interventies
Massage
Romy Leussink
,Theorie
Hieronder staat het algemene schema voor massagetherapie. In dit schema wordt aangegeven dat massage dient ter
beïnvloeding van de behandelbare grootheden tonus en trofiek. Tevens wordt aangegeven op welk niveau (supraspinaal,
spinaal of basaal) de op tonus en/of trofiek beïnvloeding gerichte accenten kunnen worden gericht en worden de specifieke
accenten benoemd die gegeven kunnen worden.
1
, Tonus
Tonus is de natuurlijke spierspanning. De normale tonus wordt bepaald door zowel erfelijke, geestelijke als lichamelijke
factoren en conditie. Door de dynamische processen in het lichaam wordt de basistonus constant verstoord en is het
organisme constant bezig deze aan te passen aan nieuwe situaties. De “normale tonus” is daarom een dynamisch
schommelend proces. Wanneer de veranderingen in tonus een bedreiging gaan vormen voor het organisme, kunnen deze
veranderingen in de evenwichtssituatie van het neurale systeem worden waargenomen door te kijken naar:
• De psychologische balanssituatie van de patiënt;
• De balanssituatie van het vegetatieve (autonome) zenuwstelsel;
• De balanssituatie van het sensomotorische (animale) zenuwstelsel);
Wanneer de basistonus verstoord is kunnen de volgende verschijnselen ontstaan:
Supra spinaal:
• Verandering van gedrag
• Stress symptomen
• Vegetatieve symptomen: hogere ademhaling, transpiratie, huidskleurverandering
Spinaal:
• Segmentaal verstoorde spiertonus: Segmentaal begrensde pijnsensaties: pijn die gevoeld wordt in een gebied
dat segmentaal in relatie staat tot het gebied waar een storing aanwezig is, maar dat zelf niet gelaedeerd is.
• Hyperaemie: een overmatige bloedvulling van een orgaan of lichaamsdeel
• Transpiratie of vasoconstrictie
• Pilo-erectie: kippenvel
Bij een verstoring van de tonus is het doel van de massage: het herstel van de neurale balanssituatie.
2