Amfolyten
Zuur: geeft H+ af Base: neemt H+ op
Amfolyt: deeltje dat kan reageren als zuur en als base
- Als Kz > Kb: amfolyt gedraagt zich in water als een zuur
- Als Kb > Kz: amfolyt gedraagt zich in water als een base
Dubbelionen: bijv. aminozuren, bevatten een positief en een negatief geladen
ion
Bufferoplossingen
Buffer: oplossing met een vrijwel constante pH zwak zuur & geconjugeerde
zwakke base
- Verhouding zuur : base tussen 1 : 10 en 10 : 1
Buffers in het lichaam
Bij gelijke concentraties van het zuur en zijn geconjungeerde base geldt Kz =
[H3O+] en pKz = pH
Hemoglobinebuffer (HHb+/Hb): constant houden pH in het bloed en transport
CO2 + H2O
- Basische groep die in een waterige omgeving een H +-ion kan opnemen om
verzuring te voorkomen (wanneer koolfstofdioxide in het bloed reageert
met water)
Koolzuurbuffer (H2CO3/HCO3-): buffercapaciteit is voor zuren veel groter dan
voor basen
Fosfaatbuffer (H2PO4-/HPO42-): zeer lage concentratie, heeft maar een kleine rol
Celmembraan en transport
Celmembraan: dubbele laag fosfolipiden, het celmembraan transporteert
stoffen van en naar de cel
- Fosfolipide: triglyceride, maar de derde OH-groep is veresterd met
fosforzuur, hieraan kunnen kleine moleculen binden
- Hydrofobe staarten vormen apolaire binnenlaag en hydrofiele koppen
polaire buitenlaag
Passief transport: kleine ongeladen moleculen kunnen via diffusie door het
celmembraan, de transportenzymen zorgen dat grotere moleculen sneller het
celmembraan kunnen passeren
Actief transport: ATP wordt omgezet in ADP, dit levert de energie voor actief
transport
De werking van enzymen
Enzym: eiwit dat als biokatalysator een bepaalde reactie mogelijk maakt of
versnelt
Substraat: stof waarop het enzym inwerkt
Actieve centrum: plaats waar het substraat zicht hecht aan het enzym