College 2
Verklaringen van antisociaal gedrag
Tbs profilering
Naar aanleiding van een report van
commissie Visser is wegens de negatieve
beeldvorming van tbs een aantal
aanbevelingen gedaan om beter te kijken wie
er nu in de tbs-klinieken zit en hoe ervoor
gezorgd kan worden dat behandeling
verbetert en het recidiverisico vermindert.
Op basis van deze analyse werden er 5
patiënt profielen gevonden (zie tabel voor
uitleg).
Risk-need-responsivity
De grondslagen
Als reactie op de “niets werkt” houding in de jaren ‘70/’80 werd er harder gestraft. Er waren een aantal
mensen die door hadden wat niet werkte waardoor er gekeken werd wat dan wel werkte. Hierdoor kwamen
er drie behandelingsprincipes:
1. Risicoprincipe: aansluiting van behandeling bij het risiconiveau van de dader (bv. een gevangenisstraf
na het stelen van een appel is niet nodig). Er wordt aandacht besteed aan (1) de intensiteit van de
behandeling en (2) het recidiverisico van de dader.
2. Behoefteprincipe: het behandelen van de ‘criminogenic needs’ van een patiënt, dus de focus ligt op
factoren die gerelateerd zijn aan delictgedrag.
3. Responsiviteitsprincipe: aansluiting bij de capaciteiten van de dader. Er wordt onderscheid gemaakt
tussen algemene (bepaald gedrag levert een beloning op; geldt veel iedereen bv. socialiteit) en
specifieke responsiviteit (past een behandeling bij de capaciteiten van een patiënt, bv.
intelligentieniveau).
Het invoeren hiervan moet gestructureerd en systematisch en er is getrainde staff voor nodig. De hoofdfocus
is het reduceren van de dynamische risicofactoren, dus zaken die kunnen veranderen over tijd. Dit is erg
belangrijk voor risicotaxatie. Dus het R-N-R is het in kaart brengen van het risico van de dader, waarbij acht
centrale dynamische factoren (zie needs) van belang zijn om te kijken waar dit risico vandaan komt en of
een behandeling of interventie aanslaat is afhankelijk van de responsiviteit, waar het relatie- en
structuurprincipe omschreven kan worden.
Risicotaxatie: dit is een middel voor het inschatten van het recidiverisico met empirische grondlegging van
de risicofactoren en een statistische benadering, waar aangevuld met klinisch inzicht. Je hebt verschillende
taxatie-instrumenten met bepaalde predicitieve validiteit, waarbij gekeken wordt naar het type delict
(algemeen, seksueel) en de dader (persoonlijkheid, leeftijd). Je kan behandeling aansluiten op het
voorspelde risico, zo kan je iemand met een hoog risico wat intensiever behandelen.
1
Verklaringen van antisociaal gedrag
Tbs profilering
Naar aanleiding van een report van
commissie Visser is wegens de negatieve
beeldvorming van tbs een aantal
aanbevelingen gedaan om beter te kijken wie
er nu in de tbs-klinieken zit en hoe ervoor
gezorgd kan worden dat behandeling
verbetert en het recidiverisico vermindert.
Op basis van deze analyse werden er 5
patiënt profielen gevonden (zie tabel voor
uitleg).
Risk-need-responsivity
De grondslagen
Als reactie op de “niets werkt” houding in de jaren ‘70/’80 werd er harder gestraft. Er waren een aantal
mensen die door hadden wat niet werkte waardoor er gekeken werd wat dan wel werkte. Hierdoor kwamen
er drie behandelingsprincipes:
1. Risicoprincipe: aansluiting van behandeling bij het risiconiveau van de dader (bv. een gevangenisstraf
na het stelen van een appel is niet nodig). Er wordt aandacht besteed aan (1) de intensiteit van de
behandeling en (2) het recidiverisico van de dader.
2. Behoefteprincipe: het behandelen van de ‘criminogenic needs’ van een patiënt, dus de focus ligt op
factoren die gerelateerd zijn aan delictgedrag.
3. Responsiviteitsprincipe: aansluiting bij de capaciteiten van de dader. Er wordt onderscheid gemaakt
tussen algemene (bepaald gedrag levert een beloning op; geldt veel iedereen bv. socialiteit) en
specifieke responsiviteit (past een behandeling bij de capaciteiten van een patiënt, bv.
intelligentieniveau).
Het invoeren hiervan moet gestructureerd en systematisch en er is getrainde staff voor nodig. De hoofdfocus
is het reduceren van de dynamische risicofactoren, dus zaken die kunnen veranderen over tijd. Dit is erg
belangrijk voor risicotaxatie. Dus het R-N-R is het in kaart brengen van het risico van de dader, waarbij acht
centrale dynamische factoren (zie needs) van belang zijn om te kijken waar dit risico vandaan komt en of
een behandeling of interventie aanslaat is afhankelijk van de responsiviteit, waar het relatie- en
structuurprincipe omschreven kan worden.
Risicotaxatie: dit is een middel voor het inschatten van het recidiverisico met empirische grondlegging van
de risicofactoren en een statistische benadering, waar aangevuld met klinisch inzicht. Je hebt verschillende
taxatie-instrumenten met bepaalde predicitieve validiteit, waarbij gekeken wordt naar het type delict
(algemeen, seksueel) en de dader (persoonlijkheid, leeftijd). Je kan behandeling aansluiten op het
voorspelde risico, zo kan je iemand met een hoog risico wat intensiever behandelen.
1