Week 2
Univariate analyse
- Voer je uit op basis van 1 variabele
Vb. Hoeveel geld besteden jongeren aan vakantie?
Fout vb. Welke verschillen zijn er tussen mannen en vrouwen kijkend naar reisfrequentie?
Analyses gaan dan over:
- De frequentieverdeling
- Het centrum
- De spreiding
NIET VERGETEN IN EINDOPDRACHT
Het meetniveau bepaalt welke statische … PP
Meetniveaus
Nominaal
- Alleen onderscheiding van categorieën
Vb. gesclacht
- Modus, %
Ordinaal
- De waarden geven een bepaalde volgorde aan
Vb. opleidingniveau
- Modus, %, cumulatieve %, mediaan
Metrisch (scale)
- Variabelen die exact, kwantitatief, gemeten worden. Met de scores kunnen berekeningen
worden uitgevoerd.
Vb. uitgaven
- Modus, %, cumulatieve %, mediaan, gemiddelde
Dit zijn allemaal univariate analyses
Valid percent = percentage zonder de missing values
- Alleen deze gebruik je bij het rapporteren
“Met 95% zekerheid kunnen we zeggen dat het gemiddelde percentage jongeren dat
haarverzorgingsproducten bij de supermarkt koopt tussen de 33,7% en de 44,9% ligt.”
- Zo moet je het formuleren bij de rapportage
- Afronden op 1 decimaal
Bivariate analyse
- Hierbij gebruik je 2 variabelen uit je bestand
Vb. Welke verschillen zijn er tussen mannen en vrouwen kijkend naar reisfrequentie?
- Er zijn verschillende bivariate analyses
- Bij nominale of ..
Kruistabel
, De onafhankelijke variabele bepaalt de afhankelijke variabele.
Vb.
- Geslacht is de onafhankelijke variabele (kolom)
- Aankoopkanaal is de afhankelijke variabele (rij)
Vb.
Je bent een vrouw en zal hoogstwaarschijnlijk in de drogist kopen.
NIET je koopt in de supermarkt dus je bent een man.
Kolom is altijd 100%, in SPSS kolompercentages aanvinken.
Toetsen = onderzoeken of er al dan niet een significant verband tussen twee variabelen is.
Significant = het verband berust niet op toeval.
Als een samenhang niet op toeval berust, noemen we dan een significant verband.
Om te toetsen of er een significant verband is tussen bijv. geslacht en plaats van aankoop voeren we
een chikwadraat toets uit.
Week 3
Paragraaf 12.6
1. Formuleer hypothesen
Alternatieve hypothese (H1)
- Formuleer wat je werkelijk denkt dat er aan de hand is
Er is een verband tussen deze twee variabelen
Nulhypothese (H0)
- PP ???
Er is wel verband tussen deze twee variabelen
2. Bepaal het significantieniveau
Een getal tussen de 0 en de 1
= de kans dat de nulhypothese waar is
= De uitkomst van een statistische toets. Dit cijfer geeft aan hoe groot de kans is op de
onderzoeksuitkomsten als de nulhypothese waar is
Binnen marktonderzoek is het procent betrouwbaarheid waarmee je kan zeggen dat er verband is
meestal 95%
Significant <0,05: Er is verband (H1)
Significant >0,05: Er is geen verband (H0)
3. Kies de geschikte analyse of toets
De geschikte toets hangt af van:
- Het aantal variabelen
- Het meetniveau van de variabelen
- Het aantal groepen (variabele geslacht heeft 2 groepen man/vrouw)
Univariate analyse
- Voer je uit op basis van 1 variabele
Vb. Hoeveel geld besteden jongeren aan vakantie?
Fout vb. Welke verschillen zijn er tussen mannen en vrouwen kijkend naar reisfrequentie?
Analyses gaan dan over:
- De frequentieverdeling
- Het centrum
- De spreiding
NIET VERGETEN IN EINDOPDRACHT
Het meetniveau bepaalt welke statische … PP
Meetniveaus
Nominaal
- Alleen onderscheiding van categorieën
Vb. gesclacht
- Modus, %
Ordinaal
- De waarden geven een bepaalde volgorde aan
Vb. opleidingniveau
- Modus, %, cumulatieve %, mediaan
Metrisch (scale)
- Variabelen die exact, kwantitatief, gemeten worden. Met de scores kunnen berekeningen
worden uitgevoerd.
Vb. uitgaven
- Modus, %, cumulatieve %, mediaan, gemiddelde
Dit zijn allemaal univariate analyses
Valid percent = percentage zonder de missing values
- Alleen deze gebruik je bij het rapporteren
“Met 95% zekerheid kunnen we zeggen dat het gemiddelde percentage jongeren dat
haarverzorgingsproducten bij de supermarkt koopt tussen de 33,7% en de 44,9% ligt.”
- Zo moet je het formuleren bij de rapportage
- Afronden op 1 decimaal
Bivariate analyse
- Hierbij gebruik je 2 variabelen uit je bestand
Vb. Welke verschillen zijn er tussen mannen en vrouwen kijkend naar reisfrequentie?
- Er zijn verschillende bivariate analyses
- Bij nominale of ..
Kruistabel
, De onafhankelijke variabele bepaalt de afhankelijke variabele.
Vb.
- Geslacht is de onafhankelijke variabele (kolom)
- Aankoopkanaal is de afhankelijke variabele (rij)
Vb.
Je bent een vrouw en zal hoogstwaarschijnlijk in de drogist kopen.
NIET je koopt in de supermarkt dus je bent een man.
Kolom is altijd 100%, in SPSS kolompercentages aanvinken.
Toetsen = onderzoeken of er al dan niet een significant verband tussen twee variabelen is.
Significant = het verband berust niet op toeval.
Als een samenhang niet op toeval berust, noemen we dan een significant verband.
Om te toetsen of er een significant verband is tussen bijv. geslacht en plaats van aankoop voeren we
een chikwadraat toets uit.
Week 3
Paragraaf 12.6
1. Formuleer hypothesen
Alternatieve hypothese (H1)
- Formuleer wat je werkelijk denkt dat er aan de hand is
Er is een verband tussen deze twee variabelen
Nulhypothese (H0)
- PP ???
Er is wel verband tussen deze twee variabelen
2. Bepaal het significantieniveau
Een getal tussen de 0 en de 1
= de kans dat de nulhypothese waar is
= De uitkomst van een statistische toets. Dit cijfer geeft aan hoe groot de kans is op de
onderzoeksuitkomsten als de nulhypothese waar is
Binnen marktonderzoek is het procent betrouwbaarheid waarmee je kan zeggen dat er verband is
meestal 95%
Significant <0,05: Er is verband (H1)
Significant >0,05: Er is geen verband (H0)
3. Kies de geschikte analyse of toets
De geschikte toets hangt af van:
- Het aantal variabelen
- Het meetniveau van de variabelen
- Het aantal groepen (variabele geslacht heeft 2 groepen man/vrouw)