Leerdoelen, tentamenweek 1.
1. Het FACE model.
1.a De student herkent de wetenschappelijke onderbouwing van het FACE model.
Het FACE model staat voor het faciliteren van de afstemming tussen cognities en emoties.
De kwaliteit van een observatie hangt sterk af van de onderlinge afstemming van je denk- en
voelvaardigheden.
Observeren betekent letterlijk waarnemen.
Wat je echter voor ‘waar’ aanneemt en hoe je dit doet, vormt de kern van professioneel
observeren!
De visuele prikkels die je zintuigen bereiken, worden vanaf de start geselecteerd en bewerkt
door het brein. Observeren omvat zodoende een ingewikkeld proces van informatieverwerking.
De manier waarop je de zintuigelijke prikkels selecteert en interpreteert is op haar beurt
afhankelijk van cognitieve (of denk-) en emotionele (of voel-) processen die de observatie
voortdurend sturen.
Daarom is het belangrijk om allereerst inzicht te verwerven in alle bronnen van vertekening die
kunnen optreden tussen het moment waarop de prikkels je zintuigen bereiken en je
uiteindelijke interpretatie van de observatie.
Wanneer je doelbewust omspringt met dit proces, is de weg naar professioneel observeren bijna
gewonnen.
Tijdens observeren is er sprake van zowel selectiviteit als subjectiviteit van de waarneming. Dit
houdt het volgende in:
Selectiviteit van de waarneming = dat wat je bewust waarneemt altijd een ongekozen gedeelte
is van alle prikkels die je zintuigen bereiken. Onbewust selecteer je dus de informatie die je tot je
wilt nemen omdat er anders te veel informatie binnen komt. Dit gebeurt volgens de cognitieve
(aandacht en geheugencapaciteit) en emotionele (gemoedstoestand) basiswerking van het brein.
Dit proces gebeurt automatisch, daarom vergt professionele observatie een extra inspanning om
bewust te kiezen wat je wel of niet waarneemt.
Subjectiviteit van de waarneming = dat de verdere bewerking van de prikkels gebeurt volgens
jouw eigen referentiekader (op persoonlijke wijze): je eigen gebruikelijke denkwijze, voelwijze,
ervaringen en herinneringen. Hieruit ga je waarnemingen selecteren en interpreteren.
Als die informatie die je waarneemt worden opgeslagen in ons geheugen. We spreken over twee
soorten geheugen:
Impliciete of niet-declaratieve geheugen: slaat informatie op zonder dat je je daar bewust van
bent.
Expliciete of declaratieve geheugen: laat je toe om opgeslagen kennis (zowel bewust als
onbewust) weer op te roepen.
Let op: het geheugen is ook onderhevig aan cognitieve en emotionele effecten!
- Er is verschil tussen alledaags en professioneel observeren.
Er bestaat niet één uniek verband tussen observeer baar gedrag en onderliggende cognitieve of
emotionele processen!
Een psychologisch construct is het verzamelen van innerlijke en uiterlijke eigenschappen onder
één term. Een voorbeeld hiervan is agressie, dit construct omvat een samenhangend geheel van
dachten en gevoelens (innerlijk) en gedragingen (uiterlijk).
In de praktijk moet je zo’n construct of begrip operationaliseren, oftewel: meetbaar maken. Je
schrijft dan op welke gedragingen jij onder agressie vindt vallen, zodat het direct waarneembaar
is.
We spreken tijdens het observeren zowel over een inductieve denkweg als een deductieve
denkweg. Inductieve denkweg is wanneer je uit de concrete gedragswaarneming
onderliggende eigenschappen kunt afleiden. Voorbeeld: schelden is concrete