Psychotherapie
-------------------------------------------------------------------------------------
Disclaimer: dit zijn de aantekeningen zoals ik ze heb
gemaakt. Niet alles wat in de colleges besproken is zal
er in staan, bijvoorbeeld omdat het te snel ging of omdat
ik het niet relevant vond. Ik raad je aan om zelf naar de
colleges te gaan en dit als houvast te gebruiken.
Inhoudsopgave
College 1: introcollege p. 2
College 2: DSM-5: schizofrenie bestaat niet? p. 6
College 3: Psychotherapie: evaluatie van psychotherapie p. 10
College 4: Psychotherapie: cognitieve gedragstherapie p. 14
College 5: DSM-5: Klinische praktijk p. 18
College 6: Psychotherapie: cliëntgerichte psychotherapie p. 20
College 7: Psychotherapie: Imagery Rescripting p. 22
College 8: Psychotherapie: mindfulness p. 24
College 9: DSM-5: Historie p. 28
1
, College 1, maandag 2 september 2019, 15.00 - 17.00 -
introductiecollege
*** DSM-5 deel ***
Aanmelding → Diagnostiek → Therapie → Uitkomst
In dit vak gaan we het hebben over hoeveel je aan de DSM-5 hebt tijdens dit
proces. Ook gaat een deel van dit vak over (psycho)-therapie, en de effecten
van die therapie.
Tijdens college wordt een aantal materialen laten zien van patiënten, ter
illustratie van de collegestof en literatuur.
Mensen die bij een psycholoog komen, hebben vaak dingen meegemaakt die een
grote impact hadden op hen. Deze dingen hebben een effect gehad op hoe
iemand zichzelf en de wereld ervaart. Het gaat nooit alleen om de gebeurtenis
zelf, maar dus ook over de impact ervan en over hoe iemand deze gebeurtenis
ervaren heeft. Deze ervaring wordt aan jou verteld door de patiënt in de
spreekkamer. Als de patiënt in een psychose zit, is het verhaal vaak warrig en
onduidelijk.
Hoe de patiënt zijn verhaal doet, is dus weer een bewerking van hoe hij zich de
gebeurtenis herinnert. Als therapeut doe je grofweg drie dingen: luisteren,
denken en spreken (in die volgorde). In het luisteren van de therapeut zit al een
derde bewerking: dit wordt namelijk beïnvloed door hoe jij hebt leren nadenken,
hoe je opgeleid bent en wat je eigen ervaringen zijn (biases).
In een intake zul je als therapeut heel open zijn en veel luisteren. Na een tijdje
wordt er wel van je verwacht dat je iets gaat zeggen, en daarvan wordt
verwacht dat het iets gaat veranderen bij de patiënt.
Wat zijn dan de effecten van het spreken van de therapeut? Hierin zijn twee
brede hoofdstromingen:
Psychopathologie-perspectief:
Psychopathologische therapie begint met problematische
afwijkingen.
Klachten worden objectief vastgesteld.
De therapeut past gesprekstechnieken toe.
Er ontstaat een afname van de problematische afwijkingen.
Het spreken leidt in dit geval dus tot klachten-effecten.
Levensproblematiek-perspectief:
Er is sprake van moeilijke en verwarrende ervaringen.
Er is ook sprake van een subjectieve verwoording van
levensproblemen.
De patiënt is zichzelf al sprekend aan het onderzoeken.
De therapeut bewaakt en stimuleert het proces.
Het spreken leidt in dit geval dus tot identiteits-effecten.
2
, Klachten-effecten en identiteits-effecten lopen in de praktijk van therapie en
diagnostiek door elkaar. Ieder spreken in een therapie heeft effect op de
identiteit. Ook hebben therapieën die gericht zijn op het onderzoeken van de
identiteit, vaak een effect op de klachten die een patiënt ervaart.
Als diagnosticus sta je voor de vraag welke aanpak het beste is bij een patiënt.
Opzet van het vak
Deel 1:
3 hoorcolleges over de DSM-5
5 hoorcolleges over psychotherapie
9 oktober is deeltoets 1
Deel 2:
3 hoorcolleges over de DSM-5
6 hoorcolleges over psychotherapie
18 november is deeltoets 2
*** Psychotherapie deel ***
Er komen verschillende onderwerpen aan bod binnen deze colleges. De
verschillende colleges gaan over verschillende therapieën die je tegen kan
komen in het werkveld. De toetsen zullen bestaan uit open- en
meerkeuzevragen. Het is belangrijk om regelmatig CANVAS te checken, omdat
de literatuur nog wordt aangevuld. Ook komen de slides van de colleges achteraf
op CANVAS te staan.
Evidence-Based Practice in Psychology
Evidence-Based Practice is een begrip waarvan de docenten willen dat wij als
studenten deze gaan gebruiken als een attitude, een manier van werken. Het is
een standpunt dat geformuleerd is door de APA: wat het inhoudt en waarom het
belangrijk is. APA formuleert dit als: “Evidence-Based practice in psychology is
the integration of the best available research with clinical expertise in the
context of patient characteristics, culture, and preferences.” Het bestaat dus uit
drie hoofdkenmerken:
Best available research
Clinical expertise
Patient characteristics
Sommige onderzoekers hebben de neiging om op een van deze kenmerken te
focussen, maar alle drie zijn nodig. Om tot een keuze te komen welke
behandeling er zal plaatsvinden, is het nodig om dit af te stemmen op de
eigenschappen van de patiënt. Ook is je klinische expertise nodig om dit te
beslissen. Daarnaast gebeurt het maken van deze keuze altijd op basis van de
beschikbare onderzoeken.
Best available research
Er zijn meerdere bronnen op internet, maar een voorbeeld van deze is:
http://psychologicaltreatments.org. Dit is een rijke bron van informatie die je
tijdens je studie, maar ook tijdens je stage of later in je werk kunt gebruiken.
3