Innoveren omvat vernieuwen, maar vernieuwen is geen doel op zichzelf
De vernieuwing moet bijdragen aan het realiseren van organisatiedoelstellingen, en zijn
daarbij afhankelijk van de context.
Inspelen op de omgeving.
Keuzes op gebied van waardecreatie (Wat gaan we maken of leveren? Voor wie?),
voortbestaan (Wil ik groter groeien? Of wil ik consensuderen? Of wil ik krimpen?) en
onderscheiden van de concurrentie.
Missie, organisatiestrategie en innovatiestrategie
Missie en visie
Missie van een organisatie; een ruim gedefinieerde, duurzame beschrijving van de
organisatiedoelstelling en van de punten waarop de organisatie zich onderscheidt van
andere, soortelijke organisaties.
- De missie geeft zo duidelijk mogelijk weerwaar de organisatie voor staat
- Klantbehoeften dienen centraal te staan binnen de missie (producten staan niet
centraal)
De visie van een organisatie; Het is een heldere en inspirerende schets van het
toekomstperspectief van de organisatie.
- Geeft de gewenste situatie weer
Een duidelijke missie en visie geven richting aan het zoekproces van innovatie.
Missie; Waarom we als organisatie bestaan?
Visie en kernwaarden; Wat we willen zijn? Hoe we de missie willen realiseren? Waar we in
geloven?
Strategie; De acties die we op middellange termijn ondernemen om de visie te realiseren.
Organisatie- en innovatiestrategie
Strategie; geeft aan waar een organisatie heen wil en hoe zij daar wil komen.
- Genereert waarde voor klanten en de organisatie
- Is te onderscheiden van concurrenten
- Specifiek; duidelijk voor klant en medewerker
- Compleet; alle onderdelen moeten bij elkaar passen
Organisatiestrategie;
- Wordt vastgesteld op het topniveau van een organisatie en bestrijkt alle relevantie
gebieden, zoals marketing, financiën, productie en innovatie.
- Er wordt aangegeven welke balans de organisatie wil vinden tussen exploiteren en
exploreren
, Innovatiestrategie;
- De uitwerking van de organisatiestrategie in innovatie beleid
- Omvat zowel de innovatiedoelstelling als hoe de organisatie die wil realiseren
- Belangrijk aspect; portofolio, innovatieproces en verdeling van de voor innovatie
beschikbate middelen (tijd, geld, apparatuur en kennis)
Groeistrategieën en kansen
Ansoff-matrix; Onderscheidt vier doelstrategieën of basis van de vraag of het bedrijf zich op
de huidige of op nieuwe markten wil richten, en of het dat wil doen met de huidige of met
nieuwe producten. Nieuw is in dit geval nieuw voor het bedrijf, dus niet noodzakelijk nieuw
voor de markt of een volledig nieuw product.
Marktpenetratie; Het bedrijf probeert de huidige producten aan meer potentiële klanten
binnen de huidige markt te verkopen. Bv; klanten beter informeren, door nieuwe varianten uit
te brengen of door het product om meer plaatsten beschikbaar te maken.
Marktontwikkeling; Er wordt gezocht naar afnemersgroepen voor huidige producten, ook
buiten eigen land.
Bij productontwikkeling en diversificatie kiest de organisatie voor het aanpassen van het
huidige product aanbod.
Productontwikkeling; het bedrijf richt zich met nieuwe producten op bestaande markten.
Diversificatie; Het verkopen van nieuwe producten op (voor het bedrijf) nieuwe markten. Het
brengt grotere risico’s en onzekerheden mee. Maar kan het bedrijf juist minder afhankelijk
maken van een klein aantal bestaande activiteiten.
De gezoeken groeistrategie bepaalt de richting waarin het bedrijf nieuwe innovaties zoekt.