Pedagogiek, ontwikkelingspsychologie, 26 okt. 2011
• Leefwereld:
- Diversiteit in aanleg en leefwereld.
- Gezin en buurt.
- Sociaal, milieu, taal, samenstelling gezin, aantal kinderen,
woonomstandigheden, betrokkenheid van ouders bij school, culturele
belangstelling, financiële situatie.
- Sociaal netwerk, etnische, religieuze gemeenschap.
- Sociale groep belangrijk naast ouders en school.
• Belevingswereld:
- De wijze waarop kinderen hun leefwereld ervaren.
- Door observatie en gesprekken kom je hier meer over te weten.
- Verschilt per ontwikkelingsfase (kleuter/midden/bovenbouw).
• Klassieke en moderne ontwikkelingspsychologie:
- 1. Klassiek: - regelmatige opeenvolging van stadia, beschrijven tijde-
en cultuur gebonden.
- 2. Moderne: - processen en mechanismen verklaren, grote gevolgen
voor theorievorming en onderzoeksmethoden.
• Levenslooppsychologie:
- Individuele verleden.
- Gemeenschappelijk verleden.
- Meer nadruk op interactie tussen kind en omgeving en impact op
levensloop.
- Geen eenduidig eindpunt.
- Levenslang proces.
, • Ontwikkeling ervaring rijping:
- Universele ontwikkelingspatronen (globaal).
- Variabele ontwikkelingspatronen
- Nature (aanleg/aangeboren)
- Nurture (omgeving/ervaring).
• Derde weg van interactie:
- Culturele omgeving.
- Erfelijke gegevens en culturele omgeving vormen tezamen de
persoonlijkheid
- Rijping van het centrale zenuwstelsel.
- Hersenontwikkeling in interactie met de omgeving.
Nature of nurture (in verbinding met de hersenen).
• Ecologische benadering:
- Bronfenbreffer
- Het individu past zich aan aan de omgeving maar kan die omgeving
ook beïnvloeden.
Bronfenbreffer model
• Leefwereld:
- Diversiteit in aanleg en leefwereld.
- Gezin en buurt.
- Sociaal, milieu, taal, samenstelling gezin, aantal kinderen,
woonomstandigheden, betrokkenheid van ouders bij school, culturele
belangstelling, financiële situatie.
- Sociaal netwerk, etnische, religieuze gemeenschap.
- Sociale groep belangrijk naast ouders en school.
• Belevingswereld:
- De wijze waarop kinderen hun leefwereld ervaren.
- Door observatie en gesprekken kom je hier meer over te weten.
- Verschilt per ontwikkelingsfase (kleuter/midden/bovenbouw).
• Klassieke en moderne ontwikkelingspsychologie:
- 1. Klassiek: - regelmatige opeenvolging van stadia, beschrijven tijde-
en cultuur gebonden.
- 2. Moderne: - processen en mechanismen verklaren, grote gevolgen
voor theorievorming en onderzoeksmethoden.
• Levenslooppsychologie:
- Individuele verleden.
- Gemeenschappelijk verleden.
- Meer nadruk op interactie tussen kind en omgeving en impact op
levensloop.
- Geen eenduidig eindpunt.
- Levenslang proces.
, • Ontwikkeling ervaring rijping:
- Universele ontwikkelingspatronen (globaal).
- Variabele ontwikkelingspatronen
- Nature (aanleg/aangeboren)
- Nurture (omgeving/ervaring).
• Derde weg van interactie:
- Culturele omgeving.
- Erfelijke gegevens en culturele omgeving vormen tezamen de
persoonlijkheid
- Rijping van het centrale zenuwstelsel.
- Hersenontwikkeling in interactie met de omgeving.
Nature of nurture (in verbinding met de hersenen).
• Ecologische benadering:
- Bronfenbreffer
- Het individu past zich aan aan de omgeving maar kan die omgeving
ook beïnvloeden.
Bronfenbreffer model