‘’Beleggen en financiële markten – Hans Buunk’’
Hoofdstuk 1 (1.1+1.2.1+1.4)
Financieringssaldo: het verschil tussen de ontvangsten en uitgaven van een sector.
Totale financieringssaldo is altijd 0 à financieringssaldo gezinnen +
financieringssaldo bedrijven + financieringssaldo overheid + financieringssaldo
buitenland = 0
Directe financiering: bedrijven geven aandelen uit die worden gekocht door
gezinnen.
Indirecte financiering: gezinnen zetten spaargeld op de bank terwijl banken daar
obligaties van bedrijven mee kopen.
Financiële titels: spaartegoeden, deposito’s, aandelen en obligaties.
1. Effecten à verhandelbare waardepapieren = aandelen en obligaties.
2. Boekvorderingen à alleen te zien bij bank en eigenaar = deposito’s en
spaartegoeden.
1. Nominale titels à een in geld vaststaand bedrag = obligatie
2. Zakelijke titels à waarde is afhankelijk van de waarde van het actief =
aandeel
Zakelijke boekvordering: EV ingebracht in VOF
Zakelijke effecten: aandelen van NV
1. Derivaten à gebaseerd op andere financiële titels = optie
2. Oorspronkelijke financiële titels à overige fin. titels.
Primaire markt: worden nieuwe titels uitgegeven.
Secundaire markt: worden bestaande vermogenstitels verhandeld.
Beleggen: het omzetten van geld in financiële titels met als doel het behalen van
rendement.
Direct rendement: ontvangen opbrengsten als percentage van het belegde bedrag
à ontstaan door dividenduitkeringen, rentebetalingen.
Indirect rendement: waardeverandering van het vermogensobject als percentage
van het belegde bedrag à door veranderingen in de beurskoers.
Geldmarktrente: maatstaf(benchmark) is driemaands euribor.
Kapitaalmarktrente: effectieve rendement op staatsleningen en swaprente.
Swaprente: vaste tarief op renteswaps.
Rentestructuur: structuur van de rentetarieven ingedeeld naar looptijd. Hoe langer
de looptijd, hoe hoger de rente wordt.
Verloop rentestructuur:
- Verwachtingentheorie à de lange rente fungeert als een indicator voor de
verwachte korte rente (verwachtingen van de belegger)
- Liquiditeitsvoorkeurtheorie à beleggers prefereren een korte looptijd voor
een hoge looptijd als er dezelfde opbrengst is.
- Debiteurenrisico à door hoog debiteurenrisico = lange looptijd hogere rente
, Hoofdstuk 2
Moderne portefeuilletheorie: hoe een belegger uit de beschikbare
beleggingsobjecten een optimale portefeuille samenstelt.
Verwachte rendement: het gewogen gemiddelde van de mogelijke rendementen.
Risico: de mate van spreiding rond het verwachte rendement.
Indifferentiecurve: geeft alle combinaties van verwacht rendement en risico weer
die de belegger hetzelfde nut opleveren.
Hoge curve à bij gelijkblijvend risico een hoog rendement.
Portefeuillevorming: niet in 1 maar in meerdere beleggingsobjecten beleggen.
Efficiënte portefeuille: biedt bij een gegeven risico het hoogst mogelijke
rendement en andersom.
Risicovrij lenen en uitzetten: kortlopend schuldpapier van de overheid.
Uniek risico (specifiek risico): wordt bepaald door ondernemingsgebonden
factoren (dingen die mis gaan in de business waar ze in zitten, stort vliegtuig neer
van KLM à shell heeft daar geen last van) à kan worden verminderd door
diversificatie.
Door meerdere aandelen te nemen = spreiding = diversificatie à neemt het totale
risico af.
Marktrisico (systematisch risico): verbonden aan het aanhouden van de
marktportefeuille à bepaald door valuta, rente, economische en politieke factoren.
Wordt uitgedrukt in Bèta = getal dat aangeeft hoeveel risico de belegger in de
portefeuille neemt, hoe hoger de bèta, hoe meer risico = marktrisico.
0 à geen risico (spaarrekening)
<1 à
1 à waarde beleggingsportefeuille stijgt mee met de koersverloop van de AEX
1> à stijgt nog sterker mee dan bij de bèta van 1
E(r) = Rf + (Erm – Rf) x Bèta
E(r) à rendement op de portefeuille/geëist rendement/expected return
Rf à risicovrije rendement/risk free rate
Erm à rendement op de marktportefeuille/rendement op de AEX
Risico-opslag: risicovrije rendement x (rendement op marktportefeuille - risicovrije
rendement)
Efficiënte markthypothese: alle beschikbare informatie zit in de koersen verwerkt
à openbare (jaarverslagen) en niet openbare (inside information) informatie.
Indexbeleggen: doel is het rendement van de marktportefeuille behalen à vorm
van passieve beleggingsstrategie = index die als maatstaf gekozen is wordt gevolgd.
Actieve beleggingsstrategie = gaat ervan uit dat de markt verslagen kan worden.
Gemiddeld meetkundig rendement over een periode:
(Behaalde rendement ^ 1/aantal jaren) – 1 * 100%