1) Imagine this: a man walks into the psycholigst office In hoeverre verschillen man & vrouw in
stoornissen?
Cannabis use, gender and age of onset of schizophrenia: data from the AESOP study (Donoghue, 2014)
Abstract
Een vroege aanvang van schizofrenie is geïdentificeerd als een indicator van een slechtere
prognose. De huidige studie onderzoekt het interactie-effect van geslacht en cannabisgebruik
op de leeftijd waarop schizofrenie en schizoaffectieve stoornis aanvangen
Cannabisgebruikers hadden een eerdere aanvang van de eerste symptomen dan niet-
gebruikers. Er was een interactie met geslacht: het geslachtsverschil in leeftijd van aanvang was
verminderd in cannabisgebruikers in vergelijking met niet-gebruikers. Het model inclusief
cannabisgebruik wat interacteert met geslacht was het meest zuinige model
Cannabisgebruik is dus geassocieerd met een eerdere aanvang van schizofrenie en het
geslachtsverschil in leeftijd waarop het aanvangt is verminderd in cannabisgebruikers
Introduction
Geslachtsverschillen in de leeftijd waarop schizofrenie aanvangt zijn consistent gerapporteerd
en een recente meta-analyse liet zien dat mannen gemiddeld 1.63 jaar jonger zijn wanneer zij
hun eerste psychotische symptomen ervaren. Een eerdere leeftijd van aanvang is geassocieerd
met een slechtere prognose, inclusief bijvoorbeeld ernstigere cognitieve en functionele
beperkingen, toegenomen risico op terugval en heropname
Cannabisgebruik komt veel voor in degenen met een eerste psychotische episode, met name in
mannen. Cannabisgebruik is geassocieerd met een eerdere aanvang van schizofrenie, waarbij
deze groep de stoornis gemiddeld 2.70 jaar eerder ontwikkeld. Bovendien is er een associatie
gevonden tussen de leeftijd waarop cannabisgebruik wordt geïnitieerd en de leeftijd van
aanvang
Het geslachtsverschil dat gezien wordt in leeftijdsaanvang is mogelijk confounded door verschil
in cannabisgebruik door mannen en vrouwen. Het doel van de huidige studie is om het
geslachtsverschil voor aanvang van schizofrenie te onderzoeken en de hypothese te testen dat
geslachtsverschillen in aanvang confounded worden door cannabisgebruik
AESOP = aetiology and ethnicity of schizophrenia and other psychoses
Results
Van de 511 deelnemers in de originele AESOP study hadden 211 deelnemers een aanvang van
symptomen voor 45-jarige leeftijd en een diagnose van schizofrenie of schizoaffectieve stoornis.
Door gebrek aan data met betrekking tot cannabisgebruik bleef er een steekproef van 143
deelnemers
Cannabisgebruikers waren jonger wanneer hun psychotische symptomen ontstonden en bij hun
eerste contact met mentale gezondheidsinstellingen in vergelijking met niet-gebruikers. Een
grotere proportie van mannen had een geschiedenis van cannabisgebruik dan vrouwen. Er was
geen verschil tussen de groepen in etniciteit, onderwijsniveau, werkstatus, DUP of manier
waarop het ontstond
Er werd een regressieanalyse uitgevoerd om de bijdrage van geslacht en cannabisgebruik op
leeftijd van aanvang te onderzoeken. Mannelijk geslacht droeg significant bij aan de
symptomenaanvang net zoals cannabisgebruik. Wanneer beide factoren in een model werden
toegevoegd bleef cannabisgebruik significant, maar geslacht niet meer. De interactie tussen
geslacht en cannabisgebruik was significant
Discussion
Cannabisgebruik is geassocieerd met een eerdere leeftijd van de aanvang van schizofrenie. Er is
een significante interactie tussen geslacht en cannabisgebruik, waarbij het verschil in geslacht
in de aanvang van de stoornis verminderd is onder cannabisgebruikers
Een mogelijke verklaring voor de associatie is dat cannabisgebruik toegepast wordt om de
symptomen van schizofrenie te verminderen (self-medicate), maar hoe dit relateert aan een
eerdere aanvang is nog onduidelijk. Een andere verklaring is dat cannabisgebruik een causale
factor is voor het ontwikkelen van schizofrenie
Ander illegaal drugsgebruik was geen significante voorspeller van leeftijd waarop de symptomen
ontstaan
De huidige studie biedt verdere steun voor de associatie tussen cannabis en eerdere aanvang
van schizofrenie, wat niet verklaard wordt door counfounding variabelen.
