Arresten Arbeidsrecht Individueel
Week 1
HR Stipp
Uit art 7:690 kan niet worden afgeleid dat voor het aannemen van een
uitzendovereenkomst de werkgever een allocatiefunctie (het bij elkaar
brengen van vraag en aanbod van arbeid) moet vervullen. Dit is dus niet
nodig om een uitzendconstructie aan te nemen. Ook is niet vereist dat de
bij de derde te verrichten arbeid van tijdelijke aard is.
Andere driehoeksrelaties dan de ‘klassieke uitzendrelatie’ (zoals
payrolling) vallen ook onder 7:690 indien aan de begripsomschrijving is
voldaan.
HR ABN AMRO/Malhi
Inleenverhouding van werknemer met een bank gaat niet geruisloos over
in een arbeidsovereenkomst tussen werknemer en deze bank (vanwege
rechtszekerheid). Beslissend is of de (ingeleende) werknemer en de bank
zich jegens elkaar hebben verbonden. Hierbij moet men kijken naar wat
partijen redelijkerwijs uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben
afgeleid en mochten afleiden.
HR van der Male/den Hoedt
Bij het vaststellen van de overeengekomen verplichtingen moet niet
alleen worden gelet op de schriftelijke tekst van de overeenkomst maar
op alle omstandigheden van het geval.
HR Beurspromovendi
Een beursovereenkomst tussen een universiteit en beurspromovendi is
ook een arbeidsovereenkomst. Zij leveren primair (naast eigen doel en
nut) een bijdrage aan het onderzoek en de onderzoeksresultaten waarop
de Universiteit van Amsterdam zich richt in het kader van haar
maatschappelijke doelstellingen. Het stipendium kan worden gezien als
loon zodat er is voldaan aan een tegenprestatie. Door het
rechtsvermoeden van 7:610a moet ook een gezagsverhouding worden
aangenomen.
HR Thuiszorg Rotterdam/ PGGM
Bij de beoordeling of iets een arbeidsovereenkomst is, gaat het niet alleen
om de bedoeling van partijen, maar ook om de feitelijke uitvoering ervan.
Zie de criteria uit het arrest Groen Schroevers. Het maakt hierbij niet uit
dat sprake is van een derde partij. De beoordeling wordt niet anders als
een derde partij aanspraak maakt op het bestaan van een
arbeidsovereenkomst tussen 2 andere partijen. (r.o. 3.3 laatste alinea)
HR Groen/Schroevers:
Om te bepalen of er sprake is van een arbeidsovereenkomst in de zin van
art. 7:610 BW moet dit beoordeeld worden aan de hand van de feiten en
omstandigheden van het geval, waaronder de vraag of partijen
, totstandkoming van een arbeidsovereenkomst hebben beoogd, alsmede
de wijze waarop partijen feitelijk aan de overeenkomst uitvoering hebben
gegeven
De verschillende onderdelen moeten in onderling verband worden
bekeken, er is niet één kenmerk beslissend.
HR De Gouden Kooi
Bij de vraag of er een arbeidsovereenkomst is, moet worden getoetst of
de inhoud van die rechtsverhouding voldoet aan de criteria die gelden
voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Daarbij moet men letten
op alle omstandigheden van het geval, in onderling verband bezien, en
dienen niet alleen de rechten en verplichtingen in aanmerking te worden
genomen die partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen
stonden, maar dient ook acht te worden geslagen op de wijze waarop
partijen uitvoering hebben gegeven aan hun overeenkomst en aldus
daaraan inhoud hebben gegeven.
Week 2
HR Van Lely/Taxi Hofman
Uit het goed werknemerschap vloeit voort dat de werknemer in het
algemeen positief moet ingaan op redelijke voorstellen van de werkgever
over gewijzigde werkomstandigheden. Hij mag dergelijke voorstellen
slechts weigeren indien aanvaarding redelijkerwijs niet van hem kan
worden gevergd. Dat de wijziging van de omstandigheden in de risicosfeer
van de werkgever ligt, maakt dit niet anders.
HR Stoof/Mammoet
Vervolg op taxi hofman. Hoge Raad benadrukt dat het niet alleen aankomt
op wat van de werknemer kan worden verwacht, maar dat ook moet
worden beoordeeld of de werkgever als goed werkgever aanleiding heeft
kunnen zien tot wijziging en of zijn voorstel redelijk is. Om te beoordelen
of het wijzigingsvoorstel van de werkgever redelijk is moet naar alle
omstandigheden van het geval gekeken worden waaronder de aard van
de gewijzigde omstandigheden, de aard en ingrijpendheid van het
wijzigingsvoorstel en de positie van de betrokken werknemer.
HR Den Haan/ The Box Fashion
Een beroep van de werknemer op een strikte toepassing van de
proeftermijn kan onder omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid
en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Aan die omstandigheden moeten dan
hoge eisen worden gesteld.
