Inhoudsopgave
Historische Context – Verlichtingsideeën en de Democratische Revoluties (1650-1848) ........................................................... 2
Deelcontext 1 – De Verlichting (1650-1789)................................................................................................................................... 2
Jaartallen.................................................................................................................................................................................... 2
Begrippen ................................................................................................................................................................................... 3
Deelcontext 2 – De Franse Revolutie (1789-1815) ......................................................................................................................... 4
Jaartallen.................................................................................................................................................................................... 4
Begrippen ................................................................................................................................................................................... 5
Deelcontext 3 – Europa (1815-1848) .............................................................................................................................................. 6
Jaartallen.................................................................................................................................................................................... 6
Begrippen ................................................................................................................................................................................... 7
1
, Historische Context – Verlichtingsideeën en de Democratische Revoluties (1650-
1848)
Deelcontext 1 – De Verlichting (1650-1789)
Hoofdvraag: Welke ideeën ontstonden tijdens de Verlichting over de ideale samenleving in 1650-1789?
Kenmerkende Aspecten:
1. Het streven van vorsten naar absolute macht;
2. Wetenschappelijke Revolutie;
3. Rationeel optimisme en een “Verlicht Denken” dat werd toegepast op alle terreinen van de
samenleving: Godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen;
4. Voortbestaan van het Ancien Régime met pogingen om het vorstelijk bestuur een eigentijdse
verlichte vorm te geven (Verlicht Absolutisme).
Jaartallen
1650-1789 – Absolutisme;
1650-1789 - Wetenschappelijke Revolutie;
1650-1789 - Verlicht Denken;
1740-1789 - Verlicht Absolutisme.
De Verlichting
In de 17e eeuw werden door geleerden allerlei ontdekkingen gedaan, van lichaamscellen tot nieuwe
hemellichamen. Tijdens deze Wetenschappelijke Revolutie toetsten zij oude inzichten van de klassieke
schrijvers en deden zij nieuwe inzichten op door zintuigelijke waarneming (Empirisme). Anderen
specialiseerden zich in wiskunde en meenden dat alleen logisch en verstandelijk redeneren tot zuivere
kennis zou leiden (Rationalisme).
Deze nieuwe, kritische, wetenschappelijke houding leidde rond 1650 tot het begin van de Verlichting, een
periode waarin denkers allerlei aspecten van de samenleving ter discussie stelden. Verlichte denkers waren
optimistisch en geloofden dat de mens bevrijd kon worden van allerlei dwang, veroorzaakt door tradities
en bijgeloof; Zij geloofden dat mensen de samenleving echt konden verbeteren (Vooruitgangsgedachte). In
een ideale samenleving zouden traditie en (bij)geloof plaats moeten maken voor verstand en rede.
Veel verlichte denkers pleitten voor religieuze tolerantie en dachten na over een scheiding van kerk en
staat.
(Zie verder en ook samenvatting paragraaf 7.1!)
Baruch Spinoza (1632-1677)
§ God is de schepping.
§ Er is geen door God beschikte sociale orde = De Standenmaatschappij.
§ Democratie waar zoveel mogelijk mensen aan deelnemen.
§ Vrijheid van meningsvorming en meningsuiting.
Immanuel Kant (1724-1804)
§ De mens moet zijn verstand leren gebruiken.
§ De Verlichting kan alleen worden bereikt als de mens vrij is om zijn verstand in het openbaar
te gebruiken.
John Locke (1632-1704)
Engelse filosoof en schrijver
§ Tégen het absolutisme.
§ Regering moet vrijheid van de burgers verdedigen op basis van de wet. Als de regering dit
niet doet, dan heeft het volk het recht de regering te vervangen (Sociaal Contract).
2