Samenvatting laboratorium regels:
1. Niet alleen werken op het laboratorium
2. Practicum moet voorbereid zijn
3. verplicht dragen van een laboratoriumjas en bril.
4. geen kort broek, slippers/open sandalen
5. lang haar bijeengebonden dragen.
6. geen jassen en tassen in het lab
7. niet eten en drinken in het lab
8. opruimen, afmelden en handen wassen voor vertrek
9. geen chemicaliën/preparaten opslag in studenten-kluisjes
10. onregelmatigheden melden
Chemiekaartenboek online
voor het opzoeken van veiligheidsgegevens van stoffen, ter voorbereiding van practica, kan
gebruik worden gemaakt van chemiekaartenboek online.
Veilig gebruik glaswerk
voor gebruik op breuken controleren
Breuk kan snijwonden veroorzaken, er kunnen hete of bijtende vloeistoffen wegspatten,
schadelijke dampen vrijkomen of er kan brand ontstaan.
Verhitten
Thermisch glas moet worden gebruikt.
Gebruik absorptiekorrels
voor het opruimen van gemorste chemicaliën zijn absorptiekorrels beschikbaar. Deze
moeten na gebruik als chemisch afval worden afgevoerd.
Brand
Voor een brand zijn drie zaken nodig:
1. een brandbare stof
2. een bepaalde ontbrandingstemperatuur
3. een bepaalde hoeveelheid zuurstof
Blussen
1. het weghalen van de brandbare stof
2. het verlagen van de temperatuur
3. het weghalen van de zuurstof
met water: brandklasse A
Sproeischuimblusser: klasse A en B
koolzuursneeuw: klasse B en C
Bluspoeder klasse A, B en C
Blusdeken: klasse A, B en F en brandende persoon
Zand: klasse A, B en D
F-blusser: speciaal voor vetbranden (herontsteking voorkomen)
, Brandklassen
A. branden van vaste stoffen zoals hout en papier
B. branden van vloeistoffen of stoffen die smelten zoals olie, alcohol
C. branden van gassen, zoals aardgas en waterstofgas
D. branden van metalen zoals magnesium en kalium
F. branden met vet zoals frituurvet.
Begrippen
vlampunt: laagste temperatuur waarbij de stof nog genoeg damp afgeeft om tot ontbranding
te kunnen komen.
zelfontbrandingstemperatuur: de laagste temperatuur van een glasoppervlak waardoor
een brandbare vloeistof tot ‘zelfontbranding’ kan worden gebracht als men er druppels van
die vloeistof op laat vallen.
Explosiegrenzen: gebied waarbinnen een mengsel van lucht met een gas, damp, nevel of
poeder bij ontsteking kan ontbranden of exploderen.
Grenswaarde/MAC-waarde: Maximaal Aanvaarde Concentratie van een gevaarlijke stof in
de lucht op de werkplek. (Mag niet worden overschreden)
MAC-TGG: MAC Tijd Gewone Gemiddelde. Grenswaarde voor blootstelling
MAC-C: Ceiling value, overschrijding van deze concentratie moet in alle gevallen worden
voorkomen.
MAC-H: de stof wordt gemakkelijk door de huid opgenomen.
LD50: Lethale Dosis; aantal gram stof per kg lichaamsgewicht dat bij proedieren sterfe van
50% veroorzaakt.
LC50: Lethale Concentratie; de concentratie van een stof die bij opname een sterfte van
50% van de proefdieren veroorzaakt.
1. Niet alleen werken op het laboratorium
2. Practicum moet voorbereid zijn
3. verplicht dragen van een laboratoriumjas en bril.
4. geen kort broek, slippers/open sandalen
5. lang haar bijeengebonden dragen.
6. geen jassen en tassen in het lab
7. niet eten en drinken in het lab
8. opruimen, afmelden en handen wassen voor vertrek
9. geen chemicaliën/preparaten opslag in studenten-kluisjes
10. onregelmatigheden melden
Chemiekaartenboek online
voor het opzoeken van veiligheidsgegevens van stoffen, ter voorbereiding van practica, kan
gebruik worden gemaakt van chemiekaartenboek online.
Veilig gebruik glaswerk
voor gebruik op breuken controleren
Breuk kan snijwonden veroorzaken, er kunnen hete of bijtende vloeistoffen wegspatten,
schadelijke dampen vrijkomen of er kan brand ontstaan.
Verhitten
Thermisch glas moet worden gebruikt.
Gebruik absorptiekorrels
voor het opruimen van gemorste chemicaliën zijn absorptiekorrels beschikbaar. Deze
moeten na gebruik als chemisch afval worden afgevoerd.
Brand
Voor een brand zijn drie zaken nodig:
1. een brandbare stof
2. een bepaalde ontbrandingstemperatuur
3. een bepaalde hoeveelheid zuurstof
Blussen
1. het weghalen van de brandbare stof
2. het verlagen van de temperatuur
3. het weghalen van de zuurstof
met water: brandklasse A
Sproeischuimblusser: klasse A en B
koolzuursneeuw: klasse B en C
Bluspoeder klasse A, B en C
Blusdeken: klasse A, B en F en brandende persoon
Zand: klasse A, B en D
F-blusser: speciaal voor vetbranden (herontsteking voorkomen)
, Brandklassen
A. branden van vaste stoffen zoals hout en papier
B. branden van vloeistoffen of stoffen die smelten zoals olie, alcohol
C. branden van gassen, zoals aardgas en waterstofgas
D. branden van metalen zoals magnesium en kalium
F. branden met vet zoals frituurvet.
Begrippen
vlampunt: laagste temperatuur waarbij de stof nog genoeg damp afgeeft om tot ontbranding
te kunnen komen.
zelfontbrandingstemperatuur: de laagste temperatuur van een glasoppervlak waardoor
een brandbare vloeistof tot ‘zelfontbranding’ kan worden gebracht als men er druppels van
die vloeistof op laat vallen.
Explosiegrenzen: gebied waarbinnen een mengsel van lucht met een gas, damp, nevel of
poeder bij ontsteking kan ontbranden of exploderen.
Grenswaarde/MAC-waarde: Maximaal Aanvaarde Concentratie van een gevaarlijke stof in
de lucht op de werkplek. (Mag niet worden overschreden)
MAC-TGG: MAC Tijd Gewone Gemiddelde. Grenswaarde voor blootstelling
MAC-C: Ceiling value, overschrijding van deze concentratie moet in alle gevallen worden
voorkomen.
MAC-H: de stof wordt gemakkelijk door de huid opgenomen.
LD50: Lethale Dosis; aantal gram stof per kg lichaamsgewicht dat bij proedieren sterfe van
50% veroorzaakt.
LC50: Lethale Concentratie; de concentratie van een stof die bij opname een sterfte van
50% van de proefdieren veroorzaakt.