HR van der Gullik/Vissers
Op grond van art. 7:628 BW is non-actiefstelling (schorsing) een oorzaak
die in redelijkheid voor rekening komt van de werkgever, ook al is de non-
actiefstelling te wijten aan het (mis)dragen van de werknemer. De
werkgever kan zich niet eenzijdig aan zijn plicht tot loonbetaling
Week 1
HR Stipp
Uit art 7:690 kan niet worden afgeleid dat voor het aannemen van een
uitzendovereenkomst de werkgever een allocatiefunctie (het bij elkaar
brengen van vraag en aanbod van arbeid) moet vervullen. Dit is dus niet
nodig om een uitzendconstructie aan te nemen. Ook is niet vereist dat de
bij de derde te verrichten arbeid van tijdelijke aard is.
Andere driehoeksrelaties dan de ‘klassieke uitzendrelatie’ (zoals
payrolling) vallen ook onder 7:690 indien aan de begripsomschrijving is
voldaan.
HR ABN AMRO/Malhi
Inleenverhouding van werknemer met een bank gaat niet geruisloos over
in een arbeidsovereenkomst tussen werknemer en deze bank (vanwege
rechtszekerheid). Beslissend is of de (ingeleende) werknemer en de bank
zich jegens elkaar hebben verbonden. Hierbij moet men kijken naar wat
partijen redelijkerwijs uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben
afgeleid en mochten afleiden.
HR van der Male/den Hoedt
Bij het vaststellen van de overeengekomen verplichtingen moet niet
alleen worden gelet op de schriftelijke tekst van de overeenkomst maar
op alle omstandigheden van het geval.
HR Beurspromovendi
Een beursovereenkomst tussen een universiteit en beurspromovendi is
ook een arbeidsovereenkomst. Zij leveren primair (naast eigen doel en
nut) een bijdrage aan het onderzoek en de onderzoeksresultaten waarop
de Universiteit van Amsterdam zich richt in het kader van haar
maatschappelijke doelstellingen. Het stipendium kan worden gezien als
loon zodat er is voldaan aan een tegenprestatie. Door het
rechtsvermoeden van 7:610a moet ook een gezagsverhouding worden
aangenomen.
HR Thuiszorg Rotterdam/ PGGM
Bij de beoordeling of iets een arbeidsovereenkomst is, gaat het niet alleen
om de bedoeling van partijen, maar ook om de feitelijke uitvoering ervan.
Zie de criteria uit het arrest Groen Schroevers. Het maakt hierbij niet uit
dat sprake is van een derde partij. De beoordeling wordt niet anders als
een derde partij aanspraak maakt op het bestaan van een
arbeidsovereenkomst tussen 2 andere partijen. (r.o. 3.3 laatste alinea)
HR Groen/Schroevers:
Om te bepalen of er sprake is van een arbeidsovereenkomst in de zin van
art. 7:610 BW moet dit beoordeeld worden aan de hand van de feiten en
omstandigheden van het geval, waaronder de vraag of partijen
, totstandkoming van een arbeidsovereenkomst hebben beoogd, alsmede
de wijze waarop partijen feitelijk aan de overeenkomst uitvoering hebben
gegeven
De verschillende onderdelen moeten in onderling verband worden
bekeken, er is niet één kenmerk beslissend.
HR De Gouden Kooi
Bij de vraag of er een arbeidsovereenkomst is, moet worden getoetst of
de inhoud van die rechtsverhouding voldoet aan de criteria die gelden
voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Daarbij moet men letten
op alle omstandigheden van het geval, in onderling verband bezien, en
dienen niet alleen de rechten en verplichtingen in aanmerking te worden
genomen die partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen
stonden, maar dient ook acht te worden geslagen op de wijze waarop
partijen uitvoering hebben gegeven aan hun overeenkomst en aldus
daaraan inhoud hebben gegeven.
Week 2
HR Van Lely/Taxi Hofman
Uit het goed werknemerschap vloeit voort dat de werknemer in het
algemeen positief moet ingaan op redelijke voorstellen van de werkgever
over gewijzigde werkomstandigheden. Hij mag dergelijke voorstellen
slechts weigeren indien aanvaarding redelijkerwijs niet van hem kan
worden gevergd. Dat de wijziging van de omstandigheden in de risicosfeer
van de werkgever ligt, maakt dit niet anders.
HR Stoof/Mammoet
Vervolg op taxi hofman. Hoge Raad benadrukt dat het niet alleen aankomt
op wat van de werknemer kan worden verwacht, maar dat ook moet
worden beoordeeld of de werkgever als goed werkgever aanleiding heeft
kunnen zien tot wijziging en of zijn voorstel redelijk is. Om te beoordelen
of het wijzigingsvoorstel van de werkgever redelijk is moet naar alle
omstandigheden van het geval gekeken worden waaronder de aard van
de gewijzigde omstandigheden, de aard en ingrijpendheid van het
wijzigingsvoorstel en de positie van de betrokken werknemer.
HR Den Haan/ The Box Fashion
Een beroep van de werknemer op een strikte toepassing van de
proeftermijn kan onder omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid
en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Aan die omstandigheden moeten dan
hoge eisen worden gesteld.
HR van der Gullik/Vissers
Op grond van art. 7:628 BW is non-actiefstelling (schorsing) een oorzaak
die in redelijkheid voor rekening komt van de werkgever, ook al is de non-
actiefstelling te wijten aan het (mis)dragen van de werknemer. De
werkgever kan zich niet eenzijdig aan zijn plicht tot loonbetaling