Week 1
Definitie organisatiekunde:
“Een interdisciplinaire wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van het gedrag van
organisaties alsmede de factoren die dit gedrag bepalen en de wijze waarop organisaties het meest
doeltreffend bestuurd kunnen worden.”
- Gedrag van organisaties
- Factoren die dit beïnvloeden
- Bestuur van organisatie
Definitie organisatie
- Elke vorm van menselijke samenwerking voor een gemeenschappelijk doel
- Een systeem waarin mensen met elkaar een bepaald doel nastreven
- Organisatie is de activiteit of functie van ‘het organiseren’. (proces)
Uitgangspunt: Business Model Canvas
Snelle blik op het bedrijf
1. Customers / Klanten
2. Value propositions / Waardepropositie
3. Channels
4. Customer Relationships / Klantrelaties
5. Revenue Streams / Geldstromen
6. Key Resources / Sterktes
7. Key Activities / Sleutelactiviteiten
8. Key Partnerships / Strategische Partners
9. Cost Structure / Kostenstructuren
Week 2
Bij de functionele indeling / F indeling wordt er een indeling gemaakt op functie (interne
differentiatie)
Vb.
- Inkoop
- Productie
- Verkoop
Bij de product indeling / P indeling wordt er een indeling gemaakt op product (interne specialisatie)
Vb.
- Product A inkoop, productie en verkoop
- Product B inkoop, productie en verkoop
- Product C inkoop, productie en verkoop
Bij de markt indeling / M indeling wordt er een indeling gemaakt op basis van de doelgroep waarop
je je richt (interne specialisatie)
Vb.
- Kleinhandel inkoop, productie en verkoop
- Groothandel inkoop, productie en verkoop
, Bij de geografische indeling wordt er een indeling gemaakt op basis van de regio (interne
specialisatie)
Vb.
Interne differentiatie (functie-indeling)
Voordelen:
- Efficiënt gebruik van de beschikbare werkkracht
- Bereiken van grote vaardigheid en routine
- Goede mogelijkheden voor automatisering
Nadelen:
- Coördinatieproblemen (functionele koninkrijkjes)
- Eentonigheid van het werk
- Geringe flexibiliteit van de werknemers
Interne specialisatie (product, markt en regio)
Voordelen
- Betere coördinaten tussen de processen
- Kortere communicatielijnen
- Minder eentonig werk
Nadelen:
- Minder efficiënt gebruik van middelen
- Minder functionele deskundigheid
- Gedeeltelijk specialisme m.b.t. de verschillende bewerkingsprocessen
Teken een organogram (casus)
Bepaal de indeling
Benoem voor en nadelen
Tentamen
Lijnorganisatie De lijn gaat verticaal naar beneden (bovenste is leidinggevende voor de onderste)
Lijn-staforganisatie Staf zijn de mensen die niet het product produceren of een dienst leveren,
maar zijn ondersteunend voor het bedrijf bijv. marketing, manager, secretariaat, sales zitten niet
in de lijn, maar in de staf (horizontaal)
Ook nog leren: blz. 426 t/m 432. Matrix, zuivere project, intern project, divisieorganisatie
Span of control / omspanningsvermogen = hoe veel mensen je onder je hebt
A heeft een kleiner omspanningsvermogen / heeft minder mensen onder zich
B heeft een groter omspanningsvermogen / heeft meer mensen onder zich
Bij span of control alle lijntjes die gelijk naar directie gaan meerekenen (lijn én staf)
Brede span of control:
Goed: korte lijnen, minder bureaucratie, snellere besluitvorming
Slecht: veel druk op schouders van managers, het vraagt veel van personeel. Zij moeten veel taken
zelfstandig oppakken.
Bij B gaat de communicatie beter, want er is maar 1 laag. +
Definitie organisatiekunde:
“Een interdisciplinaire wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van het gedrag van
organisaties alsmede de factoren die dit gedrag bepalen en de wijze waarop organisaties het meest
doeltreffend bestuurd kunnen worden.”
- Gedrag van organisaties
- Factoren die dit beïnvloeden
- Bestuur van organisatie
Definitie organisatie
- Elke vorm van menselijke samenwerking voor een gemeenschappelijk doel
- Een systeem waarin mensen met elkaar een bepaald doel nastreven
- Organisatie is de activiteit of functie van ‘het organiseren’. (proces)
Uitgangspunt: Business Model Canvas
Snelle blik op het bedrijf
1. Customers / Klanten
2. Value propositions / Waardepropositie
3. Channels
4. Customer Relationships / Klantrelaties
5. Revenue Streams / Geldstromen
6. Key Resources / Sterktes
7. Key Activities / Sleutelactiviteiten
8. Key Partnerships / Strategische Partners
9. Cost Structure / Kostenstructuren
Week 2
Bij de functionele indeling / F indeling wordt er een indeling gemaakt op functie (interne
differentiatie)
Vb.
- Inkoop
- Productie
- Verkoop
Bij de product indeling / P indeling wordt er een indeling gemaakt op product (interne specialisatie)
Vb.
- Product A inkoop, productie en verkoop
- Product B inkoop, productie en verkoop
- Product C inkoop, productie en verkoop
Bij de markt indeling / M indeling wordt er een indeling gemaakt op basis van de doelgroep waarop
je je richt (interne specialisatie)
Vb.
- Kleinhandel inkoop, productie en verkoop
- Groothandel inkoop, productie en verkoop
, Bij de geografische indeling wordt er een indeling gemaakt op basis van de regio (interne
specialisatie)
Vb.
Interne differentiatie (functie-indeling)
Voordelen:
- Efficiënt gebruik van de beschikbare werkkracht
- Bereiken van grote vaardigheid en routine
- Goede mogelijkheden voor automatisering
Nadelen:
- Coördinatieproblemen (functionele koninkrijkjes)
- Eentonigheid van het werk
- Geringe flexibiliteit van de werknemers
Interne specialisatie (product, markt en regio)
Voordelen
- Betere coördinaten tussen de processen
- Kortere communicatielijnen
- Minder eentonig werk
Nadelen:
- Minder efficiënt gebruik van middelen
- Minder functionele deskundigheid
- Gedeeltelijk specialisme m.b.t. de verschillende bewerkingsprocessen
Teken een organogram (casus)
Bepaal de indeling
Benoem voor en nadelen
Tentamen
Lijnorganisatie De lijn gaat verticaal naar beneden (bovenste is leidinggevende voor de onderste)
Lijn-staforganisatie Staf zijn de mensen die niet het product produceren of een dienst leveren,
maar zijn ondersteunend voor het bedrijf bijv. marketing, manager, secretariaat, sales zitten niet
in de lijn, maar in de staf (horizontaal)
Ook nog leren: blz. 426 t/m 432. Matrix, zuivere project, intern project, divisieorganisatie
Span of control / omspanningsvermogen = hoe veel mensen je onder je hebt
A heeft een kleiner omspanningsvermogen / heeft minder mensen onder zich
B heeft een groter omspanningsvermogen / heeft meer mensen onder zich
Bij span of control alle lijntjes die gelijk naar directie gaan meerekenen (lijn én staf)
Brede span of control:
Goed: korte lijnen, minder bureaucratie, snellere besluitvorming
Slecht: veel druk op schouders van managers, het vraagt veel van personeel. Zij moeten veel taken
zelfstandig oppakken.
Bij B gaat de communicatie beter, want er is maar 1 laag. +