4.1 Zouten, namen en formules
Leerdoelen:
- Je kunt uitleggen hoe een zout wordt gevormd uit een metaalatoom
en een niet-metaalatoom;
- Uitleggen hoe een ionbinding tot stand komt en hoe een ionrooster
eruitziet;
- De naam en formule geven van een aantal veelvoorkomende
enkelvoudige en samengestelde ionen;
- De verhoudingsformule van een zout oplossen
Vorming van een zout
- Natrium heeft een elektron te veel in de buitenste schil en Chloride
een te weinig
o Daarom zal natrium een elektron afstaan en chloride die
opnemen. Hierdoor krijgen ze beide en lading en zijn ze door
elkaar aangetrokken: een ionbinding = een zout
Een ionbinding
- Omdat Cl en Na sterk aan elkaar
zijn aangetrokken ontstaat er een
sterke ionbinding
- Er wordt een ionrooster
gevormd, waar positieve en
negatieve ionen regelmatig zijn
gerangschikt
- De sterkte van de ionbinding is afhankelijk van de soort ionen in het
zout
- Een ionbinding is sterker dan vanderwaalsbinding of
waterstofbruggen, daarom hebben zouten hoge smelt- en
kookpunten.
Positieve en negatieve ionen
- De ion van een metaal is altijd positief. De naam van een metaalion
ontstaat door achter de naam van het metaal ion te plakken.
- Ionen die uit één atoomsoort bestaan noem je enkelvoudige ionen
- Sommige metaalionen kunnen meerdere ladingen hebben,
verschillende
ladingen geef je
aan met
romeinse cijfers.
Zie ook Binas
40A
1
, - De naam van een niet-metaal ion onstaat door achter de naam van
het atoom ide te plaatsen.
-
Samengesteld ion = een ion waar twee of meer verschillende
atoomsoorten voorkomen
- Het samengesteld ion heeft één of meer elektronen afgestaan of
opgenomen, en is daarom geladen.
- De samengestelde ionen staan in Binas 66B
Namen en formules van zouten
- De systematische naam van een zout: de naam van het positieve
ion + de naam van het negatieve ion
Zoutformules
- De ionen n een zout zijn in een zodanige verhouding aanwezig dat
de stof als geheel elektrisch neutraal is.
- Een zoutformule noem je ook wel een verhoudingsformule
- Triviale namen (namen
van zouten die vaak
worden gebruikt) staan in
Binas 66A
4.2 Zouten in water
Leerdoelen, je kunt:
- Uitleggen waarom veel zouten goed oplosbaar zijn in water;
- De oplos- en indampvergelijking van een willekeurig zout opstellen;
- Toelichten wat een verzadigde en een onverzadigde oplossing is;
2