Sex differences in the pathways to major depression: a study of opposite-seks twin pairs (Kendler,
2014)
1
, Abstract
Het doel van deze studie was om de aard van sekseverschillen in de etiologische paden van
major depression te verklaren. Dit werd gedaan door retrospectieve en prospectieve
assessments van twintig risicofactoren en door interviews
Zestig procent van alle paden in het best-fit model toonden geslachtsverschillen. Elf van de
twintig risicofactoren verschilden in hun impact op major depression. Vijf hadden een grotere
invloed op vrouwen: warmte van ouders, neurocitisme, scheiding, sociale steun en tevredenheid
met huwelijk. Zes hadden een grotere impact op mannen: seksueel misbruik als kind,
gedragsstoornis, drugsmisbruik, eerdere geschiedeis van major depression en distale en
afhankelijke proximale stressvolle levensgebeurtenissen. De levensgebeurtenissen die
verantwoordelijk waren voor sterkere effecten in mannen waren financieel, gerelateerd aan
werk
Introduction
Gezien dat vrouwen consistent hogere aantallen van major depression hebben dan mannen (1-
5) zijn etiologische paden bij deze stoornis vaak onderzocht. De meeste studies hebben enkele
risicofactoren, zoals huwelijksstatus of stressvolle levensgebeurtenissen onderzocht. Gezien de
belangrijke etiologische rol van genetische en omgevingsfactoren in major depressie is het
belangrijk om risicofactoren die differentiëren tussen de geslachten af te bakenen, zodat het
controleren voor deze variabelen bij onderzoek gefaciliteerd kan worden
In deze studie worden geslachtsverschillen in de etiologische paden van major depression
onderzocht aan de hand van meerdere risicofactoren onder opposite-sex dizygiotische
tweelingen, wat het ideale sample is voor het bestuderen van geslachtsverschillen
Results
Van de 1.057 tweelingparen in de steekproef waren er 837 zonder een depressieve episode in
het afgelopen jaar. In twaalf paren hadden beide individuen een depressieve episode gehad.
Van de 208 paren waarin een van de twee een depressieve episode had gehad was dit in 130
gevallen de vrouw (62%) e in 78 (38%) de man
Een aantal individuele paden vielen op als substantieel verschillend per geslacht, zoals de
paden van seksueel misbruik, conduct disorders en angststoornissen die sterker waren in
mannen dan in vrouwen. Ook drugsmisbruik en stressvolle levensgebeurtenissen kwamen meer
voor bij mannen. Meer robuust in vrouwen waren warmte van ouders, lage
huwelijkstevredenheid en lage steun
De meest uitgebreide methode om de risicofactoren te vergelijken is om hun totale directe en
inderecte bijdrage aan major depression in zowel mannen als vrouwen te onderzoeken. De
twintig variabelen werden in vier groepen verdeeld: minimal sex differences (totaal impact van
minder dan 0.02), modest sex differences (0.02-0.05), moderate sex differences (0.05-0.10) en
strong sex differences (>0.10). Van de modest variabelen (warmte van ouders, seksueel
misbruik en eerdere geschiedenis van depressie), had de eerste een sterker effect in vrouwen
en de overige twee bij mannen. Van de moderate variabelen (neuroticisme, scheiding,
gedragsstoornis en drugsmisbruik) hadden de eerste twee sterkere effecten in vrouwen en de
laatste twee in mannen. Van de vier sterke variabelen (sociale steun, huwelijkstevredenheid,
distale en proximale stressvolle levensgebeurtenissen) hadden de eerste twee sterkere effecten
in vrouwen en de laatste twee in mannen
Discussion
Het doel van deze studie was om geslachtsverschillen in etiologische paden van major
depression te verklaren. De resultaten zijn consistent met extensief literatuur in de sociale
wetenschappen die demonstreren dat in vergelijking met mannen vrouwen meer waarde
hechten aan een gevoel van zichzelf en zelfwaarde vanuit interpersoonlijke relatie
De bevindingen van de huidige studies zijn echter niet direct vergelijkbaar met eerder
onderzoek, omdat in dit huidige complexe model de impact van individuele risicofactoren
plaatsvond in de context van alle andere variabelen in het model
The experience of symptoms of depression in men vs women (Martin et al. 2013)
Abstract
Wanneer mannen depressief zijn ervaren ze mogelijk symptomen die verschillend zijn dan wat
nu geïncludeerd is in de diagnostische criteria. Het doel van deze studie is om te onderzoeken
in hoeverre geslachtsongelijkheden verdwijnen wanneer alternatieve symptomen overwegen
worden in plaats van of als toevoeging van meer conventionele depressiesymptomen
Hierbij is data gebruikt van de National Comorbidity Survey Replication
2