, dominantie om anderen onder controle te houden.
mishandelen of bestelen van anderen.